7 Proces aangiftebehandeling en werkzaamheden bij de verschillende douaneregelingen
Bij het aangeven van OAS of apparaten die OAS bevatten of nodig hebben voor hun werking worden controles uitgevoerd door de koppeling van DMS met CERTEX. Daarnaast blijft er ruimte over voor bescheid- en fysieke controles die op basis van risicoanalyse worden uitgezet.
7.1 Controles door CERTEX in DMS en gebruik overige coderingen in de aangifte m.b.t. OAS.
Werking CERTEX en DMS
CERTEX vergelijkt of bepaalde gegevens die in de aangifte in DMS zijn vermeld overeenkomen met de gegevens in het vergunningsysteem.
Bij het indienen van aangifte voor aanvaarding stuurt DMS een elektronisch bericht naar CERTEX. Dit bericht wordt getriggerd door de bescheidscodes die worden gebruikt in de aangifte. Voor een vergunning om OAS te mogen invoeren bijvoorbeeld gebruikt DMS hiervoor de code L100 (tabel 213 codeboek Douane, support doctype). Deze moet worden ingevuld in DMS in gegevenselement (hierna: GE) 12.03.002 gevolgd door het referentienummer in GE 12.03.001.
Let op!
Invoeren omvat meer dan alleen in het vrije verkeer brengen! Lees de definitie van invoer mocht dat niet duidelijk zijn.
De code E013 wordt gebruikt in geval van uitvoer
CERTEX “kijkt” in het achterliggende OAS vergunning systeem of de gegevens overeenkomen. Dit alles op basis van de coderingen die in GE 12.03 of GE12.04 worden aangegeven.
- code Y797 die in GE.12.04 wordt ingevuld (tabel 380) heeft betrekking op het identificatienummer van de registratie in het vergunningensysteem OAS zoals omschreven in artikel 17, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2024/590;
- code Y798, Vermelding van de nettomassa aan ozonafbrekende stof(fen), ook wanneer verwerkt in producten en apparatuur;
- Y799, Nettomassa van de ozonafbrekende stof(fen) vermenigvuldigd met het ozonafbrekend vermogen van de ozonafbrekende stof(fen), ook wanneer verwerkt in producten en apparatuur
Blijkt dat er ergens geen overeenstemming in zit in de gegevens dan zal DMS in eerste instantie de aangifte niet aanvaarden. De aangever zal een mismatch krijgen met een foutmelding. De aangever zal de gegevens moeten corrigeren en opnieuw moeten indienen.
Voorbeeld invoer vliegtuig met OAS:
Een onderneming wil één klein 2500 kg wegend burgerluchtvaartuig invoeren (in het vrije verkeer brengen).
De GN-code is 8802 30 00 10.
De hoeveelheid OAS in het vliegtuig stellen we 150 kg halon-1301 ten bate van een automatische brandblusinstalatie. Het ozonafbrekendvermogen voor halon 1301 is 10.
Om te voldoen aan de Ozonverordening, moet de onderneming een geldige registratie hebben in het OAS vergunningsysteem en vandaaruit een vergunning bezitten voor deze zending.
De onderneming heeft als registratienummer 123456
Vergunningnummer VX92-IPEA-2025-00071514
In dit geval is de toepasselijke selectie van TARIC-documenttypecodes die moeten worden uitgewisseld met EU CSW-CERTEX gebaseerd op: L100, Y797, Y798, Y799.
De aangever zal het volgende in de aangifte vermelden wat voor CERTEX van belang is:
- 12 03 001 000 Referentienummer: IMP-VX92-IPEA-2025-00071514
- 12 03 002 000 Soort: L100 (invoervergunning OAS)
- 12 03 005 000 Meeteenheid en kwalificatie: KGM
- 12 03 006 000 Hoeveelheid: 150 (dezelfde waarde als Y798 Nettomassa van aanwezige gas)
- 12 04 001 000 Referentie nummer: 123456
- 12 04 002 000 Soort: Y797
- 12 04 001 000 Referentie nummer: 150
- 12 04 002 000 Soort: Y798
- 12 04 001 000 Referentie nummer: (150*10=)1500 (=Net mass x ODP(Ozone-Depleting Potential) van de OAS)
- 12 04 002 000 Soort: Y799
Buiten deze voor CERTEX noodzakelijke coderingen dient de aangever ook nog de codering te geven voor het soort vrijstelling. Y789 (voor deze casus met halonen) of Y790 of Y791 in andere situaties.
