Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

4 Aanbrengen, lossen en onderzoek van goederen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de douaneformaliteiten die moeten worden vervuld wanneer goederen door de lucht het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen. De goederen moeten bij de Douane worden aangebracht, worden gelost en ook onderzocht kunnen worden. Samen met de binnenkomst van het luchtvaartuig uit hoofdstuk 3, vormt dit de aankomst van goederen in het douanegebied van de Unie.

4.1 Aanbrengen

In beginsel moet elk luchtvaartuig, al dan niet geladen met goederen, vanaf het moment dat het Nederland is binnengekomen - onverwijld - naar een internationale EU-luchthaven worden gebracht. Daar moeten het luchtvaartuig en de daarin aanwezige goederen bij de Douane van het douanekantoor dat hoort bij deze luchthaven, worden aangebracht.

Onder ‘aanbrengen bij de douane’ wordt verstaan: de mededeling aan de Douane dat de goederen bij het douanekantoor of op enige andere, door de Douane aangewezen of goedgekeurde plaats zijn aangekomen en beschikbaar zijn voor douanecontrole.

In bijlage IV van de Algemene douaneregeling zijn de internationale luchthavens opgenomen met het douanekantoor dat bij de luchthaven hoort.

(artikel 5, punt 33 DWU en artikel 2:1, lid 2 Algemene douaneregeling)

Aanbrengen is het doen van een mededeling aan de Douane dat de goederen zijn aangekomen. Dit gebeurt elektronisch via de kennisgeving van aanbrengen (PN) die automatisch door de Douane wordt afgeleid van het ATA -bericht en de aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) in BUP en naar ICS2 wordt doorgeleid. 

De verplichting om aan te brengen rust op de volgende personen:

  • de persoon die de goederen in het douanegebied van de EU heeft binnengebracht; of 
  • de persoon in wiens naam of voor wiens rekening degene handelt die de goederen in het douanegebied van de EU heeft gebracht; of
  • de persoon die de aansprakelijkheid aanvaardt van het vervoer van de goederen nadat deze zijn binnengebracht.

(artikel 139, lid 1 DWU)

Voor goederen die door de lucht het douanegebied van de Unie worden binnengebracht en voor verder vervoer aan boord van hetzelfde luchtvaartuig blijven, wordt het moment van aanbrengen uitgesteld. Uitstel geldt tot het moment dat deze goederen aankomen op de luchthaven in de Unie waar zij zullen worden gelost of overgeladen.

Goederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen en die worden gelost om andere goederen te kunnen lossen of laden en die tijdens dezelfde reis weer in hetzelfde luchtvaartuig worden geladen, worden niet bij de Douane aangebracht.

(artikel 139, lid 2 DWU)

De aangebrachte goederen mogen niet zonder toestemming van de Douane worden weggevoerd. 

(artikel 139, lid 7 DWU)

4.2 Lossen, overladen en wegvoeren van aangebrachte goederen

Goederen aan boord van een binnengekomen luchtvaartuig mogen worden gelost, als daarvoor toestemming van de Douane is verkregen. In het algemeen wordt deze toestemming stilzwijgend verleend zodra de goederen zijn aangebracht. Lossen en overladen mag alleen op door de Douane aangewezen of goedgekeurde plaatsen.

(artikel 140, lid 1, artikel 147, lid 1 DWU, artikel 115 GVo.DWU )

Met het oog op de controle en bemonstering van goederen of het luchtvaartuig kan de Douane op ieder moment eisen dat de goederen worden gelost en uitgepakt.

(artikel 140, lid 2 DWU)

4.3 Reizigersbagage

Deze paragraaf gaat over goederen (reizigersbagage) die reizigers en bemanningsleden per luchtvaartuig het douanegebied van de Unie binnenbrengen.

4.3.1 Algemeen

Voor goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage hoeft geen summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) te worden gedaan. Reizigers en bemanningsleden zijn verplicht om zelf hun bagage aan te brengen bij de Douane in de luchthaven waar zij aankomen.

