6 De EVOA-procedure bij overbrenging van afvalstoffen
6.1 Wie spelen een rol binnen de EVOA-procedure?
Voor de overbrenging van afvalstoffen zijn in de EVOA verschillende procedures voorgeschreven. Deze procedures kennen voor de verschillende overbrengingen diverse varianten.
Hierna volgt een overzicht van de grote lijn - voor zover voor de Douane van belang - die voor alle procedures geldt. Dit overzicht geeft een algemeen beeld van de EVOA-procedure en de verplichtingen die een houder van een afvalstof heeft bij de overbrenging van afvalstoffen.
Binnen de EVOA-procedures zijn de volgende personen of diensten betrokken.
De kennisgever
Dit is de natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is de afvalstoffen over te brengen of te laten overbrengen en gehouden is door de kennisgevingsplicht (EVOA, artikel 3, punt 6).
De initiatiefnemer tot overbrenging van afvalstoffen is de natuurlijke of rechtspersoon die het besluit neemt afvalstoffen te vervoeren naar het buitenland. Deze moet eerst onderzoeken aan welke regels de door hem voorgenomen overbrenging moet voldoen. Als het nodig is voor de voorgenomen overbrenging een procedure te volgen, doet de initiatiefnemer met behulp van het kennisgevingsdocument en vervoersdocument de kennisgevingsprocedure bij de bevoegde autoriteit.
De kennisgever is - in de verplichte aangegeven volgorde:
- de oorspronkelijke afvalstoffenproducent;
- de nieuwe afvalstoffenproducent die vóór de overbrenging handelingen verricht die leiden tot een wijziging van de aard of de samenstelling van de afvalstoffen;
- een inzamelaar die de overbrenging, die zal vertrekken vanaf één locatie waarvan kennisgeving is gedaan, uit diverse kleine hoeveelheden van eenzelfde soort afvalstoffen uit verschillende bronnen heeft samengesteld;
- een handelaar of een makelaar die optreedt namens een van de in punt i), ii) of iii) bedoelde personen, of
- indien alle in de punten i) tot en met iv) bedoelde personen onbekend of insolvabel zijn, de afvalstoffenhouder;
De kennisgever kan dus de producent, de houder, de inzamelaar of de makelaar van de afvalstoffen zijn. De kennisgever geeft de bevoegde autoriteiten door middel van het kennisgevingsdocument informatie over het voornemen om afvalstoffen over te brengen.
Afvalstoffenproducent
Dit is een ieder wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen (eerste producent) of eenieder die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die resulteren in een wijziging van de aard of samenstelling van die afvalstoffen (nieuwe producent) (EVOA, artikel 3 juncto artikel 3 lid 5 Kaderrichtlijn).
Inzamelaar
Dit is eenieder die afvalstoffen ophaalt, sorteert en/of vermengd ten einde deze te vervoeren (EVOA, artikel 3 punt 8).
Handelaar
Dit is een ieder die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben (EVOA, artikel 3 juncto artikel 3 lid 7 Kaderrichtlijn).
Makelaar
Dit is een ieder die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben (EVOA, artikel 3 juncto artikel 3 lid 8 Kaderrichtlijn).
Afvalstoffenhouder
Dit is de producent van de afvalstoffen dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen in zijn bezit heeft (EVOA, artikel 3 juncto artikel 3 lid 6 Kaderrichtlijn).
De vervoerder
Dit is de persoon of de onderneming die de afvalstoffen vervoert of doet vervoeren. De vervoerder moet geregistreerd zijn op de VIHB lijst van de NIWO. Een vermelding op de lijst is verplicht voor bedrijven die op Nederlands grondgebied bedrijfsafval of gevaarlijke afval vervoeren, inzamelen, handelen en/of daarin bemiddelen.
Ontvanger
Dit is de persoon of onderneming onder de rechtsmacht van het land van bestemming naar wie of waarnaar de afvalstoffen voor nuttige toepassing of verwijdering worden overgebracht (EVOA, artikel 3, punt 5).
De bevoegde autoriteit van het land van verzending
Dit is de bevoegde autoriteit voor het gebied waar de overbrenging aanvangt of gepland is aan te vangen (EVOA, artikel 3, punt 10). In Nederland is dat het Ministerie van I & W.