Als de betreffende GN-code (8802 30 00 10 vliegtuig) geen ozonafbrekende stoffen bevat had, dan had de aangever Y792 in kunnen vullen. Daarmee verklaart hij dat er geen ozonafbrekende stoffen in het product zitten.
Voorbeeld uitvoer bulk OAS:
Een onderneming wil 15 cylinders met Halon 2402 uitvoeren.
De GN-code is 2903 76 90.
De hoeveelheid OAS in stellen we 10 kg halon-per cylinder. Het ozonafbrekendvermogen voor halon 2402 is 6.
Om te voldoen aan de Ozonverordening, moet de onderneming een geldige registratie hebben in het OAS vergunningsysteem en van daaruit een vergunning bezitten voor deze zending.
De onderneming heeft als registratienummer 654321
Vergunningnummer VX92-IPEA-2025-00071515
In dit geval is de toepasselijke selectie van TARIC-documenttypecodes die moeten worden uitgewisseld met EU CSW-CERTEX gebaseerd op: E013, Y797, Y799.
De aangever zal het volgende in de aangifte vermelden wat voor CERTEX van belang is:
- 12 03 001 000 Referentienummer: EXP-VX92-IPEA-2025-00071515
- 12 03 002 000 Soort: E013 (iuitvoervergunning OAS)
- 12 03 005 000 Meeteenheid en kwalificatie: KGM
- 12 03 006 000 Hoeveelheid: 150
- 12 04 001 000 Referentie nummer: 654321
- 12 04 002 000 Soort: Y797
- 12 04 001 000 Referentie nummer: (150*6=)900 (=Net mass x ODP(Ozone-Depleting Potential) van de OAS)
- 12 04 002 000 Soort: Y799
Omdat dit een bulkzending zuivere stof betreft hoeft hier niet het gewicht van de Halon worden genoemd. Dit gegeven wordt al in gegevenselement 18 01 001 000 genoemd.
Buiten deze voor CERTEX noodzakelijke coderingen dient de aangever ook nog de codering te geven voor het soort vrijstelling. Y788 (voor deze casus met halonen) of Y786, Y787 of Y791 in andere situaties. Zie dat er andere codes voor vrijstelling zijn bij bulk en/of uitvoer.
De betreffende GN-code (2903 76 90) is specifiek voor een ozonafbrekende stof. De code Y792 kan de aangever NIET invullen. Het betreft immers al een OAS en in Taric is dit dan ook ingebouwd.
Omdat de Halon in cylinders zit geldt tevens het verbod op NIET hervulbare houders. Het moeten navulbare houders zijn. Daarom zal de aangever Y785 moeten invullen. Indien de Halon voor essentiële laboratorium- of analytische toepassingen zou zijn kan er in voorkomend geval gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op NIET navulbare houders. Dan moet de aangever Y791 invullen.
7.2 Correcties naar aanleiding van controles
De meeste controles worden ondervangen door CERTEX. Toch zullen er ook altijd nog controles worden uitgevoerd op goederen en hoeveelheden of waardes om te zien of die ook overeenstemmen met de aangiften. Dat kan op het handhavingsgebied van OAS maar kan ook een ander handhavingsgebied zijn zoals bijvoorbeeld fiscaal.
Indien een aangifte in controle valt kunnen daar dus correcties uit voortvloeien. Het kan zijn dat die gegevens raken aan die door CERTEX zijn gecontroleerd. Indien bij controle bijvoorbeeld bevindingen zijn op gebied van indeling of hoeveelheid, dan heeft dit gevolgen voor de reservering en afschrijving in de achterliggende vergunning in het OAS vergunningsysteem.
DMS doet een controle (validatie) voor aanvaarding en een reservering in het achterliggende vergunningsysteem na aanvaarding. Er zijn twee opties aanwezig na de correctie.
- CERTEX corrigeert achterliggende vergunningensysteem zonder foutmelding.
- CERTEX corrigeert achterliggende vergunningensysteem niet en geeft een foutmelding.
