2 Summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de summiere aangifte bij binnenbrengen. Dit wordt ook de Entry Summary Declaration (ENS) genoemd. Naast de ENS moeten ook andere formaliteiten worden vervuld als goederen via de lucht het douanegebied van de Unie binnenkomen. Zie hiervoor hoofdstuk 3, 4 en 5 van dit onderdeel.
2.1 Douanekantoor van eerste binnenkomst
De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) wordt binnen een specifieke termijn bij het douanekantoor van eerste binnenkomst ingediend. Dit gebeurt voordat de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen.
(artikel 127, lid 3 DWU)
Het douanekantoor van eerste binnenkomst is het douanekantoor dat het douanetoezicht uitoefent op de luchthaven waar het luchtvaartuig, waarmee de goederen worden vervoerd, aankomt (of bestemd is om aan te komen) in het douanegebied van de Unie. Het luchtvaartuig en de goederen komen vanuit een derde land.
(artikel 1, punt 15 GVo.DWU)
De lijst van Nederlandse douanekantoren van binnenkomst voor door de lucht binnengebrachte goederen is opgenomen in bijlage IV van de Algemene douaneregeling.
(artikel 2:1, lid 2 Algemene douaneregeling)
Voorbeeld
Doet een luchtvaartuig eerst Luga Airport (Malta) aan, en vliegt het daarna naar Schiphol Airport? Dan is Luga Airport eerste kantoor van binnenkomst.
2.2 De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
Voor goederen die in de eerste internationale luchthaven van het douanegebied van de Unie (EU-luchthaven) worden binnengebracht, moet binnen bepaalde termijnen de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) worden ingediend. Vóór het laden van de goederen in het luchtvaartuig moet ten minste een minimale set gegevens worden ingediend en vóórdat het luchtvaartuig de Unie binnenkomt moet een volledige set gegevens worden ingediend.
De volledige gegevensset van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) moet in ieder geval binnen de volgende termijnen worden ingediend:
- bij vluchten met een reistijd van minder dan vier uur: uiterlijk op het werkelijke vertrekuur van het luchtvaartuig;
- bij andere vluchten: uiterlijk vier uur voor de aankomst van het luchtvaartuig op de eerste internationale EU-luchthaven.
(artikel 127, lid 1 en lid 3 DWU, artikel 1, punt 15 GVo.DWU en artikel 106 GVo.DWU)
Let op!
In het geval van overmacht zijn de termijnen genoemd in artikel 106 GVo.DWU niet van toepassing. Overmacht ziet op alle situaties die buiten de invloedssfeer van de indiener liggen. Zie bijvoorbeeld ook paragraaf 3.2.3 in hoofdstuk 3 van dit onderdeel.
(artikel 111 GVo.DWU)
De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) bestaat uit twee delen:
- Pre-load ENS met een minimale gegevensset (artikel 106, lid 2bis GVo.DWU); en
- Pre-arrival ENS met een volledige gegevensset (artikel 106, lid 3 GVo.DWU)
(zie paragraaf 2.2.1 van dit hoofdstuk).
De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) bevat de informatie die nodig is voor de risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden.
(artikel 127, lid 5 DWU)
Let op!
Als een luchtvaartuig zonder tussenstop goederen door het luchtruim van het douanegebied van de Unie vervoert, dan geldt de verplichting voor het indienen van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) voor deze goederen niet. De verplichting geldt ook niet als er sprake is van een Unievlucht. Ook kan in andere gevallen een rechtvaardiging bestaan voor het afzien van het indienen van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) door het soort goederen, soort vervoer of wegens verplichtingen uit internationale overeenkomsten. Zie verder paragraaf 2.2.2 van dit hoofdstuk.
(artikel 127, lid 2 DWU)
De summier aangifte bij binnenbrengen (ENS) wordt door marktdeelnemers ingediend via de ICS2 Shared Trader Interface/Portal (STI/STP) en bevat de gegevens op master- en house-niveau van de air waybill (AWB).
De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) wordt ingediend door de vervoerder (luchtvaartmaatschappij). De andere personen die de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) kunnen indienen, zijn opgenomen in paragraaf 2.2.3 van dit hoofdstuk.
(artikel 127, lid 4 DWU)
2.2.1 Pre-load ENS en pre-arrival ENS
De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) bestaat uit twee delen. De pre-load ENS (PLACI) en de pre-arrival ENS. De pre-load ENS en de pre-arrival ENS kunnen ook als één summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) worden ingediend.
Zie verder paragraaf 2.2.5 van dit hoofdstuk.
2.2.1.1 Pre-load ENS (PLACI)
De pre-load ENS (PLACI) is de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) door de lucht die, uiterlijk vóórdat de goederen in het land van verzending in het luchtvaartuig worden geladen, in ICS2 wordt ingediend. In ICS2 is dit de Pre-loading Advance Cargo Information (PLACI). Voor luchtvracht is de pre-load fase verplicht.
Het is de eerste stap van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS), waarbij de minimale gegevensset wordt ingediend. Deze gegevensset bestaat uit: naam en adres van de afzender, naam en adres van de geadresseerde, aantal colli, brutogewicht, omschrijving van de goederen en vervoersreferentienummer (MAWB/HAWB).