(artikel 139 DWU, artikel 46 DWU en artikel 47 UVo.DWU)

Voor vluchten binnen de Unie geldt dat alleen als de douanewetgeving daarin voorziet, douanecontroles worden uitgevoerd of douaneformaliteiten moeten worden vervuld voor de handbagage en de ruimbagage van reizigers op vluchten binnen de Unie. Dit geldt ook voor veiligheidscontroles en controles in verband met verboden of beperkingen.

Voor ruimbagage die op een EU-luchthaven door een reiziger wordt ingecheckt en geregistreerd moet het bagage-etiket (label) worden gebruikt dat in bijlage 12-03 UVo.DWU is opgenomen. Het etiket heeft in ieder geval één groene streep die langs beide zijde van het label is aangebracht. Als het niet-begeleide bagage is dan heeft het etiket groene in plaats van rode stippellijnen langs de randen.

Alle andere ruimbagage heeft een wit bagage-etiket.

(artikel 49 DWU en artikel 44 UVo.DWU)

Onder bagage vallen alle goederen die worden vervoerd in samenhang met een reis van een natuurlijk persoon (zie hierna onder reiziger).

De bagage van een reiziger kan bestaan uit:

  • handbagage: de bagage die de reiziger meeneemt in en uit de cabine van het luchtvaartuig; en
  • ruimbagage: de bagage die in de luchthaven van vertrek is ingecheckt en die voor de reiziger tijdens de vlucht en bij een tussenstop niet toegankelijk is.

(artikel 1, punt 5 GVo.DWU en artikel 1, lid 2, punt 1 en punt 3 UVo.DWU)

Een reiziger is een natuurlijk persoon die:

  • het douanegebied van de Unie tijdelijk binnenkomt en daar niet zijn gewone verblijfplaats heeft; of
  • terugkeert naar de EU waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, nadat hij tijdelijk buiten de EU is geweest; of
  • het douanegebied van de Unie waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, tijdelijk verlaat,
  • het douanegebied van de Unie, waar hij niet zijn gewone verblijfplaats heeft, na een tijdelijk verblijf weer verlaat.

(artikel 1, punt 40 GVo.DWU)

Er zijn 2 categorieën reizigers:

  • reizigers die zogenoemde derde-landengoederen bij zich hebben;
  • andere reizigers dan die hiervoor bedoeld.

Hierbij is het ook van belang waar de reiziger zijn gewone of normale verblijfplaats heeft in de zin van Verordening (EG) nr. 1186/2009.

Tot de bagage behoort ook eventuele vooruit- of nagezonden bagage, mits aan de Douane voldoende wordt aangetoond dat de betreffende bagage al bij vertrek als begeleide bagage was ingeschreven bij de luchtvaartmaatschappij die het vervoer ervan heeft verzorgd.

Goederen die aan boord belastingvrij aan reizigers zijn verkocht, zijn ook handbagage.

Voor verdere informatie over reizigersbagage zie hoofdstuk 9 van onderdeel 24.00.00 van het Handboek Douane.

Stappen reizigers niet uit of over? Dan hoeven zij bij binnenkomst geen aangifte te doen van de goederen die zij bij zich hebben en houden.

Verlaten reizigers het luchtvaartuig waarmee zij binnenkomen? En verlaten zij de luchthaven op een andere wijze dan door de lucht? Dan moeten zij zekerheid stellen voor (hoog belaste) goederen, die zij door de Unie vervoeren met als doel de goederen weder uit te voeren, waarvoor:

  • toezicht op de wederuitvoer van goederen noodzakelijk is of uitdrukkelijk voorgeschreven is; en
  • een aangifte voor douanevervoer is gedaan om de goederen door de Unie te vervoeren.

Doet een reiziger voor goederen geen aangifte? Dan wordt ervan uitgegaan dat hij geen andere goederen binnenbrengt dan die waarvoor hij vrijstelling geniet. Iedere reiziger moet kenbaar maken of hij goederen heeft aan te geven.