Bevoegde autoriteit van bestemming
Dit is de bevoegde autoriteit voor het gebied waar de overbrenging naartoe gaat of gepland is naartoe te gaan, of waarin de afvalstoffen worden verladen vóór de nuttige toepassing of verwijdering in een gebied dat niet onder de nationale rechtsmacht van enig land valt (EVOA, artikel 3, punt 11). In Nederland is dat het ministerie van I & W.
De bevoegde autoriteit van doorvoer
Dit is de bevoegde autoriteit voor ieder ander land dan het land van de bevoegde autoriteit van verzending of van bestemming waar de overbrenging doorgaat of gepland is door te gaan (EVOA, artikel 3, punt 15). De EVOA bedoelt met doorvoer ook de doorvoer door één of meer landen gelegen binnen de Unie. In Nederland is dat het ministerie van I & W.
6.2 Van contract tot verwerking van afvalstoffen
6.2.1 Stap 1: contract afsluiten
Wat betreft de verplichtingen van een contract zijn er twee situaties mogelijk:
Situatie 1: Contract bij overbrenging met kennisgevingsprocedure.
De kennisgever en ontvanger van de afvalstoffen sluiten een contract af waarin de verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. Voordat een overbrenging van afvalstoffen plaatsvindt, moet de eindontvanger dus bekend zijn. Het contract wordt bij de aanvraag van de kennisgeving gevoegd.
Het contract regelt onder andere het volgende (artikel 6 EVOA):
- van de kennisgever om de afvalstoffen terug te nemen of, indien toepasselijk, op andere wijze te zorgen voor nuttige toepassing of verwijdering ervan, indien de overbrenging dan wel de nuttige toepassing of verwijdering niet op de geplande wijze zijn voltooid of indien er sprake is van een illegale overbrenging;
- van de ontvanger om de afvalstoffen nuttig toe te passen of te verwijderen, indien de overbrenging een illegale overbrenging is;
- van de inrichting waar de afvalstoffen nuttig worden toegepast of verwijderd om een verklaring te verstrekken waarin staat dat de afvalstoffen nuttig werden toegepast of verwijderd conform de in verband met de kennisgeving verleende toestemmingen, de aan de toestemmingen verbonden voorwaarden en deze verordening.
Situatie 2: Contract bij overbrenging afvalstoffen bestemd zijn voor voorlopige nuttige toepassing of voorlopige verwijdering met kennisgeving
Het contract voorziet het contract in de volgende aanvullende verplichting:
- van de inrichting om waar passend de verklaring of verklaringen te verstrekken van de inrichting of inrichtingen waar de niet-voorlopige handeling(en) tot nuttige toepassing of de niet-voorlopige handeling(en) tot verwijdering wordt (worden) verricht, waaruit blijkt dat alle afvalstoffen die conform de voor die kennisgeving verleende toestemmingen, de aan die toestemmingen gehechte voorwaarden en werden ontvangen, nuttig toegepast of verwijderd zijn, waar mogelijk met vermelding van de hoeveelheid en de soort afvalstoffen waarop elke verklaring betrekking heeft;
- van de ontvanger om indien van toepassing een kennisgeving voor te leggen aan de eerste bevoegde autoriteit van het oorspronkelijke land van verzending.
Situatie 3: Contract bij overbrenging zonder kennisgevingsprocedure.
Voor de overbrenging van groenelijst afvalstoffen voor nuttige toepassing is vereist dat het transport vergezeld gaat van de Bijlage VII-informatie. Daarnaast moet een contract bestaan tussen de opdrachtgever voor de overbrenging en de ontvanger.
In dit contract moet bevat ten minste informatie over:
- de opdrachtgever voor de overbrenging;
- de ontvanger en de inrichting;
- de identiteit van de personen die elke partij vertegenwoordigen;
- de beschrijving van de afvalstoffen, de afvalstoffencodes en de hoeveelheid afvalstoffen waarop het contract betrekking heeft;
- de nuttige toepassing en de geldigheidsduur van het contract.