De pre-load risicoanalyse voor de luchtvaart ziet alleen op luchtvaart-veiligheidsrisico’s (oftewel ‘the bomb-in-the-box’). De uitkomst van de veligheidsrisicoanalyse wordt gedeeld met de aangever(s) in de vorm van een ‘Assessment complete notification’. Als de luchtlading is geïdentificeerd als een zeker luchtveiligheidsrisico, dan deelt de Douane een ‘Do not load’ (DNL) bericht met de aangever en de vervoerder (luchtvaartmaatschappij). In het geval van een DNL-bericht zorgt de vervoerder (luchtvaartmaatschappij) ervoor dat de goederen niet worden geladen in het luchtvaartuig.
De gegevens uit de pre-load ENS (veiligheidsgegevens) worden door de Douane gebruikt voor een risicoanalyse op veiligheid voordat de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen.
(artikel 106, lid 2bis GVo.DWU)
2.2.1.2 Pre-arrival ENS
De pre-arrival ENS is de tweede stap van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS), die voorafgaand aan de binnenkomst van de goederen wordt ingediend. Zie voor de termijnen de inleiding van paragraaf 2.2. Op basis van de volledige gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS), de pre-arrival ENS, voert de Douane een risicoanalyse uit van de ladingsgegevens voordat de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen.
(artikel 106, lid 3 GVo.DWU)
Zie verder paragraaf 2.2.3 en paragraaf 2.2.5 van dit hoofdstuk.
2.2.2 Ontheffing van verplichting indienen van summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
Voor de volgende goederen wordt afgezien van de verplichting om een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) in te dienen en geldt een ontheffing:
- Brievenpost (brieven, briefkaarten, braillestukken en drukwerk met vrijstelling van invoerrechten) zie voor in het vrije verkeer brengen onderdeel 13.50.00 van het Handboek Douane; (artikel 1, punt 26 GVo.DWU en artikel 104, lid 1, onder c GVo.DWU)
- Persoonlijke goederen waarvoor een douanevrijstelling geldt; (artikel 104, lid 1, onder d GVo.DWU)
- Goederen zonder handelskarakter, terugkerende laadborden, containers, vervoermiddelen, reserveonderdelen hiervan, verpakkingsmiddelen met merktekens, organen en ander menselijk of dierlijk weefsel, etc. (zonder vervoersovereenkomst); (artikel 104, lid 1, onder e en onder f GVo.DWU)
- Goederen in persoonlijke bagage van reizigers (zie verder onder 4.3 van hoofdstuk 4); (artikel 104, lid 1, onder g GVo.DWU)
- Militaire goederen met een NAVO-formulier 302 of EU-formulier 302; (artikel 104, lid 1, onder h GVo.DWU)
- Wapens en militaire uitrusting in vervoer voor het ministerie van Defensie (artikel 104, lid 1, onder i GVo.DWU)
- Goederen die rechtstreeks het douanegebied van de Unie worden binnengebracht vanaf offshore installaties, die door een in het douanegebied van de Unie gevestigde persoon worden geëxploiteerd:
i) goederen die bij de bouw, het herstellen, het onderhoud of de verbouwing van deze offshore installaties daarin zijn opgenomen;
ii) goederen die voor de uitrusting van de offshore installaties zijn gebruikt;
iii) provisie die op de offshore installaties wordt gebruikt of verbruikt; en
iv) ongevaarlijke afvalproducten van genoemde offshore installaties; (artikel 104, lid 1, onder j GVo.DWU)
- Goederen die in aanmerking komen voor een diplomatieke vrijstelling op grond van het Verdrag van Wenen inzake diplomatieke betrekkingen en het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen, andere consulaire verdragen of het Verdrag van New York inzake bijzondere missies; (artikel 104, lid 1, onder k GVo.DWU)
- Goederen aan boord van luchtvaartuigen:
- (reserve)onderdelen of toebehoren bestemd voor montage aan het luchtvaartuig;
- goederen voor de werking van motoren zoals brandstoffen, smeeroliën bestemd voor het luchtvaartuig en andere uitrusting; en
- levensmiddelen en andere artikelen voor consumptie of verkoop aan boord; (artikel 104, lid 1, onder l GVo.DWU)
- Goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht vanuit Ceuta en Melilla, Gibraltar, Helgoland, de Republiek San Marino, Vaticaanstad en de gemeente Livigno (zie verder in deze paragraaf);
(artikel 104, lid 1, onder m GVo.DWU)
- Goederen die met een ATA- of CPD-carnet zonder vervoersovereenkomst worden vervoerd; (artikel 104, lid 1, onder p GVo.DWU)
- Bepaalde goederen uit Noord-Ierland (zie Besluit nr. 1/2023 van het Gemengd Comité EU en het Verenigd Koninkrijk) (artikel 104, lid 1, onder r, onder s en onder t GVo.DWU)
(artikel 127, lid 2 onder b DWU en artikel 104 GVo.DWU)
De brandstoffen, smeeroliën, (reserve)onderdelen en uitrustingsstukken mogen alleen met toestemming van de Douane van boord worden gehaald.
De procedure voor bij binnenkomst aanwezige (resten van de) voorraad (sigaretten, drank, parfum, e.d.) die onderweg niet zijn verkocht, is opgenomen in paragraaf 3.3.1 van hoofdstuk 3.