Een reiziger brengt de bagage aan door deze aan te bieden bij de Douane van de luchthaven waar het douanetoezicht op de bagage wordt beëindigd. Het moment van aanbrengen valt in de regel samen met het moment waarop de reiziger het groene of rode kanaal passeert. Op dat moment doet de reiziger de aangifte voor de douaneregeling in het vrije verkeer brengen of voor de bijzondere regeling tijdelijke invoer (door het plegen van een handeling die geacht wordt een douaneaangifte te zijn). Op dat moment worden de goederen geacht bij de Douane te zijn aangebracht.

(artikel 158, lid 2 DWU, artikelen 138 t/m 141 GVo.DWU en artikel 210 UVo.DWU.)

Voor bagage hoeft geen aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) te worden gedaan omdat de bagage door het passeren van het groene of rode kanaal, eventueel na betaling van de invoerrechten, direct een douaneregeling krijgt. De Douane aanvaardt die aangifte stilzwijgend en geeft de bagage vrij voor de gevraagde douaneregeling (vrije verkeer, tijdelijke invoer).

(artikel 145, lid 9 DWU, artikel 158, lid 2 DWU, artikel 141, lid 1, letter a GVo.DWU en artikel 210 UVo.DWU)

Let op!  Let op!

Voor goederen waarvoor verboden of beperkende maatregelen (bijvoorbeeld fytosanitair of veterinair) gelden kan geen aangifte worden gedaan door het passeren van het groene kanaal.

4.3.2 Tussenstop zonder overlading

Komt een luchtvaartuig van een niet-Unieluchthaven en maakt het een tussenstop op een internationale EU-luchthaven, om daarna door te vliegen naar een andere internationale EU-luchthaven (bijvoorbeeld: Washington - Schiphol - Parijs)? Dan moet de bagage worden aangebracht en worden de douaneformaliteiten en douanecontroles daarop verricht op de andere EU-luchthaven (in dit voorbeeld Parijs). Maar heeft die andere EU-luchthaven geen internationaal karakter? Dan moet de bagage worden aangebracht en worden de douaneformaliteiten en douanecontroles verricht op de eerste internationale EU-luchthaven (in dit voorbeeld Schiphol).

4.3.3 Tussenstop met overlading

Wordt bagage overgeladen? Dan geldt de volgende regel. Komt een luchtvaartuig van een niet-Unieluchthaven en de bagage wordt op een internationale EU-luchthaven overgeladen in een luchtvaartuig dat naar een andere internationale EU-luchthaven vliegt (bijvoorbeeld: Washington - Schiphol - Parijs)? Dan moet:

  • de ruimbagage worden aangebracht en worden de douaneformaliteiten en douanecontroles daarop verricht op de eindbestemming in de Unie (in dit voorbeeld Parijs), mits dit een internationale EU-luchthaven is;
  • de handbagage worden aangebracht en worden de douaneformaliteiten en douanecontroles daarop verricht op de eerste internationale EU-luchthaven (in dit voorbeeld Schiphol).
Let op!  Let op!

Blijft de reiziger in een afgesloten gedeelte van luchthaven (het zogenaamde transfergebied)? Dan vindt het aanbrengen en de douanecontrole van de handbagage plaats op de internationale EU-luchthaven van bestemming.

De handbagage kan eventueel nogmaals worden gecontroleerd op de luchthaven van aankomst van de intra-Unievlucht (in dit voorbeeld Parijs), maar alleen als de resultaten van de controle van de ruimbagage daar aanleiding voor geven.

