Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

11 Handelsbescheiden en gegevensvereisten inzake de douanewaarde

11.1 Algemeen

Op grond van artikel 2, tweede lid, GVo.DWU gelden vastgestelde gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften, kennisgevingen en bewijsstukken. De gegevensvereisten hebben betrekking op de uitwisseling en opslag van informatie.

Met de overgang van aangiftesysteem AGS naar aangiftesysteem DMS is het D.V.1-formulier vervallen. Het D.V.1-formulier werd gebruikt bij een aangifte waarbij de goederen in het vrije verkeer werden gebracht met toepassing van de transactiewaardemethode. Hierin waren de gegevensvereisten opgenomen met betrekking tot de aangegeven douanewaarde. Alle vereiste handelsbescheiden en gegevenselementen dienen nu te worden ingevuld in DMS. Een overzicht van actuele wijzigingen van het aangiftesysteem DMS is raadpleegbaar via bijgevoegde link.

Let op!  Let op!

Hoofdstuk 11 is een lastig leesbaar hoofdstuk door referenties naar verschillende delen en hoofdstukken van de bijlagen uit de GVo.DWU en de UVo.DWU. De bijlagen uit de GVo.DWU en UVo.DWU zijn zeer uitgebreid en complex weergegeven. In Nederland zijn de gegevensvereisten uitgewerkt in Bijlage VIa van de Algemene douaneregeling. Hoofdstuk 11 probeert de relevante informatie met betrekking tot de douanewaarde zo goed als mogelijk inzichtelijk te maken. De gegevensrubrieken, omschrijvingen en aantekeningen zijn bovendien verwerkt in de douaneaangiftesystemen zoals DMS. Hoofdstuk 11 is dus met name bedoeld voor diegenen die meer willen weten over de wettelijke grondslag achter die systemen. De verschillende gegevensvereisten zijn ook opgenomen in het Codeboek Douane.

11.1.1 Systematiek

In Bijlage B van de GVo.DWU staan de gemeenschappelijke gegevensvereisten voor aangiften, kennisgevingen en bewijs van de douanestatus van Uniegoederen.

In de delen 1 tot en met 12 van Hoofdstuk 3, Titel I, van Bijlage B bij de GVo.DWU zijn de gegevensvereisten van alle soorten douaneaangiften, kennisgevingen en bewijsstukken in tabelvorm opgenomen. In deel 13 staan de aantekeningen die horen bij (aantekening)nummers die op verschillende plekken in de tabellen zijn opgenomen. In die aantekeningen staan bijzondere situaties of uitzonderingen vermeld die van toepassing (kunnen) zijn.

De gegevenselementen die starten met het getal 14 hebben betrekking op de douanewaarde of belastingen. Of de douanewaarde of onderdelen daarvan in een aangifte dienen te worden vermeld, staat in de delen 1 tot en met 12 van Hoofdstuk 3, Titel I, van Bijlage B bij de GVo.DWU. De gegevenselementen die beginnen met getal 14 vormen samen groep 14.

Een overzicht van de gegevensvereisten met betrekking tot groep 14 in de verschillende soorten douaneaangiften is uitgewerkt in onderstaande bijlage.

Nadere informatie over de gegevenselementen van groep 14 (Informatie over douanewaarde/Belastingen) is te vinden in Titel II ‘Aantekeningen op de gegevensvereisten’, van Bijlage B bij de GVo.DWU.

Voor specifieke onderdelen uit groep 14 (Informatie over douanewaarde/Belastingen) is voorzien in specifieke subcodes. Deze subcodes zijn opgenomen in Titel II van Bijlage B bij de UVo.DWU en zijn hieronder uitgewerkt.

  1. 14 04 008 000 Bijtel- en aftrekposten, code
  2. 14 07 000 000 Waarderingsindicatoren
  3. 14 10 000 000 Waarderingsmethode

Ad. 1

De codes voor de bijtel- en aftrekelementen als bedoeld in de artikelen 71 en 72 DWU (hier: onderdelen A en B) zijn tevens opgenomen in onderdeel 791 van het Codeboek DWU Aangiftebehandeling.