Voor goederen, rechtstreeks komend vanuit de volgende landen buiten het douanegebied van de Unie, hoeft op basis van internationale overeenkomsten geen summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) te worden gedaan. Deze landen behoren tot het veiligheidsgebied van de Unie en hebben al een op veiligheidsrisico’s gerichte risicoanalyse en controle uitgevoerd. Voor meer informatie over deze risicoanalyse. Zie paragraaf 2.3 van dit hoofdstuk.
(artikel 1, lid 2 DWU)
| Land | Summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) |
| Noorwegen | N.v.t. |
| Zwitserland (inclusief Liechtenstein | N.v.t. |
| Andorra | N.v.t. |
Voor goederen, rechtstreeks komend vanuit de landen, gebieden of gemeente genoemd in artikel 104, lid 1, letter m GVo.DWU, dit zijn gebieden van lidstaten buiten het douanegebied van de Unie, geldt eveneens een ontheffing van de verplichting een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) in te dienen. Het zijn gebieden die tot het grondgebied van een lidstaat van de Unie behoren of binnen een grondgebied van de lidstaat liggen.
| Land | Summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) |
| Ceuta en Melilla | N.v.t. |
| Helgoland | N.v.t. |
| Republiek San Marino | N.v.t. |
| Vaticaanstad | N.v.t. |
| Gemeente Livigno | N.v.t. |
Let op!
Door de Douane kan een ontheffing worden verleend voor het indienen van een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) voor goederen waarvoor, vóór het verstrijken van de termijn voor de indiening van die aangifte, (1) een douaneaangifte of (2) een aangifte tot tijdelijke opslag is ingediend. In Nederland wordt deze ontheffing door de Douane niet verleend.
(artikel 130 DWU)
In Nederland staat de Douane eveneens niet toe dat gebruik wordt gemaakt van systemen voor handels-, luchthaven- of vervoersinformatie voor het indienen van een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) of dat deze wordt vervangen door een kennisgeving en toegang tot de administratie van een marktdeelnemer. De wetgeving geeft deze mogelijkheid wel.
(artikel 127, lid 7 DWU en artikel 127, lid 8 DWU)
2.2.3 Aangever van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
De vervoerder (luchtvaartmaatschappij) dient de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) in en is daarmee de aangever die de gegevens verstrekt.
(artikel 127, lid 4 DWU)
De aangever van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) moet in het bezit zijn van een registratie- en identificatienummer van marktdeelnemer (EORI-nummer; Economic Operators Registration and Identification Number).
(artikel 1, punt 18 GVo.DWU)
Voor meer informatie over het EORI-nummer zie onderdeel 1.00.00 van het Handboek Douane.
In plaats van de vervoerder kan één van de volgende personen de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) indienen bij vervoer door de lucht:
- een importeur of ontvanger van de goederen of een andere persoon in wiens naam of voor wiens rekening de vervoerder handelt (artikel 127, lid 4 DWU);
- elke persoon die in staat is de goederen bij de Douane aan te brengen of te doen aanbrengen (artikel 127, lid 4 DWU) of als deze personen de gegevens niet verstrekken;
- andere personen die over de gegevens beschikken en deze mogen verstrekken (artikel 127, lid 6 DWU);
- bij het delen van de laadruimte van het luchtvaartuig, andere personen dan de personen hierboven genoemd (als deze de benodigde gegevens niet kunnen verstrekken) (artikel 127, lid 6 DWU en artikel 113 GVo.DWU).
Ook kunnen meerdere personen samen een volledige pre-arrival ENS indienen. Dit is een vorm van multiple filing. Zie hierna onder paragraaf 2.2.4.
Als een andere persoon dan de vervoerder (luchtvaartmaatschappij) de aangever van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) is, dan geldt er een informatieplicht voor de gegevens van deze aangifte. Wie die verplichtingen moet nakomen is opgenomen in artikel 184 UVo.DWU.
Als partijen de laadruimte van een luchtvaartuig delen op basis van een overeenkomst (Code Share Arrangements - charter overeenkomst) dan moet de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) worden ingediend door de luchtvaartmaatschappij die de luchtvrachtbrief voor het feitelijke vervoer van de goederen heeft afgegeven. Aan de prefix (voorvoegsel) is te zien welke luchtvaartmaatschappij de luchtvrachtbrief heeft afgegeven (074 is bijvoorbeeld KLM, 618 is Singapore Airlines, enz.)
Het is in de luchtvaart gebruikelijk dat er allianties zijn van luchtvaartmaatschappijen die elkaars luchtvaartuigen gebruiken. De luchtvaartmaatschappij met wiens toestel wordt gevlogen is dan degene die verantwoordelijk is voor het vervoer. Het manifest wordt door deze luchtvaartmaatschappij opgemaakt.
(artikel 5, punt 40, letter a, ii DWU en artikel 127, lid 4 DWU)
De aangever van een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) is aansprakelijk voor de juistheid en volledigheid van de in de aangifte voorkomende gegevens, de echtheid en geldigheid van de ingediende documenten en de informatie die nodig is voor een risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden.
