Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

4 Tabaksproducten (tot verbruik bereide tabak)

4.1 Algemeen

Als tabaksproduct wordt aangemerkt: tot verbruik bereide tabak in de vorm van sigaren, sigaretten of rooktabak (artikel 29, WA en artikel 2, eerste lid, Richtlijn 2011/64/EU).

Tabak wordt verkregen van planten van het geslacht Nicotiana. De soorten tabaksproducten zijn omschreven in artikel 30, 31 en 32 van de WA.

Ook producten die op een kleine behandeling na voor verbruik gereed zijn, vallen onder het begrip tabaksproducten. Denk hierbij aan behandelingen als het drogen, ontpunten en poederen van sigaren.

Let op!  Let op!

Ook sigaren, sigaretten en rooktabak die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan kunnen belast worden met accijns. Dat is geregeld in artikel 30, 31 en 32 WA. In de toelichting die hierna volgt, wordt steeds onderscheid gemaakt tussen tabaksproducten die uit tot verbruik bereide tabak bestaan en de tabaksproducten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan.

Let op!  Let op!

Pruim- en snuiftabak zijn ook tabaksproducten, maar zijn niet belast met accijns. Tot 1 januari 2013 waren ze belast met verbruiksbelasting. Deze producten zijn nu alleen nog belast met omzetbelasting.

4.2 Sigaren

4.2.1 Sigaren van tabak

Onder sigaren worden de volgende producten verstaan indien zij geschikt zijn om, en, gelet op hun kenmerken en de normale verwachtingen van de consument, uitsluitend bestemd zijn om als zodanig te worden gerookt (artikel 30, WA en artikel 4, Richtlijn 2011/64/EU):

  1. voor roken geschikte tabaksrolletjes met een dekblad van natuurlijke tabak;
  2. voor roken geschikte tabaksrolletjes bestaande uit:
    • een gebroken melange, met een dekblad met normale sigaarkleur van gereconstitueerde tabak dat het product volledig omhult (in voorkomend geval met inbegrip van het filter, maar met uitzondering van het mondstuk), en
    • waarvan het gewicht per stuk zonder filter of mondstuk, ten minste 2,3 gram en niet meer dan 10 gram bedraagt en de omtrek over tenminste een derde van de lengte 34 mm of meer bedraagt.

Tabaksrolletjes die niet geschikt zijn om als sigaar te worden gerookt, worden aangemerkt als sigaret of als rooktabak.

Ook cigarillo's worden als sigaren beschouwd.

Ter informatie!  (Filter)cigarillo's

Een (filter)cigarillo is een klein sigaartje, die qua grootte en verpakkingswijze aan sigaretten doen denken. Het verschil met sigaretten is dat een sigaret tabak bevat gewikkeld in papier, terwijl een cigarillo tabak bevat gewikkeld in een dun tabaksblad.

4.2.2 Sigaren die gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan

Sigaren die gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, maar verder wel voldoen aan de in paragraaf 4.2.1 genoemde punten onder a of b worden voor de WA ook gezien als sigaren (artikel 30, tweede lid, WA).

4.3 Sigaretten

4.3.1 Sigaretten van tabak

Een sigaret is een tabaksrolletje dat geschikt is om als zodanig te worden gerookt, eventueel na een eenvoudige niet-industriële bewerking die bestaat uit het aanbrengen (om één of meer tabaksrolletjes) van één of meer aangepaste rolletjes papier, al dan niet met filter (artikel 31, eerste lid, WA en artikel 3, Richtlijn 2011/64/EU). Een sigaret is alleen een sigaret als die niet als sigaar kan worden aangemerkt.

4.3.2 Sigaretten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan

Naast de gangbare sigaretten van tabak zijn er bijzondere sigaretten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan. De WA merkt deze ook aan als het tabaksproduct 'sigaretten'. Dat is opgenomen in artikel 31, tweede lid, WA. Die producten moet dan verder wel voldoen aan de omschrijving in het eerste lid (zie paragraaf 4.3.1).

Voorbeelden hiervan zijn de kruidensigaretten die onder allerlei benamingen te koop zijn en qua uiterlijk lijken op (soms grote) sigaretten. Voorbeelden daarvan zijn kretek en beedies.

