Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

2 Het in het vrije verkeer brengen van goederen door de postaanbieder

Dit hoofdstuk ziet op het in het vrije verkeer brengen van goederen in postpakketten, die zijn vervoerd onder de verantwoordelijkheid van de postaanbieder. 

Ook de brievenpost is in dit hoofdstuk opgenomen.

2.1 Postaanbieder

Een postaanbieder is een exploitant die is gevestigd in en is aangewezen door een lidstaat om de onder het op 10 juli 1984 onder auspiciën van de Verenigde Naties vastgestelde Wereldpostverdrag vallende internationale diensten te verlenen en die verantwoordelijk is voor het vervoer van brievenpost en goederen die deel uitmaken van een postpakket of pakket. Dit is ook de universele postdienst (UPD) uit het Wereldpostverdrag en Algemeen Postverdrag (zie hierna).

(artikel 1, punt 25 GVo.DWU en artikel 2, lid 1, letter f Postwet 2009)

Het Wereldpostverdrag (Universal Postal Convention) is het belangrijkste verdrag van de Wereldpostunie, Union Postal Universal of Union Postale Universelle (UPU), dat de wereldorganisatie van postadministraties is. Het Wereldpostverdrag bevat de internationale basisregels voor de uitwisseling van post tussen de lidstaten. Dit is het actuele, operationele verdrag dat de dagelijkse internationale brief en pakketpost regelt. Dit verdrag is bindend voor alle UPU-lidstaten.

Het Algemeen Postverdrag (Verdrag van Bern) is het internationale verdrag dat wereldwijd uniforme regels, tarieven en procedures voor postverkeer vastlegt. Het zorgt ervoor dat poststukken naadloos worden overgedragen tussen nationale postdiensten, zoals voor Nederland PostNL en garandeert dat buitenlandse post hetzelfde wordt behandeld als binnenlandse post.

De Postwet 2009 is de Nederlandse uitvoeringswet. In de Postwet 2009 is aangegeven dat de verlener van de universele postdienst de voor Nederland bindende verplichtingen uit de akten van de Wereldpostunie moet naleven. De akten van de Wereldpostunie zijn de op 10 juli 1964 te Wenen tot stand gekomen Constitutie van de Wereldpostunie en de daarbij behorende voor Nederland bindende verdragen, reglementen en protocollen. De Nederlandse postdienst (postvervoerbedrijf) wordt aangewezen door de betreffende minister.

(artikel 1, lid 1, letter c en artikel 15 Postwet 2009).

De Postwet 2009 regelt de organisatie, regulering en het toezicht op de Nederlandse postmarkt en waarborgt de Universele Postdienst (UPD). 

In de Postwet 2009 is onder meer in artikel 18 de vervoersplicht aan de postaanbieder opgelegd. Deze wettelijke verplichting houdt in dat de postaanbieder in principe geen goederen in postpakketten en geen brievenpost mag weigeren, tenzij artikel 19 Postwet 2009 van toepassing is. 

Dit betekent dat de postaanbieder de uitvoering van de vervoersplicht alleen mag weigeren als de aard van de goederen strijdig is met de wet of deze een gevaar opleveren voor personen en/of doelmatigheid van het postvervoer. 

(artikel 18 en artikel 19 Postwet 2009)

2.2 Brievenpost

Onder brievenpost wordt verstaan brieven, briefkaarten, braillestukken en van invoer- of uitvoerrechten vrijgesteld drukwerk.

(artikel 1, punt 26 GVo.DWU)

Voor brievenpost geldt een ontheffing van de verplichting om een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) in te dienen. Brievenpost hoeft dan ook niet te worden aangebracht en er wordt ook geen aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) ingediend.

(artikel 104, lid 1, onder c GVo.DWU)

Brievenpost wordt bij binnenkomst in het douanegebied van de Unie wordt brievenpost geacht te zijn aangegeven voor het vrije verkeer. Voor brievenpost hoeft geen afzonderlijke douaneaangifte te worden ingediend.

(artikel 138, letter e GVo.DWU en artikel 141, lid 2 GVo.DWU).

Brievenpost die het grondgebied van de Unie verlaat wordt automatisch geacht voor uitvoer of wederuitvoer te zijn aangegeven. Voor brievenpost hoeft geen afzonderlijke douaneaangifte te worden ingediend.

(artikel 141, lid 2 GVo.DWU)

2.3 Briefgeheim

Het briefgeheim is het recht op vertrouwelijkheid van correspondentie en communicatie, wat betekent dat brieven en andere gesloten communicatievormen niet zonder toestemming van de verzender of ontvanger mogen worden geopend of gelezen. Dit recht is vastgelegd in artikel 13 van de Grondwet en aanvullende wetgeving: 

“Het briefgeheim en het telecommunicatiegeheim zijn onschendbaar, behalve in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald door de rechter.”

