Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

6 Accijnsgoederen die in een andere lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen

6.1 Een particulier heeft accijnsgoederen voorhanden in Nederland die hij vanuit een andere lidstaat heeft laten vervoeren naar Nederland

Als een particulier voor eigen behoeften verkregen accijnsgoederen voorhanden heeft, die hij heeft laten vervoeren vanuit een andere lidstaat naar Nederland en die accijnsgoederen al zijn uitgeslagen tot verbruik in die andere, is sprake van uitslag tot verbruik (artikel 2d, derde lid, WA).

6.1.1 Belastingplichtige

Indien een particulier voor eigen behoeften accijnsgoederen voorhanden heeft die in een andere lidstaat zijn uitgeslagen tot verbruik (veraccijnsde accijnsgoederen) en die door een ander dan die particulier vervoerd zijn naar Nederland, dan is de particulier die de accijnsgoederen voorhanden heeft de belastingplichtige (artikel 51, eerste lid, onderdeel f, WA).

6.1.2 Tijdstip van uitslag tot verbruik

Het tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben door de particulier is het tijdstip dat de accijns verschuldigd wordt (artikel 52, derde lid, onderdeel c, WA).

In de praktijk kan zich de situatie voordoen dat achteraf geconstateerd wordt dat een particulier accijnsgoederen voorhanden heeft gekregen waarbij er sprake is van uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2d, derde lid, WA. In die situatie zal het exacte tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben vaak niet bekend zijn. In die gevallen wordt als tijdstip waarop de accijns verschuldigd wordt het tijdstip van het constateren van de uitslag tot verbruik genomen.

De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van uitslag tot verbruik (artikel 55, eerste lid, WA).

6.1.3 Aangifte en betaling van de accijns

In artikel 53a, eerste lid, onderdeel b, van de WA wordt verwezen naar artikel 52, derde lid, onderdeel c, van de WA. In artikel 53a, eerste lid, onderdeel b, van de WA is aangegeven dat in afwijking van artikel 53 van de WA de accijns uiterlijk op de dag na het tijdstip waarop de verschuldigdheid ontstaat moet worden voldaan. Er moet dus een dagaangifte worden gedaan

6.2 Verkrijgen van minerale oliën door particulieren (atypisch vervoer)

Indien een particulier minerale oliën verkrijgt die reeds zijn uitgeslagen tot verbruik in een andere lidstaat en die op atypische wijze worden vervoerd door die particulier of voor zijn rekening, dan is er sprake van uitslag tot verbruik (artikel 2d, vierde lid, WA).

6.2.1 Belastingplichtige

Indien een particulier minerale oliën verkrijgt die vanuit een andere lidstaat op atypische wijze zijn vervoerd, is die particulier de belastingplichtige (artikel 51, eerste lid, onderdeel g, WA).

6.2.2 Tijdstip van uitslag tot verbruik

Het tijdstip van het verkrijgen door de particulier van de minerale oliën in Nederland die vanuit een andere lidstaat op atypische wijze zijn vervoerd is het tijdstip dat de accijns verschuldigd wordt (artikel 52, derde lid, onderdeel d, WA).

De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van uitslag tot verbruik (artikel 55, eerste lid, WA)

6.2.3 Aangifte en betaling van de accijns

In artikel 53a, eerste lid, onderdeel b, WA wordt verwezen naar artikel 52, derde lid, onderdeel d, WA. In artikel 53a, eerste lid, onderdeel b, van de WA is aangegeven dat in afwijking van artikel 53 van de WA de accijns uiterlijk op de dag na het tijdstip waarop de verschuldigdheid ontstaat moet worden voldaan. Er moet dus een dagaangifte worden gedaan .

