Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

4 Uniekader voor het instellen van antisubsidiemaatregelen

In de Verordening antisubsidiemaatregelen is vastgesteld welke handelingen aanleiding kunnen zijn om een compenserend recht in te stellen of andere antisubsidiemaatregelen (compenserende maatregelen) te nemen. De verordening regelt verder:

  • op welke wijze en met welke methoden de Commissie moet vaststellen of er sprake is van invoer met subsidie;
  • welke maatregelen er zijn;
  • de procedure die de Commissie moet volgen bij het onderzoek naar en het nemen van maatregelen tegen invoer met subsidie.

De mogelijke maatregelen en de procedure die de Commissie moet volgen zijn vrijwel gelijk aan die in de Verordening antidumpingmaatregelen (zie de toelichting in Hoofdstuk 3). Dit hoofdstuk geeft een beknopte toelichting op:

  • een aantal bepalingen en begrippen die relevant zijn voor de heffing en inning van ingestelde compenserende rechten en de toepassing van andere ingestelde antisubsidiemaatregelen (voor zover deze niet voorkomen of afwijken van de Verordening antidumpingmaatregelen);
  • enkele afwijkende bepalingen ten aanzien van de procedure en de maatregelen.

4.1 Wanneer instellen van compenserende rechten

Een compenserend recht kan worden ingesteld op ieder product van oorsprong uit een derde land:

  1. ten aanzien waarvan voor de vervaardiging, de productie, de uitvoer of het vervoer subsidie is toegekend; en
  2. het in het vrije verkeer brengen schade toebrengt aan een bedrijfstak in de Europese Unie.

(artikel 1 Verordening (EU) 2016/1037)

Een compenserend recht kan ook worden ingesteld op gesubsidieerde  producten die in significante hoeveelheden naar een kunstmatig eiland, een vaste of drijvende installatie of enige andere structuur op het continentaal plat van een lidstaat of in de exclusieve economische zone (EEZ)wordt gebracht, als dit schade veroorzaakt voor de bedrijfstak van de Unie. Zie hiervoor Hoofdstuk 7 van dit onderdeel.

(artikel 24 bis Verordening (EU) 2016/1037)

Wanneer is sprake van subsidie?

Van subsidie is sprake als:

  1. de overheid van het land van uitvoer een financiële bijdrage levert of inkomens- of prijzensteun;
  2. met die bijdrage of steun een voordeel wordt toegekend aan de ontvanger; en
  3. het een specifieke bijdrage of steun betreft waartegen instelling van antisubsidiemaatregelen mogelijk is.

(artikel 3 Verordening (EU) 2016/1037)

Wat is overheid

Overheid is elke overheidsinstantie in het land van uitvoer.

Wat is het land van uitvoer

Het land van uitvoer is normaal het land van oorsprong van het product, het land waar het product is vervaardigd of geproduceerd en de subsidie is verleend. Het kan ook het land van verzending zijn: een land in de handelsketen tussen het land van oorsprong en de Europese Unie. Dit is het geval als de subsidie in het land van verzending is verleend.

Uitgangspunten

In de Verordening antisubsidiemaatregelen staan:

  • de definitie van subsidie voor de toepassing van de verordening;
  • de omschrijving van de subsidies waartegen instelling van antisubsidiemaatregelen mogelijk is;
  • de uitgangspunten voor het berekenen van:
  • de hoogte van de subsidie;
  • het voordeel dat de ontvanger van de subsidie heeft;
  • de subsidiemarge, het bedrag aan subsidie dat is begrepen in de waarde van het product;
  • schade veroorzaakt door de subsidie en de omvang van de schade
  • schademarge: het bedrag van de schade die de bedrijfstak ondervindt door de invoer met subsidie.

De subsidiemarge en schademarge worden in een instellingsverordening uitgedrukt in een percentage van de nettoprijs franco grens, niet ingeklaard.

4.2 Afwijkende bepalingen onderzoek en maatregelen

Duur van voorlopig ingestelde compenserende rechten

Voorlopige compenserende rechten worden niet eerder ingesteld dan 60 dagen en niet later dan negen maanden na de inleiding van de procedure.

(artikel 12, lid 1, Verordening (EU) 2016/1037)

Einde onderzoek

Het onderzoek naar invoer met subsidie wordt, voor zover mogelijk, binnen één jaar afgesloten. Het wordt in ieder geval binnen 13 maanden na de opening ervan beëindigd, overeenkomstig de bevindingen waartoe krachtens artikel 13 is gekomen voor verbintenissen of krachtens artikel 15 voor definitieve maatregelen.

(artikel 11, lid 9, Verordening (EU) 2016/1037)

Maatstaf van heffing

Voorkomende maatstaven van heffing bij een ingesteld (voorlopig) compenserend recht zijn:

  • een bepaalde hoeveelheid (gewicht uitgedrukt in bijvoorbeeld tonnen, kilogrammen, of stuks); of
  • de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard.

Bedrag van de rechten

Voorkomende bedragen voor (voorlopig) ingestelde compenserende rechten zijn:

  • een specifiek recht bijvoorbeeld een bedrag per ton; of
  • een percentage over de nettoprijs franco grens van de Europese Unie, niet ingeklaard.

Compenserende rechten Wet vervoer over zee

De Verordening antisubsidiemaatregelen is niet van toepassing op de compenserende rechten die geheven kunnen worden op basis van artikel 19a van de Wet vervoer over zee. Artikel 19a van de Wet vervoer over zee is gerelateerd aan Verordening (EEG) nr. 4057/86. Deze Verordening regelt de procedure tegen oneerlijke tariefpraktijken van rederijen uit derde landen in het internationale lijnvervoer van goederen en die schade (kunnen) berokkenen aan rederijen uit de Unie. Als maatregel hiertegen kunnen compenserende rechten worden geheven, maar deze compenserende rechten hebben geen relatie met de Verordening antisubsidiemaatregelen.