Voorbeeld:
Bij controle van een partij brandblusapparaten met Halon, een OAS gas, blijkt dat in de container een meerbevinding is aangetroffen. In DMS is een aantal aangegeven van 10 brandblusapparaten en er zijn bij controle 12 brandblusapparaten aangetroffen. In Certex zijn 10 stuks gecontroleerd, een meerbevinding van 2 stuks.
De correctie die gedaan moet worden kan gevolgen hebben voor de vergunning. In DMS dient een correctie gedaan te worden. De mogelijkheid bestaat dat de importeur niet gerechtigd is om deze extra hoeveelheid OAS in te voeren.
Aangiftebehandeling zal nu een verzoek tot correctie (RFI bericht) aan de indiener sturen of zelfstandig de GN-code aanpassen.
Vervolgens zal de verificatie en reservering via CERTEX nogmaals moeten plaatsvinden om de oude gegevens die zijn vergeleken te wissen en die tegen de nieuwe hoeveelheid aan te houden. Het kan zijn dat dit een toegestane hoeveelheid is. DMS corrigeert dan gelijk de eerdere reservering van hoeveelheid en andere gegevens via CERTEX.
Indien dit bij correctie een melding oplevert dat dit niet is toegestaan (de gecorrigeerde aangifte wordt niet aanvaard) dan mag de aangifte niet worden vrijgegeven en is er een onregelmatigheid. Afhankelijk van de overtreding volgt daar een afhandeling op.
Optie 1- Geen foutmelding. DMS/CERTEX corrigeert achterliggende vergunningsysteem
Zonder foutmelding uit CERTEX handelt u als volgt:
Werkzaamheden:
- De correcties worden conform beleid teruggestuurd naar de aangever met een RFI (request for information) om de aangifte op de geconstateerde afwijkingen aan te passen of de medewerker AB doet de correctie zelfstandig.
- U controleert de wijzigingen;
- Na de doorgevoerde correctie zal de aangifte opnieuw door CERTEX lopen en de eventuele gegevens in het achterliggende OAS vergunningsysteem aanpassen en opslaan, hier hoeft u verder niets voor te doen;
- U geeft de goederen vrij.
Let op!
Goederen waarbij OAS-gassen of apparatuur een rol spelen mogen niet voor einde verificatie worden vrijgegeven. Ook niet als de controle fiscaal is uitgezet! (Zie: artikel 194 lid 1 DWU)
Optie 2-Wel foutmelding. DMS/CERTEX corrigeert de aangifte met foutmelding niet in achterliggende vergunningsysteem
Het kan dat correcties als gevolg hebben dat het achterliggende vergunningsysteem een foutmelding terugstuurt. Dat kan bijvoorbeeld als een GN-code wordt gecorrigeerd waarvoor geen vergunning is afgegeven of dat er een maximale hoeveelheid wordt overschreden. De correctie kan dus leiden tot een foutmelding in CERTEX en dat kan leiden tot een onregelmatigheid. Dit hoeft echter niet. Daarom neemt u altijd contact op met de ILT, team broeikasgassen en brandstoffen en legt de casus voor.
Met foutmelding uit CERTEX handelt u als volgt:
Werkzaamheden:
- De correcties worden conform beleid teruggestuurd naar de aangever met een RFI (request for information) om de aangifte op de geconstateerde afwijkingen aan te passen, of de medewerker AB doet de correctie zelfstandig;
- U controleert de wijzigingen;
- Na de doorgevoerde correctie zal de aangifte opnieuw door CERTEX lopen en de eventuele gegevens in het achterliggende OAS vergunningsysteem;
- CERTEX geeft een foutmelding;
- U geeft de goederen niet vrij;
- U neemt contact op met het ILT, team broeikasgassen en brandstoffen, verstrekt de relevante gegevens van de casus en overlegt wat de opvolging moet worden. Zie voor adresgegevens de geblokte tekst.
- U legt de afgesproken opvolging vast in DMS bij bevindingen.
- U handelt verder de onregelmatigheid af in overleg met de ILT. (zie verder hoofdstuk 11 onregelmatigheden)
Let op!
Goederen waarbij OAS-gassen of apparatuur een rol spelen mogen niet voor einde verificatie worden vrijgegeven. Ook niet als de controle fiscaal is uitgezet! (Zie: artikel 194 lid 1 DWU).
De reden is duidelijk omdat in geval van onregelmatigheid het kan zijn dat de goederen niet op de markt (dus in het vrije verkeer) mogen worden gebracht.