Bijtelposten voor het bepalen van de douanewaarde (zoals bepaald in de artikelen 70 en 71 DWU):

CodeBeschrijving
ABCommissies en courtage, met uitzondering van inkoopcommissies.
ADBergingsmiddelen en verpakking.
AEMaterialen, samenstellende delen, onderdelen en dergelijke die in de ingevoerde goederen worden verwerkt.
AFWerktuigen, matrijzen, gietvormen en dergelijke voorwerpen die bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen worden gebruikt.
AGMaterialen die bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen worden verbruikt.
AHEngineering, ontwikkeling, werken van kunst, ontwerpen, en tekeningen en schetsen die buiten de Europese Unie zijn verricht of vervaardigd en die noodzakelijk zijn voor de productie van de ingevoerde goederen.
AIRoyalty’s en licentierechten.
AJOpbrengst van elke latere wederverkoop, overdracht of gebruik die de verkoper ten goede komt.
AKKosten van vervoer, van laden en behandelen en van verzekering tot de plaats van binnenkomst in de Europese Unie.
ALIndirecte betalingen en andere betalingen (artikel 70 DWU).
ANBijtelposten op basis van een beschikking gegeven overeenkomstig artikel 71 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446.

Aftrekposten voor het bepalen van de douanewaarde (zoals bepaald in artikel 72 DWU) en kortingen (zoals bepaald in artikel 130 UVo.DWU):

CodeBeschrijving
BAKosten van vervoer na aankomst op de plaats van binnenbrengen.
BBKosten van constructiewerkzaamheden, installatie, montage, onderhoud of technische bijstand na de invoer.
BCInvoerrechten of andere heffingen die in de Unie vanwege de invoer of de verkoop van goederen dienen te worden voldaan.
BDRentelasten.
BEKosten ter verkrijging van het recht tot verveelvoudiging van de in de Europese Unie ingevoerde goederen.
BFInkoopcommissies.
BGAftrekposten op basis van een beschikking gegeven overeenkomstig artikel 71 GVo.DWU.
BHKortingen en het bedrag ervan die op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte de kortingen en het bedrag ervan in de verkoopovereenkomst waren opgenomen (als bepaald in artikel 130, eerste lid, UVo.DWU).
BIKortingen voor vervroegde betaling voor goederen waarvoor de prijs op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte niet werkelijk is betaald (als bepaald in artikel 130, tweede lid, UVo.DWU).

Bijtelposten voor het bepalen van de btw-grondslag (artikel 86 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde):

CodeBeschrijving
CABijkomende kosten zoals kosten van commissie, verpakking, vervoer en verzekering die worden gemaakt vanaf de eerste plaats van binnenkomst van het douanegebied van de EU tot aan de eindbestemming binnen het grondgebied van de lidstaat van invoer overeenkomstig artikel 86, eerste lid, onderdeel b), van de Btw-richtlijn.

Bijtelposten voor het bepalen van de statistische waarde (Bijlage V, Hoofdstuk II, afdeling 10, vierde lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 van de Commissie):

CodeBeschrijving
EADe kosten voor vervoer en verzekering die worden gemaakt om de goederen vanaf de plaats van hun vertrek te leveren tot de grens van de lidstaat waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de vrijgave ervan voor de douaneregeling.

Aftrekposten voor het bepalen van de statistische waarde:

CodeBeschrijving
FADe kosten die worden gemaakt om de goederen te leveren vanaf de plaats aan de grens van de lidstaat waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van de vrijgave ervan voor de douaneregeling tot de plaats waar zij worden geleverd.
Let op!  Let op!

De subcodes BH en BI (prijskortingen op grond van artikel 130 UVo.DWU), CA (bijtelposten voor de heffingsmaatstaf voor de omzetbelasting bij invoer), EA en FA (bij- en aftrekposten voor het bepalen van de statistische waarde) ontbreken tot op heden in het Codeboek DWU Aangiftebehandeling. De codes voor de bijtel- en aftrekelementen moeten uiterlijk 1 maart 2028 in werking zijn getreden (zie bijlage in paragraaf 11.1.1). Nederland kiest ervoor subcodes BH, BI, CA, EA en FA op een later moment op te voeren.

Ad. 2

De codes voor de waarde-indicatoren zijn tevens opgenomen in onderdeel A02 van het Codeboek DWU Aangiftebehandeling.

De code omvat vier cijfers, die elk ofwel 0 ofwel 1 zijn. Iedere 1 of 0 geeft aan of een waarderingsindicator relevant is of niet voor de waardering van de betrokken goederen.