6.3 Voorhanden hebben voor commerciële doeleinden

Artikel 2e WA ziet op de overbrenging van veraccijnsde goederen die op het grondgebied van de ene lidstaat en naar het grondgebied van een andere lidstaat worden overgebracht om daar voor commerciële doeleinden te worden geleverd of verbruikt. Dit wordt mede aangemerkt als uitslag tot verbruik (artikel 2e, eerste lid, WA): er is dus sprake van een belastbaar feit. De inspecteur hoeft overigens niet aan tonen dat de goederen bestemd zijn om in Nederland te worden geleverd of gebruikt.

Deze veraccijnsde goederen die voor commerciële doeleinden worden geleverd, mogen uitsluitend overgebracht worden van een gecertificeerde afzender naar een gecertificeerde geadresseerde. In onderdeel 30.50.00, Gecertificeerde afzender, en in onderdeel 30.50.10, Gecertificeerde geadresseerde, van dit Handboek wordt verdere toelichting gegeven op deze vergunninghouders.

Daarbij worden twee situaties onderscheiden:

  1. De goederen die zijn geleverd aan anderen dan particulieren (ofwel: aan ondernemers en publiekrechtelijke lichamen).
  2. De goederen zijn geleverd aan particulieren, maar het gaat niet om een overbrenging als bedoeld in artikel 2d of 2f, WA.

Dat betekent dat de geleverde goederen niet:

  • voor eigen behoeften zijn verkregen en door de particulier zelf vanuit een andere lidstaat naar Nederland zijn vervoerd (artikel 2d, eerste lid, WA);
  • voor eigen behoeften zijn verkregen en niet vanuit een andere lidstaat zijn vervoerd door een ander dan de particulier, in opdracht van die particulier (artikel 2d, derde lid, WA);
  • bestaan uit minerale oliën die op een atypische wijze worden vervoerd door de particulier of voor hun rekening (artikel 2d, vierde lid, WA);
  • zien op ‘afstandsverkopen’, zoals opgenomen in artikel 2f, WA.

Overbrengen tussen de gecertificeerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde

De accijnsgoederen die in een andere lidstaat reeds tot verbruik zijn uitgeslagen en naar Nederland worden vervoerd om in Nederland voor commerciële doeleinden te worden geleverd of gebruikt, moeten worden overgebracht van een gecertificeerde afzender naar een gecertificeerde geadresseerde (artikel 2e, eerste lid, WA).

In artikel 2e, derde lid, WA is aangegeven, dat in de UBA regels zijn gesteld met betrekking tot de verplichtingen waaraan moet worden voldaan. Zo wordt bijvoorbeeld in artikel 6a, eerste lid, UBA, bepaald, dat de overbrenging van reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen vanuit een andere lidstaat naar Nederland, moet gebeuren onder dekking van een e-VAD (vereenvoudigd elektronisch administratief document, artikel 1a, UBA).

6.3.1 Belastingplichtigen

Bij het overbrengen van veraccijnsde accijnsgoederen vanuit een andere lidstaat door een gecertificeerde afzender in die andere lidstaat naar een gecertificeerde geadresseerde in Nederland, is sprake van het belastbare feit van artikel 2e, eerste lid, WA.

De belastingplichtige is de gecertificeerde geadresseerde (artikel 51, eerste lid, onderdeel h, WA).

6.3.2 Tijdstip uitslag tot verbruik

In artikel 52, derde lid, onderdeel e, WA is bepaald wat het tijdstip van de uitslag tot verbruik is, als het overbrengen van veraccijnsde goederen uit een andere lidstaat naar Nederland wordt uitgevoerd tussen een gecertificeerde afzender en een gecertificeerde geadresseerde. Het tijdstip van de uitslag tot verbruik is dan het tijdstip waarop de accijnsgoederen in ontvangst zijn genomen door de gecertificeerde geadresseerde in Nederland.

De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van uitslag tot verbruik (artikel 55, eerste lid, WA).

6.3.3 Aangifte en betaling van de accijns

In artikel 53a, eerste lid, onderdeel b, WA wordt verwezen naar artikel 52, derde lid, onderdeel e, WA. In artikel 53a eerste lid, onderdeel b van de WA is aangegeven dat de accijns uiterlijk op de dag na het tijdstip waarop de verschuldigdheid ontstaat moet worden voldaan. Er moet dus een dagaangifte worden gedaan.

