2 Wederzijdse bijstand accijns
2.1 Verordening 2073/2004
Dit onderdeel gaat vooral in op de wederzijdse bijstand bij de controle op accijnsgoederen en afgegeven accijnsvergunningen. De algemene procedures omtrent de wederzijdse bijstand zijn beschreven in het Handboek Douane, onderdeel 44.00.00, Internationale Wederzijdse Bijstand.
De verordening is per 1 juli 2005 van kracht en opgenomen in het Boekwerk Wetgeving accijnzen en verbruiksbelastingen onder nummer 20.30.00.
Naast de accijns ziet de verordening ook op de energiebelasting en kolenbelasting. Deze belastingen worden voor de toepassing van de verordening ook als accijnzen aangemerkt.
2.2 Excise Liaison Office (ELO)
Verordening 2073/2004 verplicht elke lidstaat om één centraal verbindingsbureau aan te wijzen (Vo. 2073/2004, artikel 3). Dit bureau, het zogenoemde Excise Liaison Office (ELO), draagt de eerste verantwoordelijkheid voor de contacten met de andere lidstaten. In Nederland is dat het Douane Informatie Centrum (DIC), onderdeel van Douane Landelijk Tactisch Centrum in Rotterdam.
2.3 Mogelijkheden van samenwerking
Verordening 389/2012(EU) voorziet in een aantal mogelijkheden om samen te werken. De lidstaten kunnen altijd samenwerken naar aanleiding van een verzoek om inlichtingen en/of een verzoek om administratief onderzoek. Voor het verstrekken van inlichtingen geldt in principe een termijn van uiterlijk 3 maanden, gerekend vanaf de datum van ontvangst van het verzoek. Bij administratieve onderzoeken mogen ambtenaren - die door de verzoekende autoriteit zijn gemachtigd - eventueel deelnemen aan deze onderzoeken. Dit moet wel gebeuren onder de voorwaarden die door de aangezochte autoriteit zijn vastgesteld.
De verordening verplicht de lidstaten ook tot het spontaan uitwisselen van informatie op het moment dat zich in een andere lidstaat onregelmatigheden of inbreuken ten aanzien van accijnswetgeving voordoen of dreigen voor te doen. Andere regelingen voorzagen hier al in, maar de verordening biedt meer duidelijkheid en zorgt voor een dwingend karakter. In artikel 19, 20 en 33 van de verordening is het gebruik van bepaalde informatie systemen dwingend voorgeschreven. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen de volgende systemen: het Excise Movement Control System (EMCS) en het Movement Verification System (MVS).
2.4 Informatiesystemen
Excise Movement Control System (EMCS)
Het EMCS is een systeem waarmee het overbrengen van accijnsgoederen plaats vindt met een elektronisch administratief document (e-AD of e-VAD). Dit document wordt als bericht via EMCS verzonden naar de lidstaat van bestemming.
In het e-(V)AD staan onder andere gegevens over de verzender, de goederen, de geadresseerde en het vervoermiddel waarmee de goederen worden overgebracht. Het System for the Exchange of Excise Data (SEED) betreft een Europees registratiesysteem van accijnsvergunningen en vormt een onderdeel van EMCS (zie paragraaf 3.2).
2.5 Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB)
Verordening 2073/2004 beperkt de reikwijdte van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB). Tot 1 juli 2005 was Nederland op grond van de WIB verplicht belanghebbende bij wijze van beschikking in kennis te stellen van voorgenomen verstrekking van inlichtingen op verzoek van lidstaten of voorgenomen spontane informatieverstrekking. Met name in geval van fraude kon deze kennisgeving ook achteraf worden verzonden. Belanghebbende kon dus een bezwaar- en beroepsprocedure tegen de verstrekking starten.
Deze kennisgevingsprocedure wordt nu als onverenigbaar beschouwd met de versterkte administratieve samenwerking, zoals die is opgenomen in de verordening. Dit betekent dat de WIB niet meer van toepassing is bij het verlenen van wederzijdse bijstand op het gebied van de accijnzen die onder de verordening vallen.
Zie ook het onderdeel 44.00.00, Internationale Wederzijdse Bijstand van het Handboek Douane.