13 Bijlage 2. Beheer van een douane-entrepot
13.1 Beheer
Een vergunning douane-entrepot wordt slechts verleend aan de persoon die het beheer heeft.
Bij de toets of sprake is van 'beheer van een douane-entrepot' wordt gekeken naar de volgende aspecten:
- waarborgen bieden voor het goede gebruik van de regeling (artikel 211, lid 3 letter b DWU)
- administratie (zie voor informatie hierover hoofdstuk 3 van dit onderdeel)
- maatregelen om ervoor te zorgen dat goederen niet aan het douanetoezicht worden onttrokken (zie voor informatie hierover hoofdstuk 3 van dit onderdeel)
- verplichtingen die voortvloeien uit de opslag van goederen (zie voor informatie hierover hoofdstuk 3 van dit onderdeel)
Al deze aspecten moeten worden getoetst, voordat de conclusie kan worden getrokken dat sprake is van 'beheer van een douane-entrepot'. Hierna wordt op het aspect 'waarborgen bieden voor het goede gebruik van de regeling' nader ingegaan.
13.2 Waarborgen bieden voor het goede gebruik van de regeling
Een vergunning voor de regeling douane-entrepot kan alleen worden verleend als de aanvrager de nodige waarborgen biedt voor het goede gebruik van de regeling.
(artikel 211, lid 3 letter b DWU)
Hiervoor is het nodig dat de aanvrager van de vergunning douane-entrepot de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft en/of de economische beschikkingsmacht over de goederen.
De aanvrager van de vergunning moet minimaal één van de vormen van beschikkingsmacht hebben.
Heeft een persoon noch de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie, noch de economische beschikkingsmacht over de goederen, dan is geen sprake van beheer van een douane-entrepot. De vergunning douane-entrepot kan in dit geval niet worden verleend.
13.3 Fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie
Een opslaglocatie kan worden opgenomen in een vergunning douane-entrepot als de aanvrager van de vergunning de fysieke beschikkingsmacht over deze locatie heeft. Met de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie wordt bedoeld dat de aanvrager van de vergunning als eigenaar of huurder (een deel van) de opslaglocatie fysiek tot zijn beschikking heeft.
Als een persoon de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft, dan heeft deze persoon daarmee ook de fysieke beschikkingsmacht over de daar opgeslagen goederen. Een persoon die niet de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft, kan niet de fysieke beschikkingsmacht over de goederen hebben.
Let op!
Een persoon die een overeenkomst sluit met de eigenaar of huurder van de opslaglocatie waarin is vermeld dat deze persoon toegang heeft tot de goederen tijdens de opslag, de goederen binnen de opslaglocatie kan verplaatsen, bepaalt hoe en waar de goederen worden opgeslagen, de volledige douaneafhandeling verzorgt en een passende administratie voert, wordt aangemerkt als een persoon die de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft.
Als een persoon een dergelijke overeenkomst sluit, maar in de praktijk blijkt dat hetgeen in de overeenkomst is vermeld niet het geval is of niet zo wordt uitgevoerd, dan heeft deze persoon niet de daadwerkelijke fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie.
13.4 Economische beschikkingsmacht over de goederen
Met economische beschikkingsmacht over de goederen wordt bedoeld de macht om te bepalen wat er met de goederen moet gebeuren in het economische verkeer. Denk hierbij aan welke goederen worden opgeslagen, onder welke volgende douaneregeling de goederen worden geplaatst en wanneer de goederen worden verkocht.
De economische beschikkingsmacht over de goederen ligt meestal bij de importeur en/of de eigenaar van de goederen.
Als de aanvrager van de vergunning wel de economische beschikkingsmacht over de goederen heeft, maar niet de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie, dan kan deze locatie alleen worden opgenomen in de vergunning douane-entrepot nadat de persoon die wel de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend. De persoon die de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft, moet ook verklaren alle nodige bijstand te zullen verlenen voor het vervullen van douanecontroles.
13.5 Voorbeelden
Hierna volgen 6 voorbeelden van gevallen die zich in de praktijk kunnen voordoen:
- Een importeur vraagt een vergunning douane-entrepot aan voor een eigen opslaglocatie (voorbeeld 1).
- Een importeur wil een vergunning douane-entrepot uitbreiden met een eigen opslaglocatie (voorbeeld 2).
- Een importeur wil een vergunning douane-entrepot uitbreiden met een opslaglocatie van een derde (voorbeeld 3).
- Een logistiek dienstverlener vraagt een vergunning douane-entrepot aan voor een eigen opslaglocatie (voorbeeld 4).
- Een logistiek dienstverlener wil een vergunning douane-entrepot uitbreiden met een eigen opslaglocatie (voorbeeld 5).
- Een logistiek dienstverlener wil een vergunning douane-entrepot uitbreiden met een opslaglocatie van een derde (voorbeeld 6).
Voorbeeld 1
Een importeur vraagt een vergunning douane-entrepot aan voor een eigen opslaglocatie.
De importeur heeft de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie. De importeur heeft daarnaast de economische beschikkingsmacht over de goederen. Als de importeur ook aan de andere voorwaarden voldoet, dan kan de vergunning douane-entrepot worden verleend.
Voorbeeld 2
Een importeur heeft een vergunning douane-entrepot en wil deze vergunning uitbreiden met een eigen opslaglocatie.
In dit geval geldt hetzelfde als vermeld in voorbeeld 1.
Voorbeeld 3
Een importeur heeft een vergunning douane-entrepot en wil deze vergunning uitbreiden met een opslaglocatie van een derde (bijvoorbeeld een opslaglocatie van een logistiek dienstverlener).