PlaatsBetekenis
1e cijferVerbonden partijen, al dan niet met prijsbeïnvloeding.
2e cijferBeperkingen ten aanzien van de overdracht of het gebruik van de goederen door de koper overeenkomstig artikel 70, derde lid, onderdeel a, DWU.
3e cijferDe verkoop of de prijs is afhankelijk gesteld van enige voorwaarde of prestatie overeenkomstig artikel 70, derde lid, onderdeel b, DWU.
4e cijferDe verkoop is onderworpen aan een regeling waarbij een deel van de opbrengst van de latere wederverkoop, overdracht of gebruik direct of indirect ten goede komt van de verkoper.
Ter informatie!  Voorbeeld

Goederen die worden verhandeld tussen verbonden partijen, maar zich niet in een van de andere onder het 2e, 3e en 4e cijfer beschreven situaties bevinden, krijgen als code de combinatie “1000”.

Ad. 3

De codes voor de toegepaste waarderingsmethode zijn tevens opgenomen in onderdeel 604 van het Codeboek DWU Aangiftebehandeling.

De bepalingen op grond waarvan de douanewaarde van ingevoerde goederen wordt vastgesteld, worden als volgt gecodeerd:

CodeToepasselijk artikel van het DWUMethode
1Artikel 70Transactiewaarde van de ingevoerde goederen
2Artikel 74, tweede lid, onderdeel aTransactiewaarde van identieke goederen
3Artikel 74, tweede lid, onderdeel bTransactiewaarde van soortgelijke goederen
4Artikel 74, tweede lid, onderdeel cAftrekmethode
5Artikel 74, tweede lid, onderdeel dMethode van de berekende waarde
6Artikel 74, derde lidMethode met gebruikmaking van redelijke middelen (fall-back methode)

11.1.2 Afronding van de douanewaarde en invoerrechten

Op grond van artikel 7:9 van de Algemene douanewet zijn er, bij regeling van Onze Minister van Financiën, regels gesteld met betrekking tot de afronding van bedragen die dienen als grondslag voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies. Ook de afronding van het bedrag aan rechten wordt in dit artikel geregeld.

Artikel 8:3, eerste lid, van de Algemene douaneregeling regelt dat de douanewaarde rekenkundig moet worden afgerond op centen. Ook het bedrag aan invoerrechten wordt rekenkundig afgerond op centen (artikel 8:5, eerste lid, van de Algemene douaneregeling).

11.1.3 Andere personen dan de aangever

Niet alleen de aangever is verplicht de vereiste gegevens en handelsbescheiden te overleggen voor het bepalen van de douanewaarde. Ook degenen die direct of indirect betrokken zijn bij het in het vrije verkeer brengen van de goederen, zijn verplicht de noodzakelijke informatie te verstrekken. Deze informatieplicht staat in artikel 15, eerste lid, DWU.

Dat kunnen bijvoorbeeld zijn: de fabrikant, de leverancier, de agent, de koper, de importeur, de houder van een bepaald recht, de vervoerder, de bank van de importeur en een met de indiener verbonden (rechts)persoon. Zie Commentaar 6, punten 11 en 12 van het EU Valuation Compendium 2025.

11.2 Gegevensvereisten bij toepassing transactiewaardemethode

De gegevensvereisten hebben betrekking op de transactie(s) die voor het vaststellen van de douanewaarde wordt/worden gebruikt.

Als een aangifte voor het brengen in het vrije verkeer wordt gedaan voor goederen die op basis van verschillende transacties zijn geleverd, moeten de gegevensvereisten voor elke transactie afzonderlijk worden ingevuld.

Let op!  Let op!

Hoewel de gegevens van meerdere facturen kunnen worden opgenomen in de aangifte, kan er in een aangifte slechts sprake zijn van één koper en één verkoper. Het is niet mogelijk om in één douaneaangifte verschillende partijen goederen van verschillende verkopers aan te geven.

Als er bij binnenkomst in de Unie sprake is van opeenvolgende transacties moeten de gegevens worden vermeld die behoren bij de verkoop voor uitvoer, als bedoeld in artikel 70, eerste lid, DWU juncto artikel 128 UVo.DWU, waarop de douanewaarde is gebaseerd (zie paragraaf 2.2).