Het contract bevat een verplichting dat indien de overbrenging van de afvalstoffen of de nuttige toepassing ervan niet op de geplande wijze kan worden voltooid of indien er sprake is van een illegale overbrenging, de opdrachtgever voor de overbrenging of de ontvanger de afvalstoffen terugneemt of ervoor zorgt dat ze op een andere wijze nuttig worden toegepast.
Het contract hoeft niet tijdens de overbrenging aanwezig te zijn. Dit kan echter wel door de ILT en Douane worden opgevraagd(artikel 18 lid 11 EVOA).
6.2.2 Stap 2: kennisgevingsprocedure bij bevoegde autoriteit
De doet door het kennisgevingsdocument én het vervoersdocument de kennisgevingsprocedure bij de bevoegde autoriteit. In Nederland is dat de ILT. Hier vindt de toetsing plaats of de overbrenging wordt toegestaan.
Algemene kennisgeving
De kennisgever kan voor identieke afvalstoffen aan de bevoegde autoriteiten ( ILT / Afdeling EVOA Vergunningen) een ‘algemene kennisgeving’ doen. Deze algemene kennisgeving heeft dan betrekking op meerdere overbrengingen van identieke afvalstoffen gedurende een periode van maximaal één jaar.
(artikel 9 lid 4 juncto artikel 13 EVOA).
De voorwaarden hiervoor zijn dat:
- de afvalstoffen in essentie dezelfde eigenschappen hebben;
- de afvalstoffen naar dezelfde ontvanger en inrichting van verwerking worden overgebracht;
- de overbrenging via dezelfde route gaat.
De algemene toestemming kan worden ingetrokken als bijvoorbeeld de samenstelling van de afvalstoffen niet overeenstemt met de kennisgeving of de gestelde voorwaarden.
(artikel 9, lid 7 EVOA)
6.2.3 Stap 3: borgstelling door de kennisgever
De kennisgever stelt een borg om de kosten van vervoer, verwijdering of nuttige toepassing te dekken in het geval dat de bevoegde autoriteit van het land van verzending de afvalstoffen moet terugnemen.
(artikel 7 EVOA)
De borg wordt teruggegeven of vrijgegeven nadat:
- is aangetoond dat de verwijdering of nuttige toepassing van de afvalstoffen voltooid is door middel van een verklaring aan de ILT (EVOA, artikel 7 lid 5);
- is aangetoond dat - ingeval van doorvoer - de afvalstoffen de Unie hebben verlaten.
In artikel 3 van de Regeling EG-verordening overbrenging van afvalstoffen zijn de tarieven van de borg vastgesteld.
6.2.4 Stap 4: in kennis stellen land van bestemming
Het land van bestemming en de eventuele doorvoerlanden worden in kennis gesteld van de voorgenomen overbrenging. Dit land moet binnen een bepaalde termijn reageren en eventuele bezwaren tegen of nadere eisen voor de overbrenging kenbaar maken.
6.2.5 Stap 5: reactie land van bestemming
De autoriteit van het land van bestemming kan bezwaar maken tegen de overbrenging omdat de afvalstoffen bijvoorbeeld niet veilig en milieuverantwoord kunnen worden verwerkt. Ook kan de ILT de toestemming tot overbrenging weigeren als bijvoorbeeld in Nederland voldoende verwerkingscapaciteit is of als er sprake is van milieurisico’s bij de overbrenging.
6.2.6 Stap 6: melding drie werkdagen voor voorgenomen vertrek
De kennisgever moet uiterlijk drie werkdagen voor de daadwerkelijke aanvang van de overbrenging van de afvalstoffen een melding van voorgenomen vertrek doen bij de bevoegde autoriteit. Het melden gebeurt in DIWASS.
In vak 6 van het vervoersdocument is de feitelijke transportdatum van de afvalstoffen aangegeven. Deze driewerkdagenmelding moet voorkomen dat een kennisgeving voor de overbrenging ten onrechte meerdere malen wordt gebruikt. De Douane heeft een beperkte controletaak. De Douane controleert in DIWASS de naleving van deze verplichting tot melding als er concrete aanwijzingen bestaan dat deze melding achterwege is gebleven.
