Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

1 Inleiding

Dit onderdeel gaat over het proces binnenbrengen van goederen door de lucht in het douanegebied van de Unie. 

Dit proces begint als het luchtvaartuig met goederen via het luchtruim het douanegebied van de Unie binnenkomt en eindigt als de geloste goederen:

  • in tijdelijke opslag zijn; of
  • onder een opvolgende douaneregeling zijn geplaatst, zijn wederuitgevoerd of vernietigd.

Het binnenbrengen van goederen in het douanegebied van de Unie, de aankomst van het luchtvaartuig en de goederen, het aanbrengen van goederen bij het douanekantoor en de tijdelijke opslag van goederen zijn in de douanewetgeving opgenomen in:

  • artikelen 127 tot en met 152 DWU;
  • artikelen 104 tot en met 118 GVo.DWU;
  • artikelen 182 tot en met 193 UVo.DWU;
  • artikelen 2:1 en 2.2 en artikel 3:1 Algemene douanewet;
  • artikel 2:1 Algemeen douanebesluit;
  • artikel 1:2, onder d, artikel 1:11 en artikelen 2:1, lid 2, 2:3 en 2:5 Algemene douaneregeling.

Dit onderdeel is als volgt opgebouwd:

  • Inleiding (hoofdstuk 1);
  • Summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) (hoofdstuk 2);
  • Binnenkomst in het douanegebied van de Unie (hoofdstuk 3);
  • Aanbrengen, lossen en onderzoek van goederen (hoofdstuk 4);
  • Tijdelijke opslag van goederen (hoofdstuk 5).

1.1 Begripsbepalingen

Dit hoofdstuk behandelt een aantal algemene douanebegrippen die een rol spelen in het proces binnenbrengen door de lucht.

Hiervoor zijn de volgende afkortingen die zien op de aangiften, kennisgevingen en elektronische systemen van belang:

AfkortingOmschrijving
AWBLuchtvrachtbrief - Air waybill
MAWBMasterluchtvrachtbrief - Master air waybill
HAWBHouseluchtvrachtbrief - House air waybill
Direct AWBRechtstreekse luchtvrachtbrief - Direct air waybill
ATAWerkelijke aankomsttijd - Actual Time of Arrival - van het luchtvaartuig
ETAVerwachte aankomsttijd - Estimated Time of Arrival - van het luchtvaartuig
BUPSysteem Binnenbrengen Uitgaan en Provianderen
CRCommon Repository, een systeemcomponent van ICS2 
CRCGemeenschappelijke risico criteria - Common Risk Criteria
CRMS2Douane risicomanagement systeem - Customs Risk Management System
ICS2Invoercontrolesysteem - Import Control System - het Europese aangiftesysteem voor binnenbrengen van goederen
MRNMasterreferentienummer - Movement Reference Number
NESNationale binnenbrengen systeem - National Entry System
STIShared Trader Interface als onderdeel van de EU Customs Traderportal
SW/HTGSingle Window voor maritiem en lucht/Handel en Transport Gateway
PoUSBewijs van Uniestatus - Proof of Union Status - van de goederen
PLACIPre-load Advanced Cargo Information
ENSSummiere aangifte bij binnenbrengen - Entry Summary Declaration
NAKennisgeving van aankomst - Notification of Arrival - van het luchtvaartuig aan het douanekantoor van eerste binnenkomst
PNKennisgeving van aanbrengen - Presentation Notification - van de goederen
ATO/TSD/TSRAangifte tot tijdelijke opslag - Temporary Storage Declaratoin en
Temporary Storage Declaration Re-use - als gegevens van de ENS (her)gebruikt worden

De afkortingen hieronder zien op de rollen van de lidstaten binnen de elektronische systeem voor binnenbrengen van goederen:

AfkortingOmschrijving
RMSEindverantwoordelijke lidstaat - Responsible Member State - voor risicoselectie (in pre-load fase en/of in pre-arrival fase)
IMSBetrokken lidstaat - Involved Member State - bij risicoselectie o.b.v. bedrijfsregels (in pre-load fase en/of in pre-arrival fase)
OMSAndere lidstaat - Other Member State - die niet direct betrokken is bij risicoselectie (in pre-load fase en/of in pre-arrival fase - wordt verder behandeld als IMS)
MSoAFELidstaat van eerste binnenkomst - Member State of Actual First Entry - van het luchtvaartuig
MSoPLidstaat van aanbrengen - Member State of Presentation - van de goederen
MSoCLidstaat van controle - Member State of Control - van de goederen
MSoTSLidstaat van tijdelijke opslag - Member State of Temporary Storage - van de goederen

Een lidstaat kan voor een zending goederen meerdere rollen hebben.

1.2 Elektronische systemen voor binnenbrengen

In het proces binnenbrengen door de lucht gebruiken marktdeelnemers en de Douane elektronische systemen en interfaces die hierna kort worden toegelicht.

(artikel 16, lid 1 DWU)

1.2.1 Elektronisch systeem voor summiere aangifte binnenbrengen (ENS) of Import Control System (ICS2)

In het proces binnenbrengen wordt het geautomatiseerde systeem van de Europese Unie, Invoercontrolesysteem 2 - Import Control System 2 (ICS2) - gebruikt voor het indienen, het verwerken, de opslag van gegevens en uitwisseling van informatie over de summiere aangifte bij binnenbrengen - Entry Summary Declaration (ENS). Voor lucht zijn alle gegevenssets opgenomen in de kolommen F20 tot en met F29 van Bijlage B van de GVo.DWU. 

Met behulp van dit systeem vindt een douanerisicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden plaats van goederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen. In Nederland wordt hiervoor het systeem Douane Risicoselectie Kantoor als deelapplicatie van Douane Profielgebaseerd Risico Management (DPM) gebruikt. Dit systeem ondersteunt ook de veiligheid van de luchtvaart en geeft de maatregelen aan die moeten worden genomen op basis van de resultaten van de risicoanalyse.

Marktdeelnemers kunnen direct of indirect aansluiten via een op EU-niveau geharmoniseerde interface voor ondernemers – de Shared Trader Interface (STI) van de EU Common Respository (CR). CR is een systeemcomponent van ICS2 voor onder andere het verwerken en beheren van data en het aansturen van de nationale binnenbrengen systemen - National Entry Systems (NES) van de lidstaten.

De NES is voor elke lidstaat het systeem dat nationaal het afhandelen van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) en aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) ondersteunt. In Nederland is dat het douanesysteem Binnenbrengen, Uitgaan en Provianderen (BUP). 

(artikel 16, lid 1 en lid 1bis DWU en artikel 182, lid 1 UVo.DWU)

De volgende berichten worden door marktdeelnemers via de CR in ICS2 ingediend:

  • de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) met gegevensset uit kolom F van Bijlage B van de GVo.DWU. In deze gegevenssets is de Estimate time of arrival (ETA-bericht) een verplicht gegevenselement in 15 03; en
  • de kennisgeving van aankomst (NA) van het luchtvaartuig bij het douanekantoor van eerste binnenkomst met gegevensset uit kolom G2 van Bijlage B van de GVo.DWU. In deze gegevensset is de Actual time of arrival (ATA-bericht) een verplicht gegevenselement in 15 05.

In ICS2 wordt systeemtechnisch gegenereerd:

  • de kennisgeving van aanbrengen (PN) met gegevensset uit kolom G3 van Bijlage B van de GVo.DWU van de goederen die beschikbaar zijn voor controle na lossen of overladen in een ander luchtvaartuig. Deze gegevens worden afgeleid van het ATA-bericht van het luchtvaartuig en de gegevens van de aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) met de gegevensset uit kolom G4; en
  • het automatisch afgeleide PN-bericht wordt door de Douane vervolgens naar ICS2 verzonden. De marktdeelnemer zendt dit bericht dus niet zelf in.