De importeur heeft in dit geval niet de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie. De fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie ligt bij de persoon die eigenaar of huurder is van de opslaglocatie (de logistiek dienstverlener).
De aanvrager van de vergunning moet minimaal één van de vormen van beschikkingsmacht hebben. De importeur heeft in dit geval wel de economische beschikkingsmacht over de goederen. Als de importeur ook aan de andere voorwaarden voldoet, dan kan de vergunning douane-entrepot worden uitgebreid met deze locatie.
De opslaglocatie kan alleen worden opgenomen in de vergunning douane-entrepot nadat de persoon die wel de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend. De persoon die de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft, moet ook verklaren alle nodige bijstand te zullen verlenen voor het vervullen van douanecontroles.
Als voor de opslaglocatie van de derde zelf al een vergunning douane-entrepot is verleend, dan kan er meestal van worden uitgegaan dat op die locatie al voldoende maatregelen zijn getroffen om ervoor te zorgen dat goederen niet aan het douanetoezicht worden onttrokken. Zie voor informatie over meerdere opslagvergunningen voor dezelfde opslaglocatie hoofdstuk 3 van dit onderdeel.
Als voor de opslaglocatie van de derde zelf geen vergunning douane-entrepot is verleend, dan zal moeten worden getoetst of er voldoende maatregelen zijn getroffen. Denk hierbij aan de toegangsbeveiliging en het treffen van maatregelen tegen diefstal.
Voorbeeld 4
Een logistiek dienstverlener vraagt een vergunning douane-entrepot aan voor een eigen opslaglocatie waar hij goederen wil opslaan voor derden.
De logistiek dienstverlener heeft de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie. De logistiek dienstverlener heeft niet de economische beschikkingsmacht over de goederen.
De aanvrager van de vergunning moet minimaal één van de vormen van beschikkingsmacht hebben. De logistiek dienstverlener heeft in dit geval de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie. Als de logistiek dienstverlener ook aan de andere voorwaarden voldoet, dan kan de vergunning douane-entrepot worden verleend.
Voorbeeld 5
Een logistiek dienstverlener heeft een vergunning douane-entrepot en wil deze vergunning uitbreiden met een eigen opslaglocatie.
In dit geval geldt hetzelfde als vermeld in voorbeeld 4.
Voorbeeld 6
Een logistiek dienstverlener heeft een vergunning douane-entrepot en wil deze vergunning uitbreiden met een opslaglocatie van een derde (bijvoorbeeld een opslaglocatie van een importeur).
Stel de logistiek dienstverlener heeft niet de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie. De fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie ligt bij de persoon die eigenaar of huurder is van de opslaglocatie (de importeur). De logistiek dienstverlener heeft evenmin de economische beschikkingsmacht over de goederen. De vergunning douane-entrepot kan in dit geval niet worden uitgebreid met deze locatie.
Stel de logistiek dienstverlener heeft een overeenkomst gesloten met de eigenaar of huurder van de opslaglocatie waaruit blijkt dat de logistiek dienstverlener kan worden aangemerkt als een persoon die de daadwerkelijke fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocatie heeft. Als de logistiek dienstverlener ook aan de andere voorwaarden voldoet, dan kan de vergunning douane-entrepot wel worden uitgebreid met deze locatie.
13.6 Aanvraag vergunning door een concern
Een concern is een groep van moeder- en dochtermaatschappijen die onder een centrale leiding opereren en organisatorisch met elkaar zijn verbonden.
Stel een concern bestaat uit een moedermaatschappij en 5 dochtermaatschappijen. Een aantal van deze dochtermaatschappijen heeft de fysieke beschikkingsmacht over diverse opslaglocaties. Daarnaast is er 1 dochtermaatschappij die geen eigen opslaglocatie heeft, maar wel een vergunning douane-entrepot wil aanvragen voor de opslaglocaties van de andere dochtermaatschappijen in het concern.
Het is in dit geval niet wenselijk om aan iedere afzonderlijke dochtermaatschappij een vergunning douane-entrepot te verlenen. Dit zou leiden tot een forse administratieve lastenverzwaring voor het bedrijfsleven en de Douane.
In afwijking van wat in de voorgaande paragrafen is vermeld, kan in dit geval de vergunning douane-entrepot aan 1 van de dochtermaatschappijen worden verleend, terwijl de andere dochtermaatschappijen de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocaties hebben.
Er moet dan aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- De dochtermaatschappij die de vergunning douane-entrepot heeft aangevraagd en de dochtermaatschappijen wiens opslaglocaties in de vergunning douane-entrepot worden opgenomen, moeten elk voor meer dan 50% eigendom zijn van dezelfde moedermaatschappij.
- De dochtermaatschappijen wiens opslaglocaties in de vergunning douane-entrepot worden opgenomen, moeten de fysieke beschikkingsmacht over de opslaglocaties hebben.
- De dochtermaatschappijen wiens opslaglocaties in de vergunning douane-entrepot worden opgenomen, moeten schriftelijk toestemming hebben verleend om de opslaglocaties in de vergunning op te nemen.
- De dochtermaatschappijen wiens opslaglocaties in de vergunning douane-entrepot worden opgenomen, moeten ook verklaren alle nodige bijstand te zullen verlenen voor het vervullen van douanecontroles.
- De betaling van een mogelijke douaneschuld moet zijn gewaarborgd. Het is niet de bedoeling dat hierdoor de inning van het verschuldigde bedrag aan invoerrechten wordt beperkt of uitgesloten.
Als de dochtermaatschappij die de vergunning douane-entrepot heeft aangevraagd ook aan de andere voorwaarden voldoet, dan kan de vergunning douane-entrepot worden verleend.