Ook melding transport bij Informatieplicht artikel 18 EVOA
Met de komst van de herziene EVOA is ook een transport waarbij een bijlage VII procedure wordt gehanteerd verplicht om deze in DIWASS aan te melden voor vertrek. Een bijlage VII hoeft dus niet meer opgevraagd te worden maar kan worden ingezien in DIWASS door de vraagbaak of deze tijdig is gedaan.
6.2.7 Stap 7: ontvangst ‘verklaring van verwijdering/nuttige toepassing’ en vrijgave borg
Verklaring van definitieve verwijdering of definitieve nuttige toepassing
In het contract moet bepaald zijn dat de ontvanger verplicht is een verklaring van verwijdering of nuttige toepassing af te geven. In zo’n verklaring staat dat de ontvanger zijn afspraak met de kennisgever is nagekomen. In het contract dient in het geval van voorlopige verwijdering of voorlopige nuttige toepassing te worden opgenomen dat de ontvanger een bericht van definitieve verwijdering of definitieve nuttige toepassing, afkomstig van de uiteindelijke verwerker, moet doorsturen naar de kennisgever.
Binnen drie dagen na aankomst van de afvalstoffen moet de ontvanger de ontvangst ervan bevestigen aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteiten. De ontvanger is verplicht een verklaring van verwijdering of nuttige toepassing af te geven, binnen 30 dagen na verwerking (of voltooiing van de voorlopige nuttige toepassing of verwijdering), doch uiterlijk één kalenderjaar na ontvangst van de afvalstoffen.
Vrijgeven van de borg
De bevoegde autoriteit van het land van herkomst geeft de borg vrij na ontvangst van de verklaring van verwijdering/nuttige toepassing. Deze verklaring geeft aan dat de afvalstoffen de plaats van bestemming hebben bereikt en op een milieu verantwoorde wijze zijn verwijderd of nuttig toegepast (artikel 7 lid 5 EVOA).
Als deze verklaring niet wordt ontvangen, wordt de borg niet vrijgegeven. De kennisgever heeft er dus alle belang bij dat de zending afvalstoffen op de juiste plaats aankomt en op een juiste wijze wordt verwerkt.
6.3 Het kennisgevings- en vervoersdocument voor de EVOA-procedure
Voor het doen van een voorafgaande schriftelijke kennisgeving zijn formulieren voorgeschreven. Deze formulieren zijn:
- een kennisgevingsdocument
en - een vervoersdocument
Dit zijn door de Europese commissie opgestelde formulieren (EVOA, bijlage 1A en 1B). Hiermee wordt de kennisgeving gedaan. Het transport gaat vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en eventuele voorwaarden. Alle bij de overbrenging betrokken ondernemingen vullen het vervoersdocument in op de daarvoor bestemde plaatsen en ondertekenen het. De betreffende inrichting van verwerking plaatst er de verklaring van (voorlopige) nuttige toepassing of (voorlopige) verwijdering op.
6.3.1 Het kennisgevingsdocument
Het kennisgevingdocument (EVOA, bijlage IA) heeft een uniek nummer en is bedoeld om de bevoegde autoriteiten in de betrokken landen van informatie te voorzien om te beoordelen of de voorgenomen overbrenging kan worden toegestaan.
De kennisgever verstrekt op het kennisgevingsdocument onder meer informatie over:
- de oorsprong, de samenstelling , de hoeveelheid en de identificatie van de afvalstoffen die hij wil overbrengen. Als er sprake is van afvalstoffen van uiteenlopende aard of oorsprong moet een inventaris worden opgegeven van de verschillende afvalstoffen (EVOA, bijlage IA, vak 12, 13 en 14);
- de oorspronkelijke producent van het afval;
- de route, de geplande vervoerder en de veiligheidsmaatregelen die in acht moeten worden genomen tijdens het transport;
- de ontvanger en de plaats van de goedgekeurde inrichting.
6.3.2 Het vervoersdocument
Het vervoersdocument begeleidt de afvalstoffen die worden overgebracht:
- ter verwijdering;
- voor nuttige toepassing van:
oranjelijstafvalstoffen
niet genoemde afvalstoffen
De informatie over de kennisgever, de afvalstoffen en de ontvanger is op het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument hetzelfde. In de vak 8 staat informatie over de vervoerder en het registratienummer van de vervoerder.