6.4 Verkopen op afstand

Van verkopen op afstand is sprake als in Nederland gevestigde particulieren of publiekrechtelijke lichamen goederen kopen van een afzender die in een andere lidstaat gevestigd is en die afzender die goederen naar Nederland vervoert of laat vervoeren. Het gaat daarbij om goederen die in die andere lidstaat al tot verbruik zijn uitgeslagen ( artikel 2f, WA).

De afzender in de andere lidstaat kan op twee manieren ervoor zorgen dat de accijns in Nederland wordt voldaan. Dat is opgenomen in artikel 50f, eerste lid, WA. De afzender van de accijnsgoederen, die in een andere lidstaat gevestigd is, kan:

  • zelf aangifte doen als afzender. Daarvoor is de afzender verplicht om zich te melden bij de inspecteur, voorafgaan aan de verzending van de accijnsgoederen; of
  • een fiscaal vertegenwoordiger in Nederland aanstellen. De fiscaal vertegenwoordiger is niet de geadresseerde van de accijnsgoederen. De fiscaal vertegenwoordiger moet in het bezit zijn van een vergunning van de inspecteur (artikel 50j, tweede lid, WA).

6.4.1 Belastingplichtige

Als belastingplichtige in het geval van verkopen op afstand wordt gezien (artikel 51, eerste lid, onderdeel j, WA):

  • de afzender in een andere lidstaat; of
  • de aangewezen fiscaal vertegenwoordiger.

6.4.2 Tijdstip uitslag tot verbruik

Het tijdstip van de levering van de accijnsgoederen is het tijdstip waarop de accijns verschuldigd wordt (artikel 52, derde 3, onderdeel f, WA). Dit is het tijdstip dat de accijnsgoederen daadwerkelijk bij de koper in Nederland worden afgeleverd.

De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van uitslag tot verbruik (artikel 55, eerste lid, WA)

6.4.3 Aangifte en betaling van de accijns

Als de afzender ervoor heeft gekozen om zelf aangifte accijns te doen in Nederland wanneer Nederland de lidstaat van bestemming is, dan is artikel 53a, eerste lid onderdeel b, WA van toepassing. De afzender moet de accijns uiterlijk op de dag na het tijdstip waarop de verschuldigdheid ontstaat, voldoen. Er moet dus een dagaangifte worden gedaan

Als er een fiscaal vertegenwoordiger is aangesteld, dan geldt er geen uitzondering in artikel 53a, WA op de in artikel 53, WA opgenomen hoofdregel. De fiscaal vertegenwoordiger moet de accijns binnen één maand na het einde van het tijdvak aangeven en betalen.

6.5 Onregelmatigheden tijdens het vervoer van accijnsgoederen die in een andere lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen

Artikel 4 WA heeft betrekking op onregelmatigheden die zich voordoen tijdens een overbrenging van accijnsgoederen naar Nederland als bedoeld in artikel 2e en 2f WA. Hierbij gaat het om goederen die in een andere lidstaat al tot verbruik zijn uitgeslagen en die in Nederland voor commerciële doeleinden worden geleverd of gebruikt (artikel 2e, WA) of op afstand worden verkocht (artikel 2f, WA) Indien die onregelmatigheden zich voordoen, zijn afhankelijk van het geval, artikel 2e, eerste lid, WA of 2f, eerste lid, WA van toepassing (artikel 4, eerste lid, WA).

In artikel 4, vijfde en zesde lid, WA is bepaald wat er onder een onregelmatigheid moet worden verstaan.

Het gaat bijvoorbeeld om de situatie, waarin geen sprake is van algehele vernietiging of het geheel of gedeeltelijk verloren gaan van accijnsgoederen, door niet te voorziene omstandigheden of overmacht (artikel 3, WA). Er zijn dan bijvoorbeeld tekorten geconstateerd, die niet het gevolg zijn van niet te voorziene omstandigheden of overmacht.