Ter informatie!  Kretek en beedies

Er bestaan sigaretten van tabak waaraan kruiden zijn toegevoegd voor een bijzonder aroma. Zo is aan een (Indonesische) kretek-sigaret kruidnagel toegevoegd en bestaat er een Indiase sigaret in verschillende gearomatiseerde varianten. Beedies of Bidis (uit India) bestaan uit een mengsel van kruiden en tabak gewikkeld in een blad tot een taps toelopende vorm, bij elkaar gehouden door een touwtje. Al deze producten moeten worden belast als sigaretten in de zin van de artikelen 29 en 31 van de WA.

Zolang er geen drugs of andere in de Opiumwet verboden stoffen in zijn opgenomen, worden al deze producten voor de accijns behandeld als sigaretten en dus in zijn geheel belast met accijns.

Dit standpunt is bevestigd in een brief van het Ministerie van Financiën van 1 september 2021 (Beleidslijn THC producten) waarin het volgende staat geschreven: “Zo kan ook voor het geval dat door de Douane is aangedragen, de accijnsheffing geen betrekking hebben op de uitslag tot verbruik van verdovende middelen die voor ongeoorloofd gebruik zijn bestemd en terstond na hun ontdekking uit het verkeer dienen te worden genomen.”

Tabaksrolletjes die niet voldoen aan de bepalingen van artikel 31, eerste en tweede lid van de WA, worden aangemerkt als rooktabak.

4.3.3 Berekening accijns voor een tabaksrolletje met bepaalde lengte

Voor de berekening van de accijns wordt een sigaret die zonder filter of mondstuk langer is dan 8 cm, voor elke volgende 3 cm aangemerkt als een extra sigaret (artikel 35, vierde lid, WA). Voorbeeld: een tabaksrolletje dat 12 cm lang is wordt aangemerkt als 3 sigaretten.

4.4 Rooktabak

4.4.1 Rooktabak van tabak

Onder rooktabak wordt tabak verstaan die geschikt is om te worden gerookt, maar die niet als sigaren of als sigaretten is aan te merken (artikel 32, eerste lid, WA). Voorbeelden hiervan zijn shag en pijptabak. Ook waterpijptabak wordt als rooktabak aangemerkt.

Ter informatie!  Waterpijptabak

Bij een waterpijp wordt waterpijptabak verhit door gloeiende houtskool. Door het zuigen aan de pijp wordt de lucht door de houtskool verhit, waarna de hete lucht de tabak passeert. De zo ontstane tabaksdamp bereikt door het water heen de roker. Er vindt dus een bepaalde mate van verhitting van de tabak plaats die de gebruikelijke tabaksingrediënten losweekt, waarna ze geïnhaleerd kunnen worden. De wijze en mate van verhitting/verbranding van waterpijptabak verschilt niet wezenlijk van de andere tabaksproducten. Het roken van waterpijptabak en het roken van andere soorten tabaksproducten valt daarom onder dezelfde noemer van roken zoals genoemd in artikel 32 WA.

Definitie van rooktabak

Opvallend is dat artikel 32 WA een te summiere beschrijving geeft van rooktabak. De uitgebreidere beschrijving waaraan moet worden voldaan en waar in de jurisprudentie vaak op terug wordt gegrepen is opgenomen in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64/EU.

Rooktabak moet op grond van dit artikel voldoen aan allebei de hierna genoemde voorwaarden:

  1. De rooktabak moet zijn gesneden of op andere wijze versnipperd, gesponnen of tot flakes geperst; èn
  2. De rooktabak moet geschikt zijn om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt.

Daar valt bijvoorbeeld onder gesneden, al dan niet gestripte ruwe tabak met een zo fijne snede dat deze zonder nadere industriële bewerking geschikt is om te worden gerookt.

Daarnaast kan ook tabaksafval, dat verpakt is voor de verkoop aan de consument en geschikt is om te worden gerookt, als rooktabak worden gezien. Tabaksafval wordt omschreven als de resten van tabaksbladeren en bijproducten die uit de verwerking van tabak of de vervaardiging van tabaksproducten ontstaan (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Richtlijn 2011/64/EU).