(artikel 15, lid 2 DWU, artikel 127, lid 5 DWU en artikel 113bis GVo.DWU)
2.2.4 Multiple filing
Een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) voor aankomst op de eerste internationale EU-luchthaven, kan worden ingediend in de vorm van een enkele gegevensset (single filing), die alle vereiste gegevens bevat, of door meer dan één (meerdere) gegevenssets.
In dat laatste geval is sprake van ‘multiple filing’. Multiple filing van de pre-arrival ENS is mogelijk door éénzelfde indiener (luchtvaartmaatschappij) of door twee of meer verschillende indieners. Ofwel omdat de luchtvaartmaatschappij niet over de (house)gegevens beschikt of omdat de luchtvaartmaatschappij hiervoor heeft gekozen in samenspraak met de ‘housefiler’.
In de praktijk is multiple filing dus ook mogelijk door de vervoerder (luchtvaartmaatschappij). Hierbij dient de vervoerder zelf twee gegevenssets in die samen de volledige pre-arrival ENS vormen. Als de vervoerder (luchtvaartmaatschappij) niet alle vereiste (house) gegevens kan verstrekken aan de Douane, kan deze met de persoon die de gegevens niet meedeelt overeenkomen dat die persoon de gegevens zelf verstrekt aan de Douane.
(artikel 127, lid 6 DWU)
2.2.4.1 Luchtvracht algemeen
De indiener van de aanvullende summiere aangifte(n) bij binnenbrengen (ENS) met housegegevens is de partij die in de bijbehorende master summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) (zie gegevensset F21 van Bijlage B van de GVo.DWU) is opgenomen als aanvullende aangever (‘supplementary declarant’). De aanvullende aangever heeft een wettelijke verplichting om de ontbrekende gegevens in de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) in te dienen op het niveau van tenminste HAWB. Het is voor de aanvullende aangever ook mogelijk om in zijn summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) met housegegevens (zie gegevenssets F22 en F26 van Bijlage B van de GVo.DWU) weer een andere aanvullende aangever aan te wijzen voor iedere housezending (‘house consignment’). Zie hierna onder paragraaf 2.2.5.
Wanneer gedeeltelijke summiere aangiften bij binnenbrengen (ENS) worden ingediend om een volledige (pre-arrival) ENS te vormen, gebeurt het koppelen van die aangiften tot een complete summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) en de controle op de volledigheid ervan aan de hand van een unieke koppelingssleutel. De unieke koppelingssleutel (ULK) bestaat uit de volgende gegevenselementen:
- EORI-nummer van de vervoerder;
- Referentienummer van het vervoersdocument (op masterniveau); en
- EORI-nummer van de aanvullende aangever/EORI-nummer van de aangever.
Om de gedeeltelijke summiere aangiften bij binnenbrengen (ENS) te kunnen koppelen, is het noodzakelijk dat de partijen betrokken bij het multiple filen onderling het EORI-nummer van de vervoerder, de referentie van het hoofdvervoerscontract en het EORI-nummer van de aanvullende/interne aangever uitwisselen.
De risicobeoordeling van een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) gaat van start zodra er een volledige summiere aangifte (ENS) beschikbaar is. Wanneer de summiere aangifte (ENS) via meerdere ENS-aangiften wordt ingediend, begint het risicobeoordelingsproces zodra de summiere aangifte (ENS) op masterniveau is ontvangen en de summiere aangiften (ENS) op houseniveau hieraan gekoppeld zijn. Aangezien er geen vooraf vastgestelde volgorde is waarin de summiere aangiften bij binnenbrengen (ENS) moeten worden ingediend, geldt er een tijdslimiet voor de voltooiing van het aangifteproces na ontvangst van de summiere aangifte (ENS) op masterniveau.
Als geen aanvullende summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) met housegegevens wordt ingediend, ontvangt de aangever van de summiere aangifte (ENS) met mastergegevens (de luchtvaartmaatschappij) waarin een aanvullende aangever is opgenomen vanuit ICS2 een ‘Melding onvolledige ENS’. In dit bericht wordt vermeld welke aanvullende aangever geen aangifte heeft gedaan.
De aanvullende aangever, die in de summiere aangifte (ENS) van een andere partij is aangeduid als zijnde wettelijk verplicht om een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) in te dienen, wordt ook op de hoogte gesteld via een ‘ENS in behandeling-melding’. Degene die een dergelijke melding vanuit ICS2 ontvangt, moet onmiddellijk zijn aanvullende summiere aangifte(n) (ENS) indienen.
Als een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) is gedaan door ‘multiple parties’ is iedere partij verantwoordelijk voor de volledigheid en nauwkeurigheid van door hem/haar ingediende gegevens.
Ontbreekt de aanvullende summiere aangifte (ENS) met housegegevens dan wordt in eerste plaats de luchtvaartmaatschappij hierop aangesproken. Het is ook toegestaan om direct met de in gebreke blijvende housefiler contact op te nemen.
(artikel 127, lid 6 DWU, artikel 113, lid 1 GVo.DWU en artikel 113bis GVo.DWU)
2.2.4.2 Luchtvracht onder verantwoordelijkheid van de postaanbieder
Voor luchtvracht die onder de verantwoordelijkheid van de postaanbieder wordt vervoerd gelden de aparte gegevenssets F42, F43 en F44 van Bijlage B van de GVo.DWU.