ReizigersControlemomentControle-itemHerkennings-label aan ruimbagageOpmerking(en)
a. rechtstreeks komend vanuit een derde landbij het verlaten van het gebied van de luchthaven dat onder douanecontrole staatalle bagagewit label--
b. komend uit een derde land met een tussenstop op een internationale EU-luchthaven 
(bijvoorbeeld Parijs)
bij het verlaten van het gebied van de luchthaven dat onder douanecontrole staatalle bagage uit derde landenwit labelals een reiziger beweert tijdens de tussenstop goederen met een Uniestatus te hebben gekocht, moet hij de Unie status desgevraagd aantonen
in beginsel niet controlerende ruimbagage die er in het land van de tussenstop is bijgekomengroen labelwanneer de controle van de ruimbagage daartoe aanleiding geeft kan ook de handbagage worden gecontroleerd
c. komend uit een derde land met een overstap op een intra-Unievlucht (bijvoorbeeld met bestemming Frankfurt)bij het verlaten van het gebied van de luchthaven dat onder douanecontrole staathandbagagewit label
groen label
als bij de overstap de Douane van een lidstaat is gepasseerd
bij aankomst de handbagage controleren als de ruimbagage daartoe aanleiding geeft
d. komend uit een derde land met een overstap op een Unievlucht met een zaken- of sportvliegtuigbij aankomstalle bagagewit label--
e. rechtstreeks komend van een andere internationale EU-luchthaven zonder dat daarbij een derde land is aangedaanin beginsel niet controlerenLet op! Wel controleren bij vermoeden van bezit van verboden goederen bijvoorbeeld imitatiewapens of op accijnsgoederen die niet voor eigen gebruik bestemd zijn.groen label--
Let op!  Let op!

Lidstaten kunnen in nationale wetgeving bepalen dat, als de ruimbagage wordt overgeladen in een luchtvaartuig met bestemming een internationale luchthaven in diezelfde lidstaat, de ruimbagage net als de handbagage al wordt gecontroleerd op de internationale luchthaven waar de ruimbagage wordt overgeladen. In het voorbeeld Washington - Schiphol - Eindhoven wordt de ruimbagage dan, net als de handbagage, op Schiphol gecontroleerd. In Nederland is hieraan geen uitvoering gegeven.

4.3.4 Zaken- of sportvliegtuigen

Bagage die met een zaken- of sportvliegtuig vanaf een niet-Unieluchthaven in de Unie wordt binnengebracht, kan alleen op een internationale EU-luchthaven worden aangebracht. Alle douaneformaliteiten en douanecontroles worden op de eerste luchthaven in de Unie uitgevoerd, ongeacht de verdere bestemming.

In het voorbeeld Washington - Schiphol - Parijs moet de bagage worden aangebracht en worden de douaneformaliteiten en douanecontroles daarop verricht op Schiphol. Meer informatie over zaken- of sportvliegtuigen: zie subparagraaf 3.3.5.2 van hoofdstuk 3.

Voor bagage die met een zaken- of sportvliegtuig de Unie verlaat, worden de douaneformaliteiten en douanecontroles verricht op de laatste internationale EU-luchthaven.

In het voorbeeld Schiphol - Parijs - Washington moet de bagage worden aangebracht en worden de douaneformaliteiten en douanecontroles daarop verricht in Parijs.

Bagage die vanaf een niet-Unieluchthaven is binnengebracht met een lijn- of charterluchtvaartuig op een internationale luchthaven en wordt overgeladen in een zaken- of sportvliegtuig dat een intra-Unievlucht gaat uitvoeren, moet worden aangebracht op de luchthaven van aankomst van het lijn- of chartervluchtvaartuig.

In het voorbeeld Washington - Schiphol - Parijs moet de bagage worden aangebracht op Schiphol en worden aldaar de douaneformaliteiten en douanecontroles verricht.

(artikel 1, lid 5 GVo.DWU, artikel 1, lid 2, punt 1, 3, 6, 10 en artikel 37 tot en met artikel 45 UVo.DWU)

De Douane kan controles verrichten op binnengebrachte bagage. In de onderstaande tabel zijn de diverse momenten waarop de Douane de bagage kan controleren weergegeven.

Let op!  Let op!