Hierbij kan gedacht worden aan het zogenaamde tabakskort (een afvalproduct van de kerftabaksindustrie), mits dit geschikt is om te worden gerookt. Tabakskort dat is bestemd voor de vervaardiging van gereconstitueerde tabak wordt niet beschouwd als rooktabak maar als ruwe tabak.

Voor roken geschikt

Om aangemerkt te kunnen worden als rooktabak is het niet strikt noodzakelijk dat alle bewerkingshandelingen zijn uitgevoerd voordat de tabak aan de consument wordt verkocht. Dat blijkt uit de prejudiciële uitspraak van 6 april 2017 van het Hof van Justitie (C-638/15).

In deze uitspraak geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of gedroogde, platte, onregelmatige, gedeeltelijk gestripte tabaksbladeren en/of delen daarvan, die een primaire droging hebben ondergaan en gecontroleerd zijn bevochtigd, die glycerinesporen bevatten en die na gewone voorbereiding (malen of met de hand versnijden) geschikt zijn om te worden gerookt, kunnen worden beschouwd als tabaksfabricaten in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel c), ii), of van artikel 5, eerste lid, onderdeel a), van Richtlijn 2011/64/EU.

Volgens het Hof van Justitie voldoet deze tabak aan het begrip rooktabak , omdat deze na een gewone voorbereiding (zonder verdere industriële verwerking) geschikt is om te worden gerookt. Deze gewone voorbereiding kan bestaan uit het malen of met de hand versnijden van de tabak door de consument.

In geval van twijfel of het gaat om ruwe tabak of rooktabak verdient het aanbeveling om het douanelaboratorium te laten beoordelen of de tabak voldoet aan de door het Hof van Justitie in dit arrest geformuleerde eigenschappen.

Verhitten is voldoende

Bij de beoordeling of rooktabak geschikt is om te worden gerookt wordt, sinds het arrest f6 Cigarettenfabrik HvJEU, 14-3-2024, nr. C-366/22, meegewogen dat de in de gebruiksaanwijzing bedoelde verhitting van een product zo’n product geschikt kan maken om te worden gerookt en dat een criterium als verbranding niet doorslaggevend is.

Voorbeelden van rooktabak bestaande uit tabak

We bespreken hier

  • Blunts of bluntswraps
  • Ploom

Blunts of bluntwraps

Blunts of bluntwraps zijn vloeitjes van natuurlijke of gehomogeniseerde tabak. Ze kunnen direct gesneden zijn uit natuurlijke tabaksbladeren, of zijn gemaakt van gehomogeniseerde tabak. Gehomogeniseerde of gereconstitueerde tabak is een papierachtig product op basis van tabaksstof en bindmiddelen.

Al dit soort wraps hebben een dubbele functie. Als eerste om de rooktabak bij elkaar te houden, maar daarbij als tweede om extra smaak toe te voegen. Dat is het verschil met papieren vloei en de reden om in een aantal gevallen deze wraps aan te merken als rooktabak.

Blunts of bluntwraps kunnen individueel of met meerdere tegelijk in een consumentenverpakking verpakt zijn. Als deze producten geheel of gedeeltelijk uit tabak bestaan, worden ze belast als rooktabak in de zin van artikel 29 en 32, eerste lid, WA.

De criteria om een dergelijk product niet als rooktabak aan te merken zijn:

  • wanneer het bij elkaar houden van de rooktabak de voornaamste functie van het product is, en
  • wanneer het product niet geheel of gedeeltelijk uit tabak bestaat.

Ploom

De Ploom bestaat uit een kunststof pijpje waarin capsules met melanges van gemalen tabaksblaadjes en een vloeistof (met o.a. glycerol) kunnen worden geplaatst. De inhoud van de capsule wordt verhit met behulp van een butaancapsule. De werking van het Ploom-pijpje is te vergelijken met de verwarming van waterpijptabak.

Het te roken product voldoet aan de vereisten ten aanzien van de ‘verschijningsvorm’ en wordt daarom beschouwd als rooktabak op grond van artikel 32, eerste lid, WA.