De postaanbieder in Nederland is de exploitant die is gevestigd in en aangewezen door Nederland om de door het Wereldpostverdrag vallen internationale diensten te verlenen en die verantwoordelijk is voor het vervoer van brievenpost en goederen die deel uitmaken van een postpakket of pakket.
(artikel 1, punt 25 GVo.DWU)
Wanneer de postaanbieder de vereiste gegevens voor de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) van goederen, die onder zijn verantwoordelijkheid worden vervoerd, niet meedeelt aan de luchtvaartmaatschappij die verplicht is de overige gegevens van de aangifte via ICS2 in te dienen, dan worden deze gegevens bij het eerste douanekantoor van binnenkomst ingediend door:
- de postaanbieder van bestemming als de goederen naar de Unie worden verzonden; of
- de postaanbieder van de lidstaat van eerste binnenkomst als de goederen door de Unie worden doorgevoerd.
Wanneer de postaanbieder in een derde land de vereiste gegevens voor de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) van goederen die onder zijn verantwoordelijkheid worden vervoerd niet meedeelt aan de luchtvaartmaatschappij, die verplicht is de overige gegevens van de aangifte via ICS2 in te dienen, dan dient de postaanbieder in een derde land in het land van verzending, als de goederen via de Unie worden overgeladen, die gegevens in bij het douanekantoor van eerste binnenkomst.
(artikel 127, lid 6 DWU en artikel 113bis, lid 2 en lid 4 GVo.DWU)
2.2.4.3 Expreszendingen bij luchtvracht
Voor luchtvracht die door of onder de verantwoordelijkheid van een koeriersdienst wordt vervoerd gelden de aparte gegevenssets F31, F32 en F33 van Bijlage B van de GVo.DWU. Deze luchtvracht wordt ook expreszending genoemd.
(artikel 1, punt 46 GVo.DWU)
Een koeriersdienst is een marktdeelnemer die geïntegreerde diensten verleend die bestaan uit het ophalen, vervoeren, de douaneafhandeling en levering van pakketten. Deze diensten vinden op een versnelde/tijdgevoelige basis plaats. De exprezendingen (artikelen) blijven tijdens het verrichten van de dienst traceerbaar door de koerier en onder zijn toezicht.
(artikel 1, punt 47 GVo.DWU)
Wanneer een koeriersdienst de vereiste gegevens voor de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) van expreszendingen die door de lucht worden vervoerd, niet meedeelt aan de luchtvaartmaatschappij, dan dient de koeriersdienst die gegevens in bij het douanekantoor van eerste binnenkomst.
(artikel 127, lid 6 DWU en artikel 113bis, lid 3 GVo.DWU)
2.2.5 Inhoud summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) moet voor luchtvracht de gegevens bevatten van de kolommen F20 tot en met F29 van Bijlage B van de GVo.DWU en moet volgens die bijlage worden ingevuld. Voor de gegevenssets (datasets) van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) door de lucht voor luchtvracht (algemeen) zijn de volgende kolommen van toepassing:
| Kolom F Luchtvracht (algemeen) | Gegevensset (Dataset) | Moment van indienen | Bijzonderheden |
| F20 | Volledige pre-arrival ENS | Vóór het laden | N.v.t. |
| F21 | Gedeeltelijke pre-arrival ENS | Vóór aankomst | MAWB |
| F22 | Gedeeltelijke pre-arrival ENS | Vóór aankomst | HAWB door persoon uit artikel 127, lid 6 DWU en volgens artikel 113, lid 1 GVo.DWU |
| F23 | Gedeeltelijke pre-load ENS | Vóór het laden | Minimale gegevensset volgens artikel 106, lid 2bis GVo.DWU zonder referentienummer MAWB |
| F24 | Volledige pre-load ENS | Vóór het laden | Minimale gegevensset volgens artikel 106, lid 2bis GVo.DWU met referentienummer MAWB |
| F25 | Gedeeltelijke pre-load ENS | Vóór het laden | Referentienummer MAWB volgens artikel 106, lid 2bis GVo.DWU |
| F26 | Gedeeltelijke gegevensset | Vóór het laden | Minimale gegevensset volgens artikel 106, lid 2bis GVo.DWU met aanvullende gegevens HAWB |
| F27 | Volledige pre-arrival ENS | Vóór aankomst | N.v.t. |
| F28 | Volledige pre-load en pre-arrival ENS | Vóór het laden | Direct AWB |
| F29 | Volledige pre-arrival ENS | Vóór aankomst | Direct AWB |
Naast bovengenoemde gegevenssets bestaan er nog aparte gegevenssets voor expreszendingen, zie de kolommen F31 tot en met F33 van Bijlage B GVo.DWU en voor goederen die onder de verantwoordelijkheid van een postaanbieder worden vervoerd, zie de kolommen F42 tot en met F44 van Bijlage B GVo.DWU.