Dit betekent dat correspondentie zoals brieven en pakketten niet zonder juridische grondslag mag worden geopend.

In artikel 4 van de Postwet 2009 is aangegeven dat het briefgeheim ook geldt voor postvervoerders. Poststukken mogen alleen worden geopend als dit wettelijk is toegestaan, bijvoorbeeld in het kader van opsporing. De bevoegdheid tot inbreuk op het briefgeheim kan worden gegeven door een rechter, bijvoorbeeld in het kader van strafrechtelijk onderzoek (artikel 97 Wetboek van Strafvordering).

2.4 Goederen in postpakketten

Bij goederen in postpakketten gaat het veelal om internetaankopen van particulieren (B2C), goederen die door particulieren aan andere particulieren worden gezonden (C2C) en goederen die door bedrijven aan bedrijven worden gezonden (B2B). Goederen die deel uitmaken van een postpakket of pakket worden vervoerd onder de verantwoordelijkheid van de postaanbieder (universele postdienstverlener).

(artikel 1, punt 25 GVo.DWU)

De gegevens over goederen in postpakketten worden gedeeld door de afzender aan de ontvangende postdienstverlener door tussenkomst van de verzendende postdienstverlener.

De aansprakelijkheid voor de juistheid van de verstrekte gegevens in de douaneaangifte ligt bij de afzender. Een postaanbieder aanvaardt volgens artikel 23, lid 3 van het Algemeen Postverdrag en artikel 29, lid 6 Postwet 2009 geen aansprakelijkheid voor de verstrekte gegevens van de zending.

2.5 In het vrije verkeer brengen van postpakketten

Volgens het Wereldpostverdrag moeten alle goederen die binnen de poststroom worden vervoerd, aangegeven worden via een elektronisch Item Mail Tax and Trade bericht (ITMATT-bericht) zodra het artikel wordt beschouwd als een goed en in het geval een douaneaangifte moet worden ingediend. Deze verplichtingen worden vastgesteld voor alle soorten postpakketten.

Een ITMATT-bericht is een internationaal elektronisch douanebericht dat postaanbieders vooraf uitwisselen. Het bevat gedetailleerde gegevens over de inhoud, waarde, afzender en ontvanger van postpakketten met goederen, waardoor douaneautoriteiten zendingen sneller kunnen controleren en belasting kunnen heffen.

Voor postpakketten in de zin van artikel 1, punt 24 GVo.DWU vormt de Wereldpostunie of UPU-documentatie CN22/23 in het formaat van het ITMATT-bericht de basis voor de aangifte in het vrije verkeer brengen. Het invoerproces wordt uitgevoerd door middel van een geautomatiseerd proces waarbij elektronische gegevens (ITMATT of manifest) worden ontvangen in de systemen van de UPD (UPU-tracking).

Van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028 is in beginsel een douanerecht van € 3 per goed in een zending met een intrinsieke waarde van in totaal niet meer dan €150 van toepassing.

De procedure die verder gevolgd moet worden bij in het vrije verkeer brengen van goederen in een zending, is afhankelijk van de waarde van de goederen en de vraag of aanspraak gemaakt kan worden op vrijstelling van invoerrechten of een preferentieel tarief.

(artikel 2 Verordening (EU) 2026/382)

In standaard postprocedures wordt meestal gebruikgemaakt van afleveringsbonnen (CN37, CN38, CN41) en recipiëntetiketten (CN34, CN35, CN36) vanaf het land van verzending tot het land van bestemming. Het land van bestemming is vaak het land waar de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt ingediend. De post in doorvoer maakt in het algemeen geen deel uit van het douane-afhandelingsproces voor het in het vrije verkeer brengen.

Post in doorvoer wordt gedefinieerd in deel 1, punt I.4.2.6. Postcolli van het Handboek Douanevervoer van de Europese Commissie.

2.6 Geen beperkte gegevensset H6

In Nederland kan geen douaneaangifte worden ingediend met de beperkte gegevensset uit kolom H6 van bijlage B van de GVo.DWU. 

Deze beperkte gegevensset H6 is bedoeld voor goederen die onder de verantwoordelijkheid van een postaanbieder worden vervoerd. Deze gegevensset is in Nederland niet geïmplementeerd en kan daardoor in de praktijk niet worden gebruikt. 

Goederen in postpakketten met een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150 kunnen daarom met de beperkte gegevensset uit kolom H7 aangegeven worden als deze niet aan verboden en beperkingen onderworpen zijn. Zie hiervoor verder hoofdstuk 1 van dit onderdeel van het Handboek Douane.

(artikel 143 bis en artikel 144 GVo.DWU)