4.4.2 Rooktabak die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan

Ook producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, kunnen als rooktabak worden aangemerkt. Die producten moeten dan verder wel voldoen aan de omschrijving van artikel 32, eerste lid van de WA en voldoen aan de bepalingen van artikel 5, Richtlijn 2011/64/EU. Het te roken product moet dus bestanddelen bevatten die gesneden zijn, dan wel op een andere wijze versnipperd, gesponnen of tot flakes geperst en geschikt zijn om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt.

Als een product ook andere bestanddelen dan tabak bevat, dan kan uit het arrest van het HvJ van 16 september 2020, C-674/19 (Skonis ir kvapas), EU:C:2020:710, overwegingen 34 en 45 worden afgeleid dat voor de toepassing van Richtlijn 2011/64 het product in zijn geheel als rooktabak wordt beschouwd en als zodanig aan accijns op tabak moet worden onderworpen. Het is dus voor de beoordeling of een product is onderworpen aan accijns op tabak van belang dat wordt gekeken naar het geheel van stoffen dat geschikt is om te worden gerookt.

Voorbeelden van rooktabak die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaat

Hierna gaan we dieper in op:

  • Waterpijptabak die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaat
  • Kruidenmengsels die geen tabak bevatten
  • Palmwraps en herbal wraps
  • Ploom met een kruidenmelange

Deze producten worden beschouwd als rooktabak, omdat ze aan de beide voorwaarden van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64 voldoen:

  1. Ten aanzien van de uiterlijke kenmerken (‘verschijningsvorm’): het te roken product is gesneden of op andere wijze versnipperd, gesponnen of tot flakes geperst; èn
  2. Het te roken product is geschikt om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt

Waterpijptabak die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaat

Deze waterpijptabak betreft veelal producten, waarvan het te roken product bestaat uit cellulose en glycerol, met toegevoegde geur-, smaak- en eventuele andere stoffen. Het product moet doorgaans verhit worden.

Bij waterpijpproducten op basis van cellulose en glycerol geldt dat de cellulose samen met de glycerol kunnen worden gezien als het voor roken geschikte product. De cellulose bestaat uit kleine stukjes, die te beschouwen zijn als gesneden of op een andere wijze versnipperd, gesponnen of tot flakes geperst. Daarnaast is een dergelijk product geschikt om zonder verder industriële verwerking te worden gerookt. Aan de beide voorwaarden van artikel 5, eerste lid, onderdeel a van Richtlijn 2011/64 wordt voldaan. Er is sprake van de rooktabak van artikel 32, tweede lid, WA. De cellulose kan samen met de glycerol in zijn geheel worden gezien als het voor roken geschikte product, waarbij het gehele product wordt belast (HvJ Skonis ir kvapas, C-674/19).

Ook waterpijptabak op basis van gel en stukjes fruit voldoet aan de beide voorwaarden van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64 en wordt beschouwd als rooktabak zoals bedoeld in artikel 32, tweede lid, WA. Bij waterpijpproducten op basis van gel en stukjes fruit geldt dat de stukjes fruit samen met de gel kunnen worden aangemerkt als het voor roken geschikte product. Stukjes fruit voldoen aan de voorwaarde ‘gesneden of op andere wijze versnipperde, gesponnen of tot flakes geperst’. Er is geen ondergrens hoeveel fruit in het product aanwezig moet zijn om te komen tot een belastbaar product. De stukjes fruit samen met de gel kunnen in zijn geheel worden gezien als het voor roken geschikte product (HvJ Skonis ir kvapas, C-674/19).

Kruidenmengsels die geen tabak bevatten

Er zijn kruiden of mengsels van kruiden te koop in een consumentenverpakking. Als uit de wijze van presentatie (aanduidingen op de verpakking) blijkt dat het product is bestemd om (ook) zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt, èn er wordt voldaan aan de eisen ten aanzien van de verschijningsvorm, dan worden deze producten belast als rooktabak in de zin van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64 en artikel 29 en 32, tweede lid van de WA.

Palmwraps en herbal wraps

Het betreft hier varianten van de blunts of bluntwraps zoals besproken in 4.4.1, waarbij sprake is van een andere samenstelling, zoals met palmblad of hennep. Onder de genoemde voorwaarden kunnen ook deze wraps beschouwd worden als rooktabak, in dit geval op basis van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64 en artikel 32, tweede lid, WA.