| Kolom F Expreszendingen bij luchtvracht | Gegevensset (Dataset) | Moment van indienen | Bijzonderheden |
| F31 | Volledige gegevensset | Vóór aankomst | Verstrekt door koeriersdienst |
| F32 | Minimale gegevensset | Vóór het laden | Minimale gegevensset m.b.t. situaties omschreven in artikel 106, lid 2 GVo.DWU |
| F33 | Gedeeltelijke gegevensset | Vóór aankomst | HAWB door een persoon volgens artikel 127, lid 6 DWU en in overeenstemming met artikel 113bis, lid 3 GVo.DWU |
| Kolom F Goederen van postaanbieder bij luchtvracht | Gegevensset (Dataset) | Moment van indienen | Bijzonderheden |
| F42 | Gedeeltelijke gegevensset | MAWB met noodzakelijke gegevens van de postluchtvrachtbrief volgens de termijn die gelden voor deze vervoerswijze | |
| F43 | Gedeeltelijke gegevensset | Vóór het lader | Minimale gegevensset volgens artikel 106, lid 2 GVo.DWU en in overeenstemming met artikel 113bis , lid 2 GVo.DWU |
| F44 | Gedeeltelijke gegevensset | Vóór het laden | Identificatienummer recipiënt volgens artikel 106, lid 2 GVo.DWU en in overeenstemming met artikel 113bis, lid 2 GVoDWU |
De Common Repository (CR) bewaakt de volledigheid van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS). De Shared Trader Interface (STI) kent als interface van de CR een aantal validatieregels. De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) bevat de master air waybill (MAWB) en house air waybill (HAWB) gegevens.
2.2.6 Deelzendingen
Tijdens het laden van de goederen kan blijken dat niet alle goederen waarop een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) betrekking heeft, op dezelfde vlucht kunnen worden geladen. Het resterende deel van de goederen wordt dan dezelfde of een andere dag op een andere vlucht geladen.
Voor deze resterende goederen moet een nieuwe pre-arrival ENS worden ingediend. Voor de resterende goederen die onder hetzelfde MAWB-nummer worden vervoerd, verloopt de indiening van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) als volgt:
- de summiere aangifte (ENS) die voor de volledige zending is ingediend, hoeft niet te worden gewijzigd om de werkelijke hoeveelheid goederen weer te geven die in het luchtvaartuig is geladen; en
- er moet een nieuwe summiere aangifte (ENS) voor de resterende goederen worden ingediend met dezelfde MAWB. In deze summiere aangifte (ENS) moet waarde ‘1’ worden vermeld bij indicator ‘deelzending’ en
- als de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) is ingediend met behulp van F20-, F27-, F28- en F29-aangiften, moet de informatie op houseniveau (HAWB) worden ingediend zoals in de oorspronkelijke summiere aangifte (ENS), en moet de bijgewerkte informatie op masterniveau (MAWB) met betrekking tot het luchtvaartuig, de data en tijden, en de route van het luchtvaartuig worden ingediend, of
- als de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) is ingediend met behulp van een F21-aangifte, hoeft geen nieuwe F22- of F26-aangifte te worden ingediend, en moet de luchtvaartmaatschappij een bijgewerkte F21-aangifte indienen.
2.2.7 Noodprocedure
Wanneer het elektronische systeem van de aangever, de Europese Commissie en/of de Douane niet functioneert moet de noodprocedure worden toegepast. De noodprocedure is gepubliceerd op douane.nl.
2.3 Risicoanalyse
Voor goederen die de Unie binnenkomen moet bij het kantoor van eerste binnenkomst, in de EU-luchthaven van eerste binnenkomst, een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) worden gedaan.
(artikel 127, lid 3 DWU, artikel 1, punt 15 GVo.DWU en artikel 5, punt 9 DWU)
De luchthaven van eerste binnenkomst moet een EU-luchthaven met een internationaal karakter zijn (hierna: internationale EU-luchthaven). In een internationale EU-luchthaven mag na toestemming van de Douane het luchtvaartverkeer worden afgewikkeld vanuit landen buiten het Uniedouanegebied.
(artikel 1, lid 2, punt 5 UVo.DWU)
Na ontvangst en registratie van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) voert de Douane een voornamelijk op veiligheid gerichte risicoanalyse uit op basis van de gegevens uit deze summiere aangifte. Deze risicoanalyse wordt voltooid voordat de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen. De gemeenschappelijke risico criteria (CRC’s) gelden voor zowel de verantwoordelijke lidstaat (RMS) als voor de betrokken lidstaat (IMS).
(artikel 5, lid 7, letter c DWU, artikel 5, lid 9, artikel 50, lid 2 DWU, artikel 128 DWU, artikel 182 UVo.DWU en artikel 186 UVo.DWU en bijlage IV Algemene douaneregeling)
De risicoanalyse wordt uitgevoerd op alle goederen die in het luchtvaartuig aanwezig zijn. Dus ook op de goederen die niet in de Unie worden gelost.
De risicoanalyse vindt plaats voordat de goederen worden geladen in het luchtvaartuig (pre-load) en vervolgens voordat de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen (pre-arrival).
Dit kan leiden tot het afgeven van een DNL (Do Not Load, zie paragraaf 2.3.1), een selectie voor een scan of fysieke controle of de vraag om aanvullende documenten, gebaseerd op de informatie uit ICS2 en de daaropvolgende aangiften.
Een verwijzing (referal) kan bestaan uit een RFI (verzoek om nadere informatie al dan niet in de vorm van documenten) of in het geval van pre-load een RFS (request voor screening). In het laatste geval wordt er verzocht om voor het laden (pre-load) van het luchtvaartuig een extra controle uit te voeren bijvoorbeeld in de vorm van een x-ray controle of explosieven hond.