- U controleert of de goederen toch niet al voorwaardelijk zijn vrijgegeven. Indien de goederen reeds voorwaardelijk zijn vrijgegeven, neemt u contact op met de aangever dat de goederen niet verder mogen worden vervoerd of weggevoerd en u vraagt waar de goederen zich fysiek bevinden (bevriezen van de situatie).
- U onderzoekt waarop de foutmelding betrekking heeft. Dat kan zijn een onjuiste GN-code in vergunning, andere hoeveelheid, andere partijen ingevoerd die geen vergunning hebben etc.
- U neemt contact op met ILT, team broeikasgassen en brandstoffen, verstrekt de relevante gegevens van de casus en overlegt wat de opvolging moet worden. Zie voor adresgegevens de geblokte tekst.
- U legt de afgesproken opvolging vast in het dossier bij bevindingen.
- U handelt verder de onregelmatigheid af in overleg met de ILT. (zie verder hoofdstuk 11 onregelmatigheden)
7.3 Ongeldig maken aangiften en gevolgen CERTX (werkzaamheden AB en KM)
7.3.1 Voor vrijgave van de goederen op verzoek van de aangever
Ongeldig maken van de aangifte voor vrijgave van de goederen voor de regeling. Dit heeft geen gevolgen voor CERTEX. De ongeldig making zal ervoor zorgen dat de definitieve afschrijving niet plaats vindt en annuleert de reservering in CERTEX.
Op verzoek van de aangever maakt de Douane een aanvaarde aangifte slechts ongeldig in de volgende twee gevallen:
- De goederen moeten aantoonbaar onder een andere regeling worden geplaatst;
- De plaatsing onder een bepaalde douaneregeling is niet meer gerechtvaardigd na het optreden van bijzondere omstandigheden.
Meer over het ongeldig maken op verzoek van de aangever voor vrijgave kunt u vinden in handboek douane onderdeel 12.00.00 plaatsing van goederen onder een douaneregeling hoofdstuk 11.2
7.3.2 Na vrijgave van de goederen op verzoek aangever
Ongeldig maken van de aangifte na vrijgave van de goederen, dan heeft de afschrijving al plaatsgevonden in CERTEX. Het ongeldig maken van de douaneaangifte zal ook gecorrigeerd moeten worden in het OAS-vergunningensysteem (terugdraaien van de afschrijving).
Let op!
90 dagen na vrijgave van de goederen is DMS niet meer aan te passen door aangiftebehandeling. Na 90 dagen volgt er dan ook geen taak meer voor aangiftebehandeling!
7.3.2.1 Situatie verzoek tot ongeldig making tot en met 90 dagen na vrijgave
De aangever kan tot 90 dagen na vrijgave een verzoek doen tot ongeldig maken van de aangifte. Hiervoor is een standaard instructie aanwezig bij aangiftebehandeling en deze werkzaamheden worden door aangewezen functionarissen gedaan.
Bij het ongeldig maken tot 90 dagen loopt het verzoek via DMS. De aangever doet een elektronisch verzoek. Na akkoord door aangiftebehandeling gaat er ook vanuit DMS een elektronisch bericht via CERTEX naar het achterliggende vergunningsysteem en worden daar eventuele wijzigingen in het systeem verwerkt.
Let op!
Standaardprocedure voor aangiftebehandeling is dat de aangever een nieuwe aangifte moet doen op moment van ongeldig maken. Bij hoeveelheidsreserveringen of koppeling van vergunning aan een aangiftenummer in achterliggende vergunningsysteem kan het zijn dat de nieuwe aangifte geweigerd wordt in DMS op basis van reeds afgeschreven vergunning of hoeveelheid. Het is dan zaak aan aangiftebehandeling om toch eerst de aangifte ongeldig te maken om voor de aangever de mogelijkheid te verschaffen om een nieuwe aangifte in te dienen.
7.3.2.2 Situatie verzoek tot ongeldig making aangifte vanaf 90 dagen na vrijgave
Een verzoek tot ongeldig maken van een aangifte na 90 dagen komt binnen bij Team terugbetaling, bezwaar en beroep van klantmanagement (hierna: team TBB).
Ongeldig maken kan slechts in bepaalde gevallen.