Ploom met een kruidenmelange

De Ploom is besproken in onderdeel 4.4.1. De Ploom kan ook worden gebruikt met capsules met kruidenmelanges. Het product is geschikt om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt en voldoet aan de vereisten ten aanzien van de ‘verschijningsvorm’ en wordt daarom beschouwd als rooktabak op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64 en artikel 32, tweede lid, WA.

4.4.3 Berekening accijns voor rooktabak die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaat

Bestaat rooktabak geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak? Dan moet de accijns worden berekend over het totale gewicht van het product. De accijns wordt dus berekend over zowel de tabak als de andere stoffen.

4.5 Voorbeelden van producten die niet onder de heffing van accijns vallen

Hierna worden een aantal voorbeelden besproken van producten die niet onder de heffing van accijns vallen.

4.5.1 Voorbeelden van producten met tabak die niet onder de heffing van accijns vallen

Snus

Een voorbeeld van een product dat wel tabak bevat, maar niet onder de heffing van accijns valt is snus. Snus is een nicotinehoudend product voor oraal gebruik dat tabak bevat. De varianten die geen tabak bevatten worden vaak ten onrechte ook als snus aangeduid. Het product is niet bestemd om te worden verhit of verbrand. Snus is niet geschikt om te worden gerookt. Het gaat om zakjes die tussen lip of wang en tandvlees worden gehouden. De varianten zonder tabak zijn in Nederland toegestaan, maar de varianten die wel tabak bevatten mogen in Nederland niet in de handel worden gebracht (zie Tabaks- en rookwarenwet). Aangezien er geen sprake is van een voor roken geschikt product is er geen sprake van rooktabak, waardoor heffing van accijns niet van toepassing is.

4.5.2 Voorbeelden van producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan en niet onder de heffing van accijns vallen

Het gaat om producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan. Deze producten voldoen niet aan de eerste vereiste van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64, te weten de eisen ten aanzien van de uiterlijke kenmerken (‘verschijningsvorm’). Op grond van dit artikel moet het te roken product immers gesneden of op andere wijze versnipperd, gesponnen of tot flakes geperst zijn. De hierna genoemde voorbeelden voldoen niet aan deze verschijningsvorm. We bespreken:

  • Vapes
  • IQOS
  • Stoomstenen
  • Waterpijptabak enkel op basis van gel of een andere vloeistof

Vapes

Het te roken product bestaat uit een vloeistof met een smaakje. Er zijn geen ingrediënten in het te roken product die voldoen aan de vereisten ten aanzien van de verschijningsvorm en daarom wordt het product niet beschouwd als rooktabak in de zin van de Richtlijn en WA.

Levia

De IQOS is een apparaatje waarmee sticks met een vloeistof (‘Levia’) kunnen worden verhit, waarna de damp die dan ontstaat wordt geïnhaleerd. Deze sticks zijn er in diverse smaken. Het te roken product bestaat enkel uit een vloeistof. Een vloeistof voldoet niet aan de vereisten ten aanzien van de verschijningsvorm en wordt daarom niet beschouwd als rooktabak in de zin van de Richtlijn en WA.

Stoomstenen

Dit zijn poreuze steentjes die worden ondergedompeld in een gelachtige vloeistof met aroma en smaakstof. De steentjes worden in een waterpijp verhit waardoor de aroma's die zich in de steentjes bevinden vrijkomen en ingeademd worden. De gelachtige vloeistof is het te roken product; de steentjes zijn enkel de drager.

Er wordt niet voldaan de voorwaarden van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64 ten aanzien van de ‘verschijningsvorm’, waardoor er geen sprake is van rooktabak in de zin van de Richtlijn en WA.

Waterpijptabak enkel op basis van gel of een andere vloeistof

Wanneer de te roken waterpijptabak enkel bestaat uit gel of een andere vloeistof met geur- en smaakstoffen, waarbij geen enkel ingrediënt van het te roken product voldoet aan de eisen ten aanzien van de ‘verschijningsvorm’, dan wordt een dergelijk product niet beschouwd als rooktabak op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, Richtlijn 2011/64 en artikel 32, WA.