Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

4 Early Warning System Excise (EWSE)

4.1 Inleiding

Om fraude te kunnen bestrijden is het noodzakelijk dat een betere controle moet worden uitgevoerd op het vervoer van bepaalde accijnsgoederen onder schorsing van de accijns.

Daartoe is in eerste instantie in EU-verband een regeling getroffen om met ingang van 1 april 2004 voor bepaalde accijnsgoederen de controle te verbeteren.
Deze regeling is in artikel 23 van Verordening 2073/2004 en de nationale accijnswetgeving geïmplementeerd (UBA, artikel 2b en URA artikel 3, vijfde lid).

Doel van het systeem is dat de Douane in de lidstaat van bestemming door een vroegtijdige waarschuwing op de hoogte wordt gebracht van de komst van een risicovolle zending accijnsgoederen. Dit systeem wordt het Early Warning System Excise (EWSE) genoemd. Het EWSE wordt te zijner tijd opgenomen in het EMCS
systeem.

Dit systeem staat los van het ‘Movement Verification System (MVS)’ dat meer ziet op steekproefsgewijze controles en wordt toegelicht in hoofdstuk 5.

Ook voor douanegoederen bestaat er een dergelijk systeem: het Early Warning
System. De procedures van beide systemen zijn echter verschillend.

4.2 Omvang van het EWSE

Het EWSE heeft betrekking op de navolgende goederen:

  • GN-code 24 02 20 (sigaretten);
  • GN-code 22 07 10 (ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van 80% vol of meer);
  • GN-code ex 22 08 (gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten).

Deze accijnsgoederen worden verder in dit onderdeel aangeduid als "EWSE-goederen".

Het systeem wordt dan ook alleen toegepast als de EWSE-goederen onder schorsing worden vervoerd en:

  • bestemd zijn voor een vergunninghouder in een andere lidstaat (belastingentrepot, geregistreerde geadresseerde of geregistreerde afzender);

of

  • via een andere lidstaat de EU verlaten met als bestemming een derde land.

Het EWSE-systeem is niet van toepassing als de EWSE-goederen:

  • van een AGP naar een andere AGP verzonden worden, ook al vindt een gedeelte van het vervoer over het grondgebied van een andere lidstaat plaats;
  • uit een AGP via een in Nederland gelegen kantoor van uitgang de EU verlaten met als bestemming een derde land.

Het systeem gaat uit van 3 vormen van risico en het daarbij behorende bericht:

  • vermoeden van onregelmatigheid of fraude (waarschuwingsbericht) ongeacht de hoeveelheid EWSE-goederen die verzonden worden;
  • zendingen die een bepaalde hoeveelheid te boven gaan, maar waarbij geen vermoeden van onregelmatigheid of fraude aanwezig is (informatiebericht);
  • geen risico (geen bericht).

Of voor een zending een waarschuwingsbericht of geen bericht moet worden opgemaakt is afhankelijk van de risicoanalyse die is uitgevoerd.

4.3 Het melden aan de Douane van het vertrek van EWSE-goederen

Deze paragraaf is in bewerking.

De meldingsprocedures moeten door de inwerkingtreding van EMCS per 1 januari 2011 worden aangepast. De meldingsplicht op grond van UBA, artikel 2b, lid 4 is met ingang van 1 januari 2011 komen te vervallen. De meldingen worden thans gedaan door verzending via EMCS van een elektronisch administratief document (e-AD) naar de lidstaat van bestemming. De Administratieve Unit accijns (AUA - zie bijlage 1) speelt bij het toezicht in Nederland op het berichtenverkeer via EMCS een belangrijke rol.