Ook kan er sprake zijn van de situatie waarin het overbrengen niet plaatsvindt tussen een gecertificeerde afzender en een gecertificeerde geadresseerde, of dat er geen e-VAD wordt gebruikt tijdens de overbrenging.

Artikel 4, WA komt in grote lijnen overeen met artikel 2c, WA,dat betrekking heeft op de gevallen waarin tijdens een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden.

6.5.1 Belastingplichtige

Bij onregelmatigheden tijdens het overbrengen van de accijnsgoederen van een andere lidstaat naar Nederland zoals bedoeld in artikel 2e, WA, wordt in artikel 51, eerste lid, onderdeel i respectievelijk onderdeel k, WA de belastingplichtige aangewezen.

Bij onregelmatigheden tijdens het overbrengen van de accijnsgoederen van een andere lidstaat naar Nederland zoals bedoeld in artikel 2f, WA, wordt in artikel 51, eerste lid, onderdeel k, WA de belastingplichtige aangewezen.

6.5.2 Tijdstip uitslag tot verbruik

Als er sprake is van een onregelmatigheid op grond van artikel 4, WA, dan wordt als tijdstip van de uitslag tot verbruik gezien het tijdstip van de vaststelling van de in artikel 4, WA bedoelde onregelmatigheid (artikel 52, derde lid, onderdeel g, WA).

De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van uitslag tot verbruik (artikel 55, eerste lid, WA).

6.5.3 Aangifte en betaling van de accijns

In het geval van een onregelmatigheid als bedoeld in artikel 4, WA, waarbij het tijdstip van de uitslag tot verbruik wordt bepaald volgens artikel 52, derde lid, onderdeel g, WA) geldt dat de bepaling van artikel 53a, eerste lid, onderdeel g, WA van toepassing is. Er dient dan binnen een maand na het tijdstip van de vaststelling van de in artikel 4, WA bedoelde onregelmatigheid, accijnsaangifte zijn voldaan.

De aangifte die in deze situatie moet worden gedaan is echter geen periodieke (maand)aangifte. Ondanks de hiervoor genoemde periode van een maand is er sprake van een tijdstipaangifte.

Belastingplichtige mogelijk in een andere lidstaat van de EU

Als tijdens de overbrenging van accijnsgoederen die in een andere lidstaat zijn uitgeslagen tot verbruik, en die worden vervoerd tussen een gecertificeerde afzender en een gecertificeerde geadresseerde, in Nederland een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden, is Nederland de lidstaat die bevoegd is om tot heffing over te gaan (artikel 4, eerste lid, WA). Het kan gaan om accijnsgoederen die naar Nederland of via Nederland worden vervoerd.

Indien tijdens de overbrenging van accijnsgoederen volgens artikel 2e, of 2f, WA, in Nederland een onregelmatigheid is geconstateerd, en er kan niet worden vastgesteld waar de onregelmatigheid plaatsvond, dan is bepaald in artikel 4, tweede lid, WA, dat de onregelmatigheid geacht wordt te hebben plaatsgevonden in Nederland. Nederland is dan de lidstaat die bevoegd is om tot heffing over te gaan. Als achteraf wordt vastgesteld, dat de onregelmatigheid daadwerkelijk heeft plaatsgevonden in een andere lidstaat, dan is de accijns in die andere lidstaat verschuldigd (artikel 4, derde lid, WA).

Om deze belastingplichtige, als die in het buitenland woonachtig of gevestigd is, voldoende tijd te geven de belasting op aangifte te voldoen, krijgt deze een aangifteformulier toegezonden. De accijns moet dan binnen 1 maand, nadat de onregelmatigheid is vastgesteld, worden voldaan op grond van artikel 53a, eerste lid, onderdeel d WA.

Zie voor meer informatie het onderdeel 40.15.00, Overbrengen en EMCS, van dit Handboek.