De kennisgever zorgt ervoor dat, naast het beschikbaar stellen van het vervoersdocument overeenkomstig het kennisgevingsdocument met de toestemmingen en de door de betrokken bevoegde autoriteiten opgelegde voorwaarden elektronisch beschikbaar wordt gesteld, ook tijdens het vervoer van afvalstoffen, aan de betrokken bevoegde autoriteiten en aan de bij inspecties betrokken autoriteiten.
Wanneer de documenten tijdens het vervoer van afvalstoffen niet online beschikbaar kunnen worden gesteld, zorgen de kennisgever en de vervoerder(s) ervoor dat de documenten op een andere manier in het voertuig beschikbaar zijn.
Alleen in situatie van een controle behandeld de Douane de vakken 19, 20 en 21 van het vervoersdocument.
Alle bij de overbrenging betrokken ondernemingen vullen het vervoersdocument in op de daarvoor bestemde plaatsen en ondertekenen het digitaal.
6.4 Bijlage VII-informatie verplichtingen art 18 EVOA
Voor de overbrenging van bepaalde afvalstoffen als bedoeld in artikel 4 lid 4 en 5 EVOA is een eenvoudige procedure opgenomen (artikel 18 EVOA).
Deze procedure geldt in twee situaties:
- Situatie 1: overbrenging van groenelijstafvalstoffen met een netto massa van meer dan 20 kg. Voor de overbrenging van afvalstoffen van de groene lijst voor nuttige toepassing[( bijlage III, IIIA en IIIB) met een nettomassa van meer dan 20 kg. Voor de overbrenging van groenelijstafvalstoffen voor nuttige toepassing met een netttomassa van 20 kg of minder zijn dus geen nadere bepalingen gesteld.
- Situatie 2: overbrenging van laboratorium monsters met een nettomassa van ten hoogste 250 kg. Overbrenging van afvalstoffen van ten hoogste 250 kg en die uitdrukkelijk zijn bestemd voor laboratoriumanalyse ter bepaling van hun fysische of chemische eigenschappen of van hun geschiktheid voor nuttige toepassing of verwijdering. Grotere hoeveelheid kan na toestemming van de bevoegde autoriteit, in casu de ILT.
Deze situatie kan zich ook voordoen bij koeriers- en postzendingen. Ook in deze situatie moet de Bijlage VII-informatie bij het transport aanwezig zijn. Als de bijlage VII-Informatie niet aanwezig is, is er sprake van een onregelmatigheid zoals dat ook bij grote zendingen het geval is.
In beide situaties van toepassing
Voordat het transport plaatsvindt, moet de opdrachtgever met de ontvanger een juridisch bindend contract afsluiten. Het contract is een verplichting voor de opdrachtgever of, wanneer deze de overbrenging of de nuttige toepassing niet kan voltooien, voor de ontvanger om:
- De afvalstoffen terug te nemen of ervoor te zorgen dat ze op een andere wijze nuttig worden toegepast als de overbrenging of de nuttige toepassing niet kan worden voltooid, of als een illegale overbrenging heeft plaatsgevonden.
- Bijlage VII (EVOA) moet door opdrachtgever digitaal worden ondertekend en twee dagen voorafgaande de overbrenging in DIWASS zijn gemeld (artikel 18 lid 5 EVOA).
- Bijlage VII (EVOA) wordt door inrichting van nuttige toepassing/laboratorium ondertekend wanneer deze de afvalstoffen ontvangt.
De Bijlage VII informatie moet aanwezig zijn bij de volgende overbrengingen:
- overbrenging van groenelijstafvalstoffen binnen de Unie;
- overbrenging van groenelijst afvalstoffen bij uitvoer al dan niet aangevangen in een andere lidstaat met de bedoeling om de afvalstoffen via Nederland de Unie uit te laten gaan, tenzij het niet-OESO-land van bestemming een nadere procedure verlangt (tot 2017 middels de Vo 1418/2007 Landenverordening);
- overbrenging van groenelijst afvalstoffen die via Nederland de Unie binnenkomen en die in het vrije verkeer worden gebracht;
- doorvoer van groenelijst afvalstoffen;
- overbrenging van laboratoriummonsters afvalstoffen met een nettomassa van maximaal 250 kg
6.5 Illegale overbrenging
Illegale overbrenging is de overbrenging van afvalstoffen, al dan niet opzettelijk, in strijd met een aantal specifieke bepalingen van de EVOA. In de EVOA is beschreven welke gevallen dit zijn (artikel 3 punt 26 EVOA).