Ter informatie!  Voorbeeld

Goederen bevinden zich in een douane-entrepot en worden in het vrije verkeer gebracht. Een aangever doet voor importeur C een aangifte en vult de betreffende gegevenselementen in. De aangever beschikt over alle gegevens van de transactie van A aan B (die heeft plaatsgevonden voor het binnenbrengen) en van de transactie van B aan C (die heeft plaatsgevonden tijdens opslag in het douane-entrepot). De douanewaarde wordt gebaseerd op de transactie tussen A en B. Ook al is in dat geval importeur C als " importeur" op de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer vermeld, in de betreffende gegevenselementen moeten A en B als verkoper respectievelijk koper worden vermeld. De andere gegevens van de aangifte met betrekking tot de douanewaarde moeten ook betrekking hebben op de in de aangifte gebruikte transactie tussen A en B.

11.2.1 Ontheffing voor verstrekken gegevensvereisten

In bepaalde gevallen is de aangever niet verplicht gegevens en handelsbescheiden te verstrekken inzake de douanewaarde. Ten aanzien van de aangiften voor het brengen in het vrije verkeer H1 en I1 in Nederland, hoeft geen informatie te worden verstrekt over bijtel- en aftrekposten wanneer de douanewaarde wordt vastgesteld op basis van een subsidiaire waarderingsmethode (aantekening 10) of als wordt voldaan aan ten minste één van de in aantekening 14 gestelde voorwaarden, behoudens wanneer dit onmisbaar is voor de juiste vaststelling van de douanewaarde (aantekening 14).

In Bijlage B bij de GVo.DWU wordt de lidstaten de ruimte geboden de volgende ontheffingen te verlenen:

Aantekening 10:

"De lidstaten kunnen van deze informatie, voor zover zij betrekking heeft op de douanewaarde, afzien wanneer de douanewaarde van de betrokken goederen niet kan worden vastgesteld met toepassing van artikel 70 van het wetboek."

Aantekening 14:

"Behoudens wanneer dit onmisbaar is voor de juiste vaststelling van de douanewaarde, ziet de lidstaat van aanvaarding van de aangifte af van de eis deze informatie te verstrekken:

  • wanneer de douanewaarde van de ingevoerde goederen per zending niet hoger is dan 20 000 EUR, voor zover het geen deelzendingen of meervoudige zendingen betreft welke door eenzelfde afzender aan eenzelfde geadresseerde worden verzonden; of
  • wanneer het invoer betreft waaraan elk handelskarakter vreemd is; of
  • ten aanzien van de regelmatige invoer van goederen die het voorwerp uitmaken van transacties gesloten onder dezelfde handelsvoorwaarden tussen dezelfde verkoper en dezelfde koper."

Genoemde aantekeningen zijn opgenomen in Bijlage B, Titel I, Hoofdstuk 3, deel 13, van de GVo.DWU. In beide aantekeningen wordt verwezen naar “deze informatie”. Het gaat dan om informatie die is opgenomen in het gegevenselement, waarbij een verwijzing naar de aantekening is geplaatst. Een en ander betekent dat lidstaten kunnen afzien van het volgende:

  • Informatie over bijtel- en aftrekposten bij uitvoer (deel 2) als wordt voldaan aan de voorwaarden uit aantekening 10 of 14.
  • Informatie over bijtel- en aftrekposten bij invoer (deel 11) als wordt voldaan aan de voorwaarden uit aantekening 10 of 14.
  • Informatie over waarderingsindicatoren bij invoer als wordt voldaan aan de voorwaarden uit aantekening 10 of 14.
  • Informatie over leveringsvoorwaarden bij invoer als wordt voldaan aan de voorwaarden uit aantekening 10.

Nederland heeft ervoor gekozen aantekening 10 en 14 alleen te implementeren waar het gaat om informatie over bijtel- en aftrekposten bij aangifte voor het brengen in het vrije verkeer (H1 en I1), zoals blijkt uit Bijlage VIa, Titel I, onderdeel D, tabel 5 (invoerregelingen) van de Algemene douaneregeling. De aantekeningen zijn niet opgenomen in Bijlage VIa, Titel I, onderdeel D, tabel 1 (uitvoerregelingen) van de Algemene douaneregeling.