De risicoanalyse voor goederen waarvoor geen summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) hoeft te worden ingediend moet worden verricht op basis van de gegevens uit de aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) die voor deze goederen in het systeem BUP is ingediend.
(artikel 127 lid 2, letter b, artikel 128, artikel 130 DWU, artikel 104 GVo.DWU en artikel 186 UVo.DWU)
Voorbeeld
Doet een luchtvaartuig eerst EU-luchthaven Barajas Airport (Madrid) aan en vliegt het daarna naar EU-luchthaven Schiphol Airport? Dan is Barajas Airport het eerste kantoor van binnenkomst. De Douane van Barajas Airport heeft de risicoanalyse voor veiligheid dan ook al verricht voor goederen die in Nederland worden gelost. De Nederlandse douane kan als betrokken lidstaat (IMS) een eigen risicoanalyse doen en als daar aanleiding voor is met de Spaanse douane, als verantwoordelijke lidstaat (RMS), het risicobeeld delen en een aanbeveling voor controle doen. De RMS bepaalt zelf of een controle wordt uitgevoerd.
(artikel 46 DWU)
2.3.1 Pre-load risicoanalyse
De risicoanalyse van de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen voor het laden van de goederen (de pre-load risicoanalyse van goederen) is het onderdeel van de douanecontrole dat gericht is op het identificeren van veiligheidsrisico’s voor de luchtvaart voordat goederen worden geladen in een vluchtvaartuig.
Direct na ontvangst van de summiere aangifte bij binnenbrengen voor laden van de goederen (pre-load ENS) moet het douanekantoor van eerste binnenkomst (RMS) een risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden - Safety & Security (S&S) - verrichten. De Douane van de lidstaat die als RMS is aangemerkt, is verantwoordelijk voor de uitvoering van de risicoanalyse. Douaneautoriteiten van verschillende lidstaten kunnen onderling informatie over een bepaalde zending met elkaar delen. Zij kunnen informatie meenemen die bijvoorbeeld van de lidstaat wordt verkregen waar de goederen uiteindelijk bestemd voor zijn.
(artikel 127, lid 5 DWU, artikel 128 DWU en artikel 186 UVo.DWU)
Bij het vooraf screenen van luchtvracht (pre-loading) wordt het risicoanalyseproces in gang gezet zodra de vereiste minimale '7+1'-PLACI-gegevens zijn ontvangen. Het proces is uitsluitend gericht op het opsporen van een direct risico voor de luchtvaart dat uitgaat van een improvised explosive device (IED) of een improvised incendiary device (IID) - ook wel bekend als een 'bomb in the box' - dat aan boord van een luchtvaartuig wordt gebracht en zou kunnen leiden tot de vernietiging van het toestel en/of verlies van mensenlevens. De PLACI-analyse is niet bedoeld om de doeltreffendheid van de door actoren in de toeleveringsketen toegepaste beveiligingsmaatregelen te beoordelen of te bevestigen, en ook niet om de naleving van voorschriften te toetsen of deze maatregelen te dupliceren. Bij luchtvervoer (algemene vracht, postzendingen, expreszendingen) kan de risicoanalyse voorafgaand aan het laden ook andere beveiligings- of veiligheidsrisico's aan het licht brengen dan het hierboven beschreven risico. Hoewel met dit resultaat dus rekening wordt gehouden bij de verdere risicoanalyse in de fase voorafgaand aan de aankomst, leidt dit er niet toe dat de goederen bij vertrek naar de EU niet aan boord van het luchtvaartuig mogen worden geladen.
De uitkomst van de risicoanalyse kan 3 verschillende niveaus van risico aangeven:
- type A, als de goederen een zodanig veiligheidsrisico inhouden dat de binnenkomst in het douanegebied van de Unie een onmiddellijk optreden vereist. Aan de aangever, en aan de vervoerder indien dit een ander is, wordt doorgegeven dat de goederen niet geladen mogen worden;
- type B, controle bij aankomst op de eerste internationale EU-luchthaven;
- type C, controle op de EU-luchthaven van lossing.
De risicoanalyse moet zijn afgerond voor de daadwerkelijke binnenkomst van het luchtvaartuig. De resultaten van de risicoanalyse worden, via CRMS2 en/of de Common Repository (zie paragraaf 1.7 van hoofdstuk 1), doorgegeven aan alle voorziene opvolgende EU-luchthavens die vermeld zijn in de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS).
(artikel 128 DWU)
2.3.2 Pre-arrival risicoanalyse
De risicoanalyse van de gegevens uit de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) wordt door het douanekantoor van eerste binnenkomst (de pre-arrival risicoanalyse) uitgevoerd. Het betreft het toezicht waarbij de goederen worden gecontroleerd voor de daadwerkelijke binnenkomst van het luchtvaartuig op de eerste internationale EU-luchthaven. Deze analyse is gericht op veiligheid, gezondheid, economie en milieu (VGEM) en is verplicht voor alle goederen die het douanegebied van de Europese Unie binnenkomen. Het betreft een volledige controle (full risk assessment).
De douane van de lidstaat van controle (MSoC) kan de resultaten van de risicoanalyse doorsturen naar de eerste internationale EU-luchthaven van binnenkomst (MSoAFE).