Als illegale overbrenging wordt beschouwd elke overbrenging van afvalstoffen:
- zonder kennisgeving;
- zonder toestemming;
- met toestemming op basis van onjuiste voorstelling van zaken of vervalsing;
- die niet met de kennisgeving of de vervoersdocumenten overeenstemt;
- die leidt tot verwijdering of nuttige toepassing in strijd met Unie- of internationaal recht;
- in strijd met artikel 4 lid 1, artikel 4 lid 3, of artikel 37, 39, 40, 45, 46, 48, 49, 50 of 52.
- op een wijze die niet in overeenstemming is met de voorschriften of met de informatie die is opgenomen in of moet worden verstrekt van artikel 18 (uitgezonderd in geval van kleine schrijffouten):
- lid 2, de inrichting of onderneming heeft geen vergunning;
- lid 4, alle betrokken ondernemingen hebben alle verplichte informatie ingevuld en beschikbaar gesteld
- lid 6, beschikbaar hebben van de informatie tijdens het vervoer
- lid 10, geldig contract bij de informatie.
Bij illegale overbrenging is de kennisgever verantwoordelijk voor het terugnemen van de afvalstoffen.
In de Wet milieubeheer is illegale overbrenging verboden (artikel 10.60 lid 2 Wm).
6.5.1 Niet alle overtredingen betreft illegale overbrenging
De EVOA kent ook bepalingen waarvan de overtreding niet als een illegale overbrenging wordt aangemerkt. Enkele voorbeelden van deze verplichtingen zijn (artikel 10:60 lid 5 letter a Wm):
- het afwijken van de route zonder reden (artikel 13 EVOA)
- het niet- of te laat bevestigen van ontvangst door de met de voorlopige handeling tot nuttige toepassing of voorlopige verwijdering belaste inrichting;
- het tijdens de overbrenging mengen van afvalstoffen (artikel 19 EVOA).
6.5.2 Wie is verantwoordelijk voor illegale overbrenging?
Indien de verantwoordelijkheid voor de illegale overbrenging berust bij de kennisgever /opdrachtgever dan dient deze de betrokken afvalstoffen terug te nemen (artikel 25 EVOA).
Terugname als een transport niet als gepland kan worden voltooid
Het land van verzending zorgt ervoor dat de betrokken afvalstoffen door het land van verzending worden teruggenomen. Dit gebeurt in de volgorde van artikel 3, punt 6 EVOA. Is dit niet mogelijk dan zorgt het land van verzending zelf dat de afvalstoffen worden teruggenomen, tenzij er met het land van bestemming, overeenstemming wordt bereikt.
De terugnameplicht geldt niet als er overeenstemming wordt bereikt tussen de autoriteiten van verzending, van doorvoer en van bestemming die betrokken zijn bij de verwijdering of de nuttige toepassing van de afvalstoffen, die zich ervan hebben vergewist dat de afvalstoffen in het land van bestemming of elders op een andere wijze verwijderd of nuttig toegepast kunnen worden (artikel 22 lid 3 EVOA).