11.2.2 Facturen

De douanewaarde voor het in het vrije verkeer brengen van goederen wordt primair bepaald met gebruik van de transactiewaardemethode. De aangever moet om de juiste keuzes uit de gegevenselementen te kunnen maken en om de juiste gegevensrubrieken in te kunnen vullen, in bezit zijn van (een afschrift van) de handelsfactuur. De factuur van de ingevoerde goederen is een bewijsstuk en moet ter beschikking van de douaneautoriteiten staan op het tijdstip waarop de douaneaangifte wordt ingediend (artikel 163, eerste lid, DWU juncto artikel 145, UVo.DWU).

Een factuur voldoet in de regel aan de factuurvereisten zoals die zijn opgenomen in artikel 35a van de Wet op de omzetbelasting 1968. Op een factuur worden onder andere de volgende elementen vermeld:

  • de naam en het adres van de leverancier (verkoper) en van de afnemer (koper);
  • een omschrijving van de goederen (soort en hoeveelheid);
  • de prijzen (eenheid en totaal);
  • de plaats en datum van de levering;
  • de overeengekomen leveringsvoorwaarden;
  • de wijze van vervoer;
  • de betalingsconditie;
  • een eventuele ondertekening.

Het is in de internationale goederenhandel gebruikelijk om zogenoemde Incoterms te vermelden op de factuur. In de regel voorzien Incoterms in afspraken over hoe de transport- en verzekeringskosten worden verdeeld en wanneer de risico’s ten aanzien van de goederen overgaan van de verkoper naar de koper. Wanneer er geen Incoterms zijn vermeld op de factuur en deze ook niet blijken uit andere handelsbescheiden, wordt uitgegaan van een Ex Works (EXW)-leveringsvoorwaarde.

11.2.3 Factuur van koper, pro forma factuur of waardeverklaring

De verkoper maakt meestal de factuur op. Een bescheid dat in het handelsverkeer een vergelijkbare functie kan vervullen is het bescheid waarin de koper verklaart de goederen te hebben ontvangen (ontvangstbevestiging). In dat geval vermeldt de koper ook de prijs van de goederen. Het feit dat de koper dit bescheid heeft opgemaakt in plaats van de verkoper, kan geen reden zijn om een dergelijk bescheid te weigeren. Van geval tot geval onderzoekt de douaneautoriteit of het bescheid voor de beoordeling van de douanewaarde kan worden aanvaard. Daarbij houdt de douaneautoriteit rekening met de controlemogelijkheden van de daarin opgenomen gegevens, de betrouwbaarheid van de koper en de nadere gegevens uit het verkoopcontract. Zie Commentaar 6, punt 9 van het EU Valuation Compendium 2025.

Soms is er voor de goederen waarvan de douanewaarde moet worden vastgesteld (nog) geen factuur opgemaakt. Dan kunnen in plaats daarvan de gegevens van bijvoorbeeld een pro forma factuur, een factuur “for customs purpose only” of een voorlopige factuur worden opgenomen. Bij twijfel kan de Douane verzoeken om de definitieve factuur.

Wanneer er (nog) geen definitieve factuur aanwezig is op het moment van aangifte kan dat twee dingen betekenen:

  1. De pro forma factuur, factuur “for customs purpose only” of de voorlopige factuur dient als definitieve factuur, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
  2. De werkelijk betaalde of te betalen prijs staat nog niet vast op het moment van de aangifte en hangt af van objectieve en vooraf bepaalde factoren die buiten de wil van partijen tot stand komen nadat de goederen zijn binnengebracht.

Ad. 1

In uitzonderlijke gevallen beschikt de koper, ook na verzoek door de Douane, niet over een definitieve factuur. De bewijsstukken met betrekking tot de douanewaarde worden enkel aanvaard als de daarin vermelde gegevens juist zijn en de waarde van de goederen weerspiegelen. Dit houdt in dat de transactiewaarde terecht moet zijn gebruikt en de aangegeven transactiewaarde is te herleiden uit de handelsbescheiden. In die gevallen kunnen de pro forma factuur, de factuur “for customs purpose only” of de voorlopige factuur worden gebruikt als bewijsstuk ter ondersteuning van de aangegeven transactiewaarde.

Ad 2.