Het kan voorkomen dat een doorgaande reiziger op een internationale luchthaven in Nederland een tussenstop maakt om na (bijvoorbeeld een paar dagen) weer verder te vliegen. In zo'n geval zal de reiziger zijn ruimbagage in het buitenland veelal niet hebben laten doorlabelen. De reiziger kan zijn bagage in de aankomsthal afhalen. De Douane kan de reiziger dan zowel bij aankomst als bij het weer verlaten van de luchthaven controleren.

VluchtVoorbeelden herkenningslabels aan ruimbagage
ad a. Vlucht New York - Amsterdam (eindbestemming)De ruimbagage is voorzien van een wit label. De reizigers en hun bagage kunnen bij het passeren van de controlepunten van de Douane bij de uitgangen op een luchthaven worden gecontroleerd.
ad b. Vlucht New York - Parijs - Amsterdam (eindbestemming)De ruimbagage voor het traject New York - Amsterdam is voorzien van een wit label.
De reizigers die in New York zijn ingestapt en hun bagage kunnen bij het passeren van de controlepunten van de Douane bij de uitgangen op een luchthaven worden gecontroleerd.
De ruimbagage die in Parijs is ingeladen is voorzien van een groen label. De reizigers die in Parijs zijn ingestapt en hun bagage worden in beginsel niet gecontroleerd bij het passeren van de controlepunten van de Douane bij de uitgangen op een luchthaven. Als de reiziger die in Parijs is ingestapt uit een derde land komt is zijn handbagage daar gecontroleerd. Op Schiphol moet zijn ruimbagage (voorzien van een wit label) worden gecontroleerd.
ad c. Vlucht New York - Amsterdam met overstap op vlucht naar FrankfurtDe ruimbagage is voorzien van een wit label.
De ruimbagage is in New York doorgelabeld voor Frankfurt en wordt in Amsterdam rechtstreeks overgeladen in het luchtvaartuig met bestemming Frankfurt. Deze bagage wordt niet op Amsterdam, maar pas in Frankfurt gecontroleerd.
Let op!
Deze bagage wordt dus alleen gecontroleerd als een reiziger daarmee toch de controlepunten van de Douane bij de uitgangen op een luchthaven wil passeren.
ad d. Vlucht New York - Frankfurt met overstap naar AmsterdamDe ruimbagage is in New York voorzien van een wit label. De handbagage is al in Frankfurt gecontroleerd.
De ruimbagage wordt in Frankfurt rechtstreeks overgeladen in het luchtvaartuig met bestemming Amsterdam. In beginsel wordt alleen de bagage die van een wit label is voorzien in Amsterdam gecontroleerd.
ad e. Vlucht Frankfurt - Amsterdam (eindbestemming)De ruimbagage is voorzien van een groen label.
De reizigers en hun bagage worden bij het passeren van de controlepunten van de Douane bij de uitgangen op een luchthaven niet gecontroleerd.

4.4 Lege luchtvrachtcontainers en -platen

Bij het aanbrengen van lege luchtvrachtcontainers en -platen en douaneformaliteiten die daarvoor vervuld moeten worden, kan sprake zijn van:

  • lege luchtvrachtcontainers en -platen in eigendom van een luchtvaartmaatschappij die worden vervoerd zonder air waybill waarvoor geen formaliteiten bij binnenbrengen worden vervuld. Deze containers en platen worden niet op grond van vervoersovereenkomst vervoerd; en
  • lege luchtvrachtcontainers en -platen in eigendom van een ander dan de luchtvaartmaatschappij die op een air waybill worden vervoerd waarvoor wel formaliteiten bij binnenbrengen moeten worden vervuld. Deze containers en platen worden onder een vervoersovereenkomst vervoerd.  

(artikel 104, lid 1, letter f GVo.DWU en artikel 138, letter c GVo.DWU en artikel 136, lid 1, letter a GVo.DWU)

4.5 Strafbepalingen

Meer informatie over de strafbepalingen is opgenomen in onderdeel 36.00.00 van het Handboek Douane.