Meer over het ongeldig maken op verzoek van de aangever na vrijgave kunt u vinden in handboek douane onderdeel 12.00.00 plaatsing van goederen onder een douaneregeling hoofdstuk 11.3.
Werkzaamheden:
- Voordat team TBB een dergelijke beslissingen neemt bij goederen waar (mogelijk) OAS een rol spelen zal TBB de vraagbaak (EVOA en Milieugevaarlijke stoffen moeten raadplegen voordat de beschikking wordt opgesteld.
- TBB moet dan in de beschikking opnemen dat het corrigeren van het OAS-vergunningensysteem een verantwoordelijkheid is voor de aangever om dit uit te laten voeren bij de commissie die de vergunningen verstrekt. (Zie ook hoofdstuk 9.4).
- TBB meld de correctie in DOU-IT inclusief de beschikking.
- DLTC krijgt de melding binnen via DOU-IT.
- DLTC dossierhouder zorgt dat de melding en de relevante gegevens worden doorgegeven aan de ILT.
7.3.3 Ongeldig maken van rechtswege
De Douane kan volgens artikel 198 DWU een aangifte van rechtswege ongeldig maken in de volgende gevallen:
- Indien een van de verplichtingen betreffende het binnenbrengen niet is nagekomen of de goederen aan het douanetoezicht zijn onttrokken;
- Indien de goederen niet kunnen worden vrijgegeven om een van de volgende redenen:
- Het onderzoek van de goederen kon, om redenen die de aangever zijn te verwijten, niet binnen de door de Douane gestelde termijn worden aangevangen of voortgezet;
- De benodigde bescheiden zijn niet overlegd;
- De invoer- of uitvoerrechten werden niet binnen de gestelde termijn betaald, of er werd niet tijdig zekerheid gesteld;
- De goederen zijn onderworpen aan verboden of beperkingen;
- Indien de goederen na de vrijgave niet binnen een redelijke termijn zijn weggevoerd;
- Indien na vrijgave blijkt dat de goederen niet aan de voorwaarde voor vrijgave voldoen;
- Indien de goederen aan de staat worden afgestaan.
- Het onderzoek van de goederen kon, om redenen die de aangever zijn te verwijten, niet binnen de door de Douane gestelde termijn worden aangevangen of voortgezet;
Werkzaamheden:
- Beoordeel in die gevallen of de goederen reeds waren vrijgegeven of niet. Zolang de goederen niet zijn vrijgegeven heeft dit geen gevolgen voor de hoeveelheden die zijn gereserveerd in CERTEX.
- Indien de ongeldig making geschiedt naar aanleiding van een onregelmatigheid (bijvoorbeeld verplichte bescheiden zoals een conformiteitsverklaring die niet aanwezig is of geen- of foute etikettering) handel dan verder af conform hoofdstuk 11 onregelmatigheden van dit voorschrift.
- Indien de goederen al zijn vrijgeven handel verder conform 7.3.2. ongeldig maken aangiften afhankelijk van de tijd die is verstreken tussen de vrijgave van de aangifte en moment van ongeldig making.
Meer over de procedure van ongeldig making van de goederen kunt u vinden in het handboek douane onderdeel 12.00.00 plaatsing van goederen onder een douaneregeling hoofdstuk 11.
7.4 Controle op bewijsstukken en aanvullende referenties en overeenstemming
Veel punten worden al door CERTEX gecontroleerd. Een aantal codes die gebruikt worden in de aangiften in DMS zoals bewijsstukken of aanvullende referenties kunt u niet automatisch controleren. Wel geven codes in GE 12.03 en GE 12.04 bij OAS stoffen of apparaten dat bepaalde bescheiden en bewijs aanwezig zijn. Het zijn verklaringen van de aangever. In onderstaande tabel kunt u zien welke bescheidcodes in welke tabel en gegevenselement voor kunnen komen en of deze door CERTEX gecontroleerd of geregistreerd worden.