Wanneer de werkelijk betaalde of te betalen prijs nog niet vaststaat, moet worden nagegaan of deze i) afhangt van elementen met betrekking tot de goederen waarvan de waarde niet kan worden vastgesteld of ii) afhangt van objectieve en vooraf bepaalde factoren die buiten de wil van partijen na het binnenbrengen van de goederen tot stand komen. In het eerste geval kan de transactiewaardemethode niet worden toegepast. In de tweede situatie kan de transactiewaardemethode wél worden toegepast, mits:

  • de verkoopovereenkomst is gesloten voordat de goederen zijn binnengebracht in het douanegebied van de Unie; en
  • de werkelijk betaalde of te betalen prijs vaststond voordat de goederen zijn binnengebracht in het douanegebied van de Unie; of
  • de werkelijk betaalde of te betalen prijs afhangt van objectieve en vooraf bepaalde factoren die buiten de wil van partijen tot stand komen (HvJ EU 15 mei 2025, C-782/23, Tauritus, ECLI:EU:C:2025:353).

In die gevallen dient op basis van de bovengenoemde bescheiden een onvolledige aangifte te worden gedaan als bedoeld in artikel 166 DWU. Wanneer de definitieve factuur in het bezit komt van de koper zal hij een aanvullende aangifte, in de zin van artikel 167 DWU, moeten indienen, waarin de juiste gegevens van de transactie zijn opgenomen.

Een zogenaamde waardeverklaring, die meestal is opgemaakt door de aangever of de importeur, kan nooit een factuur vervangen. Bij de overlegging van zo'n verklaring bij de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer is meestal geen sprake van een verkoop en kan de transactiewaardemethode van de ingevoerde goederen niet worden toegepast. Zie Commentaar 6, punt 10, letter b van het EU Valuation Compendium 2025.

11.2.4 Andere handelsbescheiden

Om de douanewaarde vast te stellen, zijn naast een factuur vaak ook andere handelsbescheiden vereist. Voorbeelden zijn het koopcontract of bescheiden met betrekking tot:

  • de verbondenheid van (rechts)personen;
  • de betrokkenheid van tussenpersonen;
  • de financiële aspecten en betalingsaspecten;
  • de royaltyverplichtingen; en/of
  • het vervoer en/of de verzekering.

Mogelijk zijn ook de bescheiden in verband met de kosten van belang voor wat betreft:

  • de verpakkingsmiddelen en het verpakken van de ingevoerde goederen;
  • de goederen en diensten die de koper gratis of tegen een verminderd bedrag heeft geleverd (toeleveringen);
  • de be- of verwerking;
  • de handelingen in verband met het vervoer; en/of
  • de gebruikelijke behandelingen in douane-entrepots of behandelingen in ruimten voor tijdelijke opslag.

In Commentaar 6, punt 7 van het EU Valuation Compendium 2025 is een niet-uitputtende lijst opgenomen van handelsbescheiden die de Douane kan opvragen.

11.2.5 Documentatieverplichting verrekenprijzen

Voor de onderbouwing van de gehanteerde verrekenprijzen tussen verbonden multinationale ondernemingen geldt sinds 1 januari 2016 een gestandaardiseerde documentatieverplichting in Nederland en veel OESO-landen. Deze documentatieverplichting vindt zijn basis in action 13 van het ‘Base Erosion Profit Shifting’ (BEPS) project, gericht op het verschaffen van meer transparantie door multinationale ondernemingen.

De regelgeving omtrent de documentatieverplichting is primair van belang voor de onderbouwing van verrekenprijzen, maar bevat ook relevante informatie voor andere onderdelen van de douanewaarde, zoals toeleveringen en royalty’s.

Omdat vennootschappen met meer dan € 50 miljoen respectievelijk € 750 miljoen aan geconsolideerde omzet verplicht zijn om het groeps- en lokaal dossier (‘masterfile’ en ‘local file’) respectievelijk landenrapport (‘country-by-country report’) op te stellen, kunnen deze gegevens in verband met de vervulling van de douaneformaliteiten of douanecontroles worden opgevraagd door de behandelend ambtenaar van de Douane op grond van artikel 15 DWU juncto artikel 163 DWU.

De behandelend ambtenaar van de Douane kan voor de beoordeling van de verrekenprijzen en de doorwerking ervan in de douanewaarde een verzoek indienen bij het Landelijk Waarde Team (hierna: LWT). Ook externe partijen kunnen hiervoor een verzoek indienen bij het LWT. Een dergelijk verzoek kan worden ingediend bij het LWT via het e-mailadres: douane.landelijk.waarde.team@douane.nl.

