Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

2 Procedures en ambtelijke werkzaamheden

2.1 Procedures

2.1.1 Bepaling van het alcoholgehalte

De berekening van de accijns gaat vaak uit van specifieke elementen
zoals alcoholgehalte (alcoholpercentage) of percenten Plato en volume.
Voor de berekening van de accijns voor bier, wijn, tussenproducten
en tabaksproducten moet het werkelijke volume of de massa in aanmerking
worden genomen. Voor de berekening van de accijns voor overige alcoholhoudende
producten moeten het volume en alcoholgehalte worden vastgesteld bij
een temperatuur van 20º C. Het alcoholgehalte en het volume zijn te
controleren door middel van een fysieke controle, veelal uitgevoerd
door het Douane Laboratorium.

Bij bovenbedoelde alcoholpercentages gaat het om het effectief alcoholvolumegehalte
ofwel het aantal volume-eenheden zuivere alcohol bij een temperatuur
van 20º C, in 100 volume-eenheden van het betrokken product. Artikel
37, eerste lid, onderdeel a, WA definieert het alcoholgehalte als het
aantal volumepercenten alcohol in een product bij een temperatuur
van 20º C, hetgeen overeenkomt met de definitie van het effectief
alcoholvolumegehalte.

2.1.2 Bepaling van het volume

Het volume van een product wordt beïnvloed door
de temperatuur. Als de feitelijke temperatuur van een product geen
20º C is, moet het volume voor de berekening worden gecorrigeerd met
behulp van de praktische alcoholtabellen, vermeld in de bijlage bij
Richtlijn 76/766/EEG (bijlage A.1, URA). De WA geeft overigens alleen
voor overige alcoholhoudende producten aan dat het volume moet worden
bepaald bij een temperatuur van 20º C (artikel 13 WA). Dat betekent
dat bij bier, wijn en tussenproducten het volume bij elke gewenste
temperatuur vastgesteld kan worden. Gelet op de hoogte van de tarieven
zal dit voor deze accijnsgoederen niet tot gevolg hebben dat er grote
verschillen ontstaan bij de verschuldigde accijns.

2.1.3 Bepaling alcoholgehalte
en volume bij kleinhandelsverpakking

Een kleinhandelsverpakking is een verpakkingseenheid zoals die aan de
eindverbruiker (de consument) wordt aangeboden: een fles, een blikje,
een pakje of iets dergelijks. Hierbij moeten ook de algemeen geldende
maatschappelijke opvattingen worden betrokken als:

  • doel en gebruik van de verpakking;
  • de aanduidingen op de verpakking;
  • de groep van afnemers voor wie het product blijkens de verpakking kennelijk is bestemd;
  • de handelskanalen via welke het product in die verpakking wordt verkocht en dergelijke.

De inhoud en omvang van de verpakking zijn minder van belang. Zo kunnen fusten waarin bier wordt verhandeld ook aangemerkt worden als een kleinhandelsverpakking.

Als accijnsgoederen zijn verpakt in een kleinhandelsverpakking, staan
de gegevens over het product op het etiket. Dit geldt ook voor alcoholvrije
dranken. Deze gegevens moeten voldoen aan wetgeving op basis van de Warenwetgeving, bedoeld om de consument te beschermen.
Er behoort te worden geleverd wat er op het etiket staat vermeld (dus
niet minder, iets anders of iets van een andere kwaliteit).

Voor de bepalingen over de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de accijns en de verbruiksbelasting voor kleinhandelsverpakkingen, is aansluiting gezocht bij voorschriften die zijn gebaseerd op de Warenwet en de EU-regelgeving. Deze relatief strenge regels bieden voldoende houvast om uit te gaan van de gegevens zoals vermeld op het etiket van de kleinhandelsverpakking. Dit voorkomt mede dat relatief
kleine partijen moeten worden bemonsterd waarbij een groot gedeelte van de partij als monster moet worden ingezonden. Dit laat overigens onverlet het recht de goederen te bemonsteren en het Douane Laboratorium het alcoholgehalte en het volume te laten bepalen.

Als bier, wijn, tussenproducten, overige alcoholhoudende producten, tabaksproducten, alcoholvrije dranken, pruimtabak en snuiftabak zijn verpakt in een kleinhandelsverpakking, dan moet het volume of de massa die op de verpakking vermeld is worden aangehouden. Artikel 16, URA en artikel 8, URVAD schrijven dit dwingend voor door gebruikmaking van het woord "wordt". Dat betekent dat er geen keuzemogelijkheid is, dus ook de Douane moet het volume of de massa bepalen aan de hand van de vermeldingen op de verpakking. Een voorwaarde hierbij is dat
de wijze waarop het volume of de massa is vastgesteld en de manier waarop dit is vermeld, voldoen aan de voorwaarden uit het Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakking (artikel 38, WA, artikel 16, URA, artikel 10, derde lid, WVAD en artikel 8, URVAD).

Als bier, wijn, tussenproducten en overige alcoholhoudende producten zijn verpakt in een kleinhandelsverpakking, wordt het alcoholgehalte in aanmerking genomen dat op de verpakking is vermeld (artikel 37, tweede lid, WA juncto artikel 15, tweede lid, URA). Een voorwaarde hierbij is dat de wijze waarop het alcoholgehalte is vastgesteld en de manier waarop dit is vermeld, voldoen aan de voorschriften uit Verordening 1169/2011.

2.2 Ambtelijke
werkzaamheden

De volgende plaatsen kunnen
worden onderworpen aan onderzoek (artikel 83, WA en artikel 36, WVAD):

  • Alle gedeelten van een gebouw, niet zijnde woningen, en alle grond;
  • vervoermiddelen.

Als accijnsgoederen of alcoholvrije dranken zich onder een douaneregeling bevinden, zijn de douanebepalingen van toepassing.

Op basis van artikel 84 WA en artikel 36 WVAD kan de inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar die het onderzoek verricht, vorderen dat van goederen een of meer monsters worden verstrekt.

In tegenstelling tot onderzoek van niet-Uniegoederen neemt de Douane niet zelf monsters, maar vordert deze. Eventuele kostenheffing is niet van toepassing. De AWR - waarin de algemene bepalingen zijn opgenomen die van toepassing zijn op de WA en de WVAD - kent geen kostenheffingen.

Wanneer de uitslag van een monsteronderzoek bekend is, dan wordt overeenkomstig het beleid van de Belastingdienst vooraf contact opgenomen met de belastingplichtige.
De belastingplichtige kan dan reageren op de uitslag. Als de belastingplichtige
nog in de gelegenheid is om aangifte te doen, dan dient de uitslag van het monsteronderzoek enkel als hulpmiddel bij een latere controle.
Dit zal zich veelal voordoen bij een AGP of een inrichting. Als de belastingplichtige geen aangifte meer kan doen dan legt de Douane een naheffingsaanslag op. De belastingplichtige kan tegen deze naheffingsaanslag bezwaar aantekenen. Het verdient daarom aanbeveling om in het geval van monstername een extra monster te nemen. De belastingplichtige heeft geen mogelijkheid bezwaar te maken tegen de uitslag van het monsteronderzoek door middel van een heropneming (de AWR voorziet hier niet in).