| tabel 213 / GE 1203 | | | controle door CERTEX |
| C701 | VERKLARING | Navulbare houder voor ozonafbrekende stoffen (artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2024/590), vergezeld van een conformiteitsverklaring, met inbegrip van bewijs van een bindende regeling voor het terugzenden van de houder met het oog op navulling (artikel 15, lid 3, van Verordening (EU) 2024/590) | Nee |
| E013 | UITVOERVERG./ONTH.GEREGULEERDE EN OZON-GEVAARLIJKE STOFFEN | Uitvoervergunning "gereguleerde stoffen" (ozon), afgegeven door de Commissie. | Ja |
| L100 | VERGUNNING GEREGULEERDE STOFFEN | Invoervergunning door de Commissie verleend "gereguleerde stoffen" (ozonlaag) | Ja |
| tabel 380 / GE 1204 | | | |
| Y784 | VERKLARING | Andere houders dan die welke onder de in Verordening (EU) 2024/590 vastgestelde invoer-/uitvoerverboden vallen | Nee |
| Y785 | VERKLARING | Navulbare houder voor ozonafbrekende stoffen (artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2024/590 | Nee |
| Y789 | VERKLARING | Vrijstelling van het verbod voor producten en apparatuur die halonen bevatten of nodig hebben voor hun werking (zie artikel 13, lid 1, punt h) (invoer) en artikel 14, lid 1, punt f) (uitvoer) van Verordening (EU) 2024/590) | Nee |
| Y790 | VERKLARING | Vrijstelling van het verbod voor ozonafbrekende stoffen, bestemd voor vernietiging of regeneratie (zie artikel 12, artikel 13, lid 1, punten d) en e) (invoer), van Verordening (EU) 2024/590), en voor producten en apparatuur (zie artikel 12 en artikel 13, lid 1, punt i) (invoer)) | Nee |
| Y791 | VERKLARING | Vrijstelling van het verbod voor ozonafbrekende stoffen, bestemd om te voorzien in essentiële laboratorium- en analytische toepassingen (zie artikel 8, artikel 13, lid 1, punt c) (invoer) en artikel 14, lid 1, punt a) (uitvoer) van Verordening (EU) 2024/590), en voor producten en apparatuur (zie artikel 11, lid 1, en artikel 13, lid 1, punt j) (invoer) en artikel 14, lid 1, punt g) (uitvoer) van Verordening (EU) 2024/590) | Nee |
| Y792 | VERKLARING | Andere stoffen, producten en apparatuur dan die welke onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/590 vallen | Nee |
| Y793 | VERKLARING | Producten en apparatuur die ozonafbrekende stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, die als persoonlijke bezittingen worden ingevoerd/uitgevoerd (artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2024/590) | Nee |
| Y795 | VERKLARING | Goederen die worden ingevoerd overeenkomstig artikel 15, lid 4, van Verordening (EU) 2024/590 betreffende de productie van trifluormethaan als bijproduct | Nee |
| Y796 | VERKLARING | Houders waarop een etiket is aangebracht overeenkomstig artikel 15, lid 5, van Verordening (EU) 2024/590 en die de ozonafbrekende stoffen bevatten die bestemd zijn voor de in de artikelen 6, 7, 8 en 12 van Verordening (EU) 2024/590 genoemde toepassingen | Nee |
| Y797 | VERKLARING | Identificatienummer van de registratie in het vergunningensysteem zoals omschreven in artikel 17, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2024/590 | Ja |
| Y798 | VERKLARING | Vermelding van de nettomassa aan ozonafbrekende stof(fen), ook wanneer verwerkt in producten en apparatuur | Ja |
| Y799 | VERKLARING | Nettomassa van de ozonafbrekende stof(fen) vermenigvuldigd met het ozonafbrekend vermogen van de ozonafbrekende stof(fen), ook wanneer verwerkt in producten en apparatuur | Ja |
Indien er aanvullende controles (niet geautomatiseerd) worden uitgevoerd zullen deze door DLTC worden aangestuurd. In de controleopdrachten zullen de aanwijzingen staan welke elementen en bescheiden gecontroleerd dienen te worden.
Deze kunnen onder andere zien op:
- Juist gebruik van vrijstellingen,
- Juiste indeling/overeenstemming met de goederen zoals aangegeven in de aangifte,
- Juiste houders,
- Conformiteitsverklaring houders,
- Hoeveelheid en gewicht OAS.
Controle op juist gebruik van vrijstellingen
Indien een onderneming een vrijstelling claimt zal die ook bewijsstukken hebben dat het voor dat doel bestemd is. Dit kan worden opgevraagd.