Terugname bij illegale overbrenging
Indien de verantwoordelijkheid voor de illegale overbrenging aan de kennisgever kan worden toegeschreven, zorgt de bevoegde autoriteit van verzending ervoor dat de betrokken afvalstoffen worden teruggenomen door:
- de kennisgever of, indien relevant, een persoon die overeenkomstig artikel 25 lid 6 of lid 7 als kennisgever wordt beschouwd, om de verwijdering of nuttige toepassing ervan te regelen; of, indien dat praktisch niet haalbaar is, overeenkomstig punt c) van dit lid; of, indien geen kennisgeving is gedaan, overeenkomstig punt b) van dit lid;
- een persoon die overeenkomstig artikel 3, eerste alinea, punt 6), als kennisgever wordt beschouwd of, indien relevant, een persoon die overeenkomstig lid 6 of lid 7 als kennisgever wordt beschouwd; om de verwijdering of nuttige toepassing ervan te regelen; of, indien dat praktisch niet haalbaar is, overeenkomstig punt c) van dit lid;
- door de bevoegde autoriteit van verzending zelf dan wel namens haar door een natuurlijke persoon of rechtspersoon om de verwijdering of nuttige toepassing ervan te regelen;
De ontvanger is verantwoordelijk
Indien de verantwoordelijkheid voor een illegale overbrenging aan de ontvanger kan worden toegeschreven, zorgt de bevoegde autoriteit van bestemming ervoor dat de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze verwijderd of nuttig toegepast worden (25 lid 8 EVOA).
Kosten van terugname bij illegale overbrenging
De kosten in verband met de terugname van afvalstoffen van een illegale overbrenging, van een nuttige toepassing of een verwijdering worden met inbegrip van de kosten van vervoer in rekening gebracht aan de in de verplichte volgorde van artikel 3, punt 6 EVOA. Als geen kennisgeving is gedaan, worden die kosten in rekening gebracht aan diegene die tot kennisgeving was verplicht, en als ook dat niet mogelijk is aan de bevoegde autoriteit van verzending.
Normadressaat in het kader van de EVOA
Voor het overgaan tot handhavend optreden is het van belang vast te stellen aan wie het bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden gericht kan worden, de zogenaamde normadressaat.
In geval van illegale overbrenging moet de ILT vaststellen wie daarvoor verantwoordelijk is en daarmee ook voor de kosten voor het herstel van de situatie. Dit is de reden waarom in de EVOA-procedure de kennisgever borg moet stellen (artikel 7 EVOA). De Douane heeft geen taak bij het vaststellen van de verantwoordelijkheid en het herstellen van de situatie.
Onduidelijk wie verantwoordelijk is
Met name in gevallen waarin de verantwoordelijkheid voor de illegale overbrenging noch aan de kennisgever, noch aan de ontvanger kan worden toegeschreven, werken de bevoegde autoriteiten samen om te bewerkstelligen dat de betrokken afvalstoffen verwijderd of nuttig toegepast worden. Het land van verzending kan dan de kosten moeten dragen (artikel 26 lid 3, letter c EVOA). Ook daarom is de controle door de Douane bij de uitvoer vanuit Nederland naar derde landen van belang.
De Douane heeft geen verantwoordelijkheid in de terugneemprocedure. Als afvalstoffen teruggevoerd moeten worden, gebeurt dit op last en onder verantwoordelijkheid van de ILT.
6.6 Samenloop andere wetgeving op afvalstoffen
6.6.1 Geneesmiddelen en houdbaarheidsdatum
De Geneesmiddelenwet verbiedt de uitvoer van geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum is overschreden. Deze geneesmiddelen zijn op grond van Richtlijn 2008/98 afvalstoffen.
Omdat een nuttige toepassing voor geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum is overschreden niet aannemelijk is, kan er alleen sprake zijn van uitvoer van afvalstoffen voor verwijdering. De uitvoer moet voldoen aan de daarvoor geldende EVOA-procedure.
Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit de EVOA op het moment dat u een dergelijke partij aantreft, is er dus sprake van een samenloop van een overtreding van de geneesmiddelwetgeving en de EVOA. Als u geneesmiddelen bij uitvoer aantreft waarvan de houdbaarheidsdatum is overschreden handelt u volgens dit Voorschrift Afvalstoffen. In uw proces-verbaal vermeldt u ook de vermoedelijke overtreding van de Geneesmiddelenwet. Meer informatie over geneesmiddelen staat in het voorschrift Geneesmiddelen.