11.3 Gegevensvereisten voor subsidiaire waarderingsmethoden

Voor de transactiewaardemethode zijn alle in groep 14 van Titel II van Bijlage B bij de GVo.DWU (Informatie over douanewaarde/Belastingen) genoemde gegevenselementen van toepassing. Echter, voor de subsidiaire waarderingsmethoden gelden bepaalde gegevensvereisten niet. Zo behoeft bijvoorbeeld het factuurbedrag (14 08 000 000) en de valuta waarin de factuur is betaald (14 05 000 000) niet te worden aangegeven als de transactiewaardemethode niet is gebruikt, omdat er geen factuur aan de basis van de invoer zal liggen. Dit kan echter weer wel het geval zijn als de methode met gebruikmaking van redelijke middelen is gebruikt met soepele toepassing van de transactiewaardemethode.

Ten aanzien van de in paragraaf 11.1.1 genoemde codes, die zijn uitgesplitst in Bijlage B bij de UVo.DWU, geldt het volgende:

  1. 14 04 008 000 Bijtel- en aftrekposten, code
  2. 14 07 000 000 Waarderingsindicatoren
  3. 14 10 000 000 Waarderingsmethode

Ad. 1

De reguliere bijtel- en aftrekposten als bedoeld in artikel 71 en 72 DWU vinden geen toepassing wanneer subsidiaire waarderingsmethoden worden toegepast. In het geval van de transactiewaardemethode van identieke of soortgelijke goederen zijn de bijtel- en aftrekposten verdisconteerd in de douanewaarde. De aftrekmethode en de methode van de berekende waarde hebben elk een geheel eigen berekeningswijze die weliswaar op bepaalde punten overeenkomen met de elementen uit artikel 71 en 72 DWU. Onder toepassing van de methode met gebruikmaking van redelijke middelen waarbij de transactiewaardemethode met redelijke soepelheid wordt gebruikt, spelen de bijtel- en aftrekposten als bedoeld in artikel 71 en 72 DWU wel een rol.

Nederland heeft er op grond van aantekening 10 in Bijlage VIa, titel I, onderdeel E, van de Algemene douaneregeling van afgezien informatie te vereisen over de reguliere bijtel- en aftrekposten wanneer in de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer gebruik is gemaakt van een subsidiaire waarderingsmethode (zie paragraaf 11.2.1). In diezelfde aantekening is echter ook bepaald dat in die gevallen, waarin artikel 70 DWU niet wordt gebruikt voor vaststelling van de douanewaarde, de aangever alle andere informatie verstrekt die nodig kan zijn om de douanewaarde vast te stellen.

Ten aanzien van de gegevensvereisten zijn de codes A (AB t/m AN) en B (BA t/m BI) enkel van toepassing op de transactiewaardemethode en niet op de subsidiaire waarderingsmethoden. De codes CA, EA, FA voor de omzetbelasting bij invoer en voor de statistiek zijn op alle waarderingsmethoden van toepassing.

Ad. 2

De waarderingsindicatoren gaan over de toepasbaarheid van de transactiewaardemethode. Aan de hand van deze methoden worden de voorwaarden uit artikel 70, derde lid, DWU getoetst. Derhalve is dit element niet van toepassing op de subsidiaire waarderingsmethoden.

Ad. 3

In de waarderingsmethode wordt door middel van een code 1 t/m 6 aangegeven welke waarderingsmethode wordt toegepast voor de berekening van de douanewaarde. Deze code moet daarom bij alle waarderingsmethoden worden ingevuld.

11.4 Gegevensvereisten voor andere aangiften dan aangiften voor het brengen in het vrije verkeer

De gegevensvereisten voor andere douaneaangiften dan voor aangiften voor het brengen in het vrije verkeer zijn eveneens opgenomen in Hoofdstuk 3, Titel I, van Bijlage B van de GVo.DWU. Het overzicht van gegevensvereisten per aangiftesoort is opgenomen in de bijlage uit paragraaf 11.1.1. Behalve voor de (vereenvoudigde) aangifte voor het brengen in het vrije verkeer (H1 en I1) zijn er geen ontheffingen als bedoeld in paragraaf 11.2.1 van toepassing.