Op houders die de ozonafbrekende stoffen bevatten die bestemd zijn voor de in de artikelen 6, 7, 8 en 12 van deze verordening genoemde toepassingen wordt een etiket aangebracht met de duidelijke vermelding dat de stof alleen voor het desbetreffende doel mag worden gebruikt.
Om de overeenstemming van de geclaimde vrijstelling te controleren met de op de houders aanwezige etikettering kan een fysieke controle worden uitgeschreven.
Werkzaamheden gebruik vrijstellingen:
|
Overeenstemmingscontroles
Voor overeenstemming is de Douane in eerste instantie aangewezen op de bescheiden bij- en etikettering van de goederen. Bij twijfel kunnen er altijd monsters worden genomen. Voor monstername wordt gebruik gemaakt van het Meet en Monsternameteam van de ILT. In overleg met de ILT kan dat worden aangevraagd.
Gevaarlijke stoffen worden door de Douane niet zelfstandig bemonsterd. Er zijn wat uitzonderingen. Zie hiervoor handboek Douane 12.10.00 Monsterneming en monsteronderzoek. In de bijlage 6 bij dit handboek zijn de GN-codes van gevaarlijke stoffen opgenomen.
In het Handboek Douane 12.10.00 hoofdstuk 2.3.4 staat meer beschreven over de monsterneming gevaarlijke stoffen. Volg altijd de aanwijzingen op de controleopdracht nauwkeurig uit.
Werkzaamheden overeenstemmingscontrole:
|
Juiste houders en Conformiteitsverklaring houders (gasflessen) en gebruik code DMS (Y784, C701 en Y785)
De invoer, gebruik of uitvoer van niet-navulbare houders voor ozonafbrekende stoffen, hetzij leeg, hetzij geheel of gedeeltelijk gevuld, is verboden. Importeurs verstrekken op het moment dat de douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt ingediend hiervan de volgende gegevens aan de douane.
- Een conformiteitsverklaring aan de douaneautoriteiten;
- Waaruit blijkt dat er bindende regelingen zijn voor het terugzenden van die houders met het oog op navulling;
- Bewijsstukken waaruit blijkt welke regelingen gelden voor het terugzenden van de houder voor navulling.
Deze conformiteitsverklaring en de aanvullende bewijsstukken dient de aangever in de aangifte te vermelden in GE12.03 in DMS met de code C701.
In GE 12.04 moet de importeur de code Y785 gebruiken.
Bij het indienen van de aangifte kan er controle zijn op de aanwezigheid van de conformiteitsverklaring en op overeenstemming van de houders.
DMS geeft automatisch de mededeling bescheiden overleggen welke ingestuurd moeten worden naar de postbus van AB.
Werkzaamheden conformiteitsverklaring houders:
|
Controle op de vrijstelling voor gebruik NIET navulbare houders.
Indien de importeur of exporteur gebruik maakt van de vrijstelling voor niet navulbare houders geeft de onderneming dit aan middels de code Y784. Dit kan alleen in combinatie met het gebruik van de code Y791. De vrijstelling geldt namelijk alleen voor gebruik of als grondstof of ten behoeve van analytisch en laboratoriumgebruik. De controle op het gebruik van niet navulbare houders kan dus alleen in combinatie met controle op de vrijstelling plaatsvinden.
Bij gebruik van deze vrijstelling moet de aangever wel over voldoende bewijs beschikken dat de goederen voor dat betreffende doel bestemd zijn.
Controle op hoeveelheid en gewicht OAS
Controle op gewichten en hoeveelheden kunnen aan de hand van de bescheiden worden uitgevoerd. Eventueel kan er bij apparaten voor gekozen worden om fysiek de goederen op te nemen. Bij apparaten moet namelijk op de etiketten de hoeveelheid OAS worden vermeld.
Indien hier twijfels over de juistheid van de bescheiden over zijn kan een fysieke controle worden ingesteld.
7.5 Noodprocedure bij uitval DMS, CERTEX of OAS vergunningsysteem
Als DMS niet beschikbaar is, wordt teruggevallen op de reguliere noodprocedure waarbij aangevers OAS-aangiften kunnen indienen.
DLTC beoordeelt dan bedrijven of deze op de lijst staan van OAS-registraties. Hiervoor kan de database van de EU worden gebruikt (openbaar).