(artikel 127, lid 5 DWU, artikel 128 DWU en artikel 186 UVo.DWU)
2.4 Wijzigen en ongeldig maken van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
In deze paragraaf zijn de mogelijkheden opgenomen voor de wijzigingen die in een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) kunnen worden gedaan. Er zijn verschillende wijzigingen mogelijk. Daarnaast kan de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) ongeldig worden gemaakt.
2.4.1 Wijzigen van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
De aangever van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) kan de Douane elektronisch verzoeken (door het versturen van een wijzigingsbericht in ICS2) zijn aangifte te wijzigen. Wijziging is niet meer mogelijk als de Douane:
- de aangever in kennis heeft gesteld van een controle van de goederen;
- geconstateerd heeft dat de betrokken gegevens in de aangifte onjuist zijn; of
- de goederen al bij de Douane zijn aangebracht.
(artikel 129, lid 1 DWU en 188 UVo.DWU)
Een wijziging van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) heeft tot gevolg dat de Douane op de gewijzigde elementen opnieuw een op veiligheidsrisico’s gerichte risicoanalyse uit moet voeren.
Als goederen waarvoor een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) is ingediend niet het douanegebied van de Unie binnenkomen, dan maakt de Douane de aangifte onmiddellijk ongeldig:
- op verzoek van de aangever; of
- nadat 200 dagen zijn verstreken na het indienen van de aangifte.
(artikel 129, lid 2 DWU en artikel 188 UVo.DWU)
De Douane stelt de persoon die wijziging of ongeldigmaking van de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) heeft ingediend, onmiddellijk in kennis van de registratie. Als de wijzigingen of ongeldigmaking worden ingediend door een andere persoon dan degene die de goederen bij de aanbrengt (aanbrenger) stelt de Douane ook de aanbrenger van de goederen in kennis, mits hij de Douane hierom heeft verzocht en hij op het douanesysteem is aangesloten.
(artikel 129, lid 1 DWU en artikel 188 UVo.DWU)
2.4.2 Ongeldig maken van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
Als de Douane van het douanekantoor van binnenkomst 200 dagen na de indiening van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) geen melding van aankomst van het binnenkomende luchtvaartuig heeft ontvangen of de goederen niet bij de Douane zijn aangebracht, wordt de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) door de Douane ongeldig gemaakt. De aangever kan ook verzoeken om de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) ongeldig te maken.
(artikel 129, lid 2 DWU)
Er is geen sanctie op het niet binnenbrengen van goederen waarvoor een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) is ingediend. Het niet binnenbrengen leidt ook niet tot het ontstaan van een douaneschuld.
Als de goederen na het verloop van de termijn van 200 dagen alsnog worden aangebracht, moet daarvoor onmiddellijk een nieuwe summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) worden gedaan door de persoon die de goederen heeft binnengebracht of die voor het vervoer van de goederen verantwoordelijk was.
(artikel 139, lid 5 DWU)
2.5 Plaats en tijdstip van indienen van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)
De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) moet binnen een specifieke termijn worden ingediend bij het douanekantoor van eerste binnenkomst in de Unie. Dit is het kantoor dat bevoegd is voor de eerste internationale EU-luchthaven waar het luchtvaartuig in de Unie landt. Hierbij gelden de termijnen genoemd in artikel 106 GVo.DWU en artikel 113 GVo.DWU.
(artikel 127, lid 3 DWU, artikel 1, punt 15 GVo.DWU, artikel 106 GVo.DWU en artikel 113 GVo.DWU)
In Nederland is het werk verbonden aan het douanetoezicht en de handhaving van formaliteiten voor de summiere aangiften bij binnenbrengen (ENS) van goederen door de lucht, gecentraliseerd bij het Douanekantoor Schiphol Cargo.
De werkzaamheden verbonden aan de behandeling van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) is gecentraliseerd bij het team pre-arrival van het Douane Landelijk Tactisch Centrum (DLTC). Deze werkzaamheden bestaan uit de risicoanalyse van de summiere aangifte (ENS).
Het team BU van Douanekantoor Schiphol Cargo is verantwoordelijk voor de formaliteiten met betrekking tot het tijdig, juist en volledig indienen van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) door marktdeelnemers.
In alle gevallen wordt ten minste de minimale gegevensset van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) zo spoedig mogelijk en uiterlijk voordat de goederen in het luchtvaartuig worden geladen (pre-load ENS) ingediend.
(artikel 127, lid 3 DWU, artikel 1, punt 15 en artikel 106, lid 2bis GVo.DWU)
Voor de postaanbieder en koeriersdiensten geldt dat de minimale gegevensset van de summiere aangifte bij binnenbrengen zo spoedig mogelijk en uiterlijk voordat de goederen in het luchtvaartuig worden geladen in wordt gediend (pre-load ENS).
(artikel 127, lid 3 DWU, artikel 106, lid 2 GVoDWU en artikel 183 UVo.DWU)
Is een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) op het moment van aanbrengen van de goederen niet ingediend, dan moet deze onmiddellijk alsnog worden gedaan.
(artikel 139, lid 5 DWU)
2.6 Strafbepalingen
De strafbepalingen zijn opgenomen in onderdeel 36.00.00 van het Handboek Douane.