6.6.2 Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg
Afvalstoffen kunnen fysiek gevaarlijke eigenschappen hebben. Bepaalde afvalstoffen zijn door hun specifieke eigenschappen reeds in kleine hoeveelheden schadelijk voor de gezondheid. Bepaalde afvalstoffen moeten op grond van wettelijke bepalingen voor het vervoer van gevaarlijke (afval)stoffen als zodanig herkenbaar zijn. Vrachtauto's, containers, wagons en verpakkingsmiddelen moeten in principe dan ook voorzien zijn van gevarenaanduidingen.
Indien er een vermoeden bestaat dat er een overtreding is op het gebied van verover gevaarlijke stoffen over de weg of spoor dan waarschuw je de ILT. In geval van vervoer gevaarlijke stoffen over zee of door de lucht kan het zijn dat de Douane in de Rotterdamse haven of op de luchthaven van Schiphol hier op kunnen controleren of assisteren. Ook dan zal een overtreding uiteindelijk worden overgedragen aan de ILT.
In het proces-verbaal van overdracht vermeldt de vermoedelijke overtreding van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.
6.6.3 CFK-houdende koelpanelen
Koelpanelen
Voor koelpanelen met isolatieschuim (bijvoorbeeld uit levensmiddelwinkels of vriesvemen) die geblazen zijn met cfk’s geldt een uitvoerverbod. Deze cfk-houdende koelpanelen werden in het verleden gebruikt voor de bouw van koel- en vrieshuizen.
Wij kunnen onderscheid maken tussen:
- koelpanelen nog geschikt voor het oorspronkelijke doel;
- koelpanelen niet meer geschikt voor het oorspronkelijke doel.
Koelpanelen nog geschikt voor het oorspronkelijke doel
Het betreft dan in beginsel geen afvalstoffen in het kader van de EVOA. Echter verbied de Ozonverordening 2024/590 de uitvoer uit de Unie van apparaten en producten die ozonafbrekende stoffen bevatten dan wel nodig hebben om in werking te blijven. Er zijn slechts enkele uitzonderingen van toepassing voornamelijk in geval van kritieke toepassingen of vernietiging van de goederen en de ozonafbrekende stoffen. Je krijgt dan de situatie dat een houder zich ervan moet ontdoen. Daarmee is de EVOA wederom van toepassing. Je moet dan eerst handelen zoals is beschreven in het voorschrift Ozonafbrekende stoffen, hoofdstuk 10 en nagaan wat de situatie is.
Koelpanelen niet meer geschikt voor het oorspronkelijke doel
Als de koelpanelen niet meer geschikt zijn voor het oorspronkelijke doel worden ze direct aangemerkt als afvalstoffen; dit voorschrift Afvalstoffen is dan van toepassing. Let op, de Ozonverordening verbied de uitvoer van onder bijlage I van de Ozonverordening vallende ozonafbrekende stoffen, producten en apparatuur. (artikel 4 en 5 Vo. 2024/590) die niet in overeenstemming zijn met deze verordening is verboden.
In gevallen dat na een visuele beoordeling blijkt dat de koelpanelen niet meer geschikt zijn voor het oorspronkelijk gebruik, zijn deze aan te merken als afvalstoffen. U neemt dan contact op met de vraagbaak Afvalstoffen.
Als de koelpanelen nog geschikt zijn voor het oorspronkelijk gebruik, kan de Ozonverordening van toepassing zijn en draag je de zaak over aan de ILT. Je neemt zelf geen monsters.
Let op! wederuitvoer van onder deze verordening vallende ozonafbrekende stoffen, producten en apparatuur die niet in overeenstemming zijn met deze verordening is verboden. Raadpleeg de vraagbaak om te bepalen of producten of apparatuur voldoet aan de bepalingen van de Ozonverordening.
6.6.4 HFK-houdende schuimen
Geëxtrudeerd polystyreenschuim (XPS) of andere schuimen die HFK’s met een GWP van 150 of meer bevatten mogen niet meer worden ingevoerd en schuimen die een GWP van 1000 of meer bevatten mogen niet worden uitgevoerd. Die zijn dan mogelijk ook aan te merken als afvalstoffen.
Neem contact op met de vraagbaak afvalstoffen en milieugevraarlijke stoffen voor de afhandeling. Je moet dan eerst handelen zoals is beschreven in het voorschrift gefluoreerde broeikasgassen, hoofdstuk 10 en nagaan wat de situatie is.