Is er WEL een registratie dan wordt de noodprocedure toegestaan en de goederen voorlopig vrijgegeven.
Heeft de aangever GEEN registratie dan wordt de noodprocedure niet toegestaan.
De aangever/indiener geeft alle goederen die via een noodprocedure al voorlopig zijn vrijgegeven alsnog aan in DMS wanneer het systeem weer beschikbaar is. Daarbij lopen ook weer alle controles door CERTEX.
Indien CERTEX en/of het OAS System niet beschikbaar is, kunnen OAS-aangiften via DMS niet aanvaard worden - deze worden afgewezen bij de pre-validatie.
Zodra de Douane een signaal heeft dat CERTEX of OAS vergunningsysteem niet beschikbaar is, gaat er direct een bericht naar de NHD/DCP. Zij plaatsen op de website een bericht dat voor goederen met verboden en beperkingen (die via CERTEX lopen) de noodprocedure gevolgd wordt.
Deze procedure is hetzelfde zoals in het scenario van "DMS niet beschikbaar" en ziet dus op handmatige controle van de registratie en daarmee de voorlopige vrijgave voor de goederen. De aangever/indiener geeft ook in dit geval alle goederen die via een noodprocedure al voorlopig zijn vrijgegeven alsnog aan in DMS wanneer het OAS vergunningsysteem of CERTEX weer beschikbaar is. Daarbij lopen ook weer alle controles door DMS en CERTEX.
7.6 Inslag in entrepot niet-Uniegoederen
Ook voor de regeling 71 (opslag in entrepot) is er een beschikbaarheidscheck en een hoeveelheidsreservering vanuit CERTEX ingebouwd. Dit betekent dat voor de aangifte voor opslag douane-entrepot de aangever in het bezit dient te zijn van een geldige registratie, een vergunning en zal er een hoeveelheid worden doorgegeven aan het achterliggende OAS vergunningsysteem. De opgegeven hoeveelheden zijn uitsluitend voor registratie en worden niet afgeschreven in het OAS vergunningsysteem. Maar dat maakt voor de invulling van de aangifte niet uit.
Dat betekent dat de aangifte de coderingen van in het vrije verkeer brengen volgt. Zie hiervoor hoofdstuk 7.1 van dit voorschrift.
7.7 Vervoer
Voor OAS-vergunningen zijn de douaneprocedures T1, T en TIR niet van toepassing op het proces hoeveelheidsreservering (alleen voor Beschikbaarheid controleren en Beschikbaarheid controleren met prevalidatie).
Dat betekent dat in de aangifte de coderingen van de aangever gecontroleerd wordt op registratie, en vergunning in het OAS vergunningsysteem.
7.8 Actieve veredeling en bijzondere bestemming
We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen het behandelen van een aangifte met alle controlemogelijkheden bij plaatsing onder de regelingen AV en BB en bij in het vrije verkeer brengen na plaatsing onder AV.
Plaatsing onder AV of BB kan op meerdere manieren;
- Normale aangifteprocedure (artikel 158 t/m 162 DWU); het controleren van een aangifte OAS of goederen met OAS zal gebeuren bij aangiftebehandeling omdat daar de aangifte ook wordt ingediend. Dit zal risicogericht gebeuren aangestuurd door DLTC.
- Vereenvoudigde aangifte (artikel 166 DWU); het behandelen van een vereenvoudigde aangifte zal gebeuren bij aangiftebehandeling omdat daar de aangifte ook wordt ingediend. Dit zal risicogericht gebeuren aangestuurd door DLTC.
Let op!
Er bestaat de mogelijkheid in artikel 166 lid 1 DWU om bewijsstukken (genoemd in artikel 163 DWU) weg te laten op moment van plaatsen. Deze zijn dan nog niet in bezit van de aangever.
Deze modaliteit is NIET mogelijk voor vergunningen met betrekking tot OAS!
De aangever MOET in het bezit zijn van zijn registratie en vergunning bij aanvaarding.
- Inschrijving in de administratie van de aangever (artikel 182 DWU); het behandelen van een aanbrengbericht zal gebeuren bij aangiftebehandeling omdat deze via DMS wordt ingediend. De aanvullende aangifte wordt ook via DMS ingediend. Controles zullen risicogericht gebeuren en worden aangestuurd door DLTC.
7.9 Passieve veredeling
(gereserveerd)