Meer informatie over het ICS2 systeem is opgenomen in de ICS2 Operational Guidance en in de ICS2 Operational Guidance for air cargo general van de Europese Commissie. Deze guidances zijn opgenomen op de website van de Europese Unie/TAXUD.

1.2.2 Single Window (SW) of Handel en Transport Gateway (HTG)

De meldingen van de aankomst van luchtvaartuigen en de daarin geladen goederen op Nederlandse internationale luchthavens wordt in Nederland gedaan via Single Window (SW). Softwareleveranciers kennen dit systeem als de Handel en Transport Gateway (HTG). Hiermee vindt de uitwisseling van het elektronische berichtenverkeer plaats tussen de marktdeelnemers en de Douane. 

Vanuit Single Window worden de gegevens doorgestuurd naar het elektronische douanesysteem Binnenbrengen, Uitgaan en Provianderen (BUP).

De volgende berichten worden via Single Window (BUP) tussen de marktdeelnemer en Douane uitgewisseld:

  • de kennisgeving van werkelijke aankomsttijd (ATA-bericht) van het luchtvaartuig; de ATA is een verplicht gegevenselement (15 05) in de kennisgeving van aankomst (NA-bericht) in ICS2;
  • de Douane leidt de kennisgeving van aanbrengen (PN) af uit de gegevens van het ATA-bericht en de aangifte tot tijdelijke opslag (ATO); de marktdeelnemer dient het PN-bericht dus niet zelf in; en
  • de aangifte tot tijdelijke opslag (ATO) - in de vorm van een Temporary Storage Declaration (TSD) of Temporary Storage Declaration Re-use (TSR) met de gegevensset uit kolom G4 van Bijlage B van de GVo.DWU.

1.2.3 Binnenbrengen, Uitgaan en Povianderen (BUP)

Het nationale systeem (NES) voor het proces binnenbrengen is 'Binnenbrengen, Uitgaan en Provianderen (BUP). Dit douanesysteem ondersteunt de werkprocessen afhandelen van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS), aankomstmelding van het luchtvaartuig (NA-bericht en ATA-bericht) en de aangifte tot tijdelijke opslag (ATO). De marktdeelnemer/indiener zendt de gegevens via Single Window (SW) naar BUP.

BUP genereert een MRN voor de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) en de aangifte tot tijdelijke opslag (ATO), dat ook blijft gelden bij wijzigingsberichten die de indiener inzendt. BUP zendt ook berichten aan de indiener. 

(artikel 185 UVo.DWU)

1.3 Luchtvaartuig

In dit onderdeel wordt met een luchtvaartuig of met luchtvaartuigen bedoeld alle vliegende objecten. Voorbeelden zijn: vliegtuig, helikopter, zeppelin, ultra-light vliegtuig, luchtballon en (on)bemande drone.

Onder een binnenkomend luchtvaartuig wordt verstaan: een luchtvaartuig waarvoor de in artikel 139 DWU bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld.

(artikel 1:2, onder d Algemene douaneregeling)

1.4 Luchtvrachtmanifest

Een luchtvrachtmanifest (Cargo Manifest of Freight Flight Manifest; FFM) is een door de luchtvaartmaatschappij opgemaakte verzamellijst van de geladen goederen (laadlijst). Op het luchtvrachtmanifest staan:

  • het vluchtnummer;
  • het registratienummer van het luchtvaartuig;
  • de luchthavens van vertrek en aankomst;
  • aantal colli en gewicht van de goederen;
  • een (globale) goederenomschrijving;
  • het/de air waybill nummer(s);
  • de handlingcode (afhandelingscode) en het/de ULD-nummer(s), als dat van toepassing is.

Een ULD-nummer is een unieke alfanumerieke code op een Unit Load Device (ULD) - een luchtvrachtcontainer of pallet - die de type, grootte, vorm en eigenaar (luchtvaartmaatschappij) identificeert. Het ULD-nummer bestaat uit 3 letters (type), 4 - 5 cijfers (serienummer) en 2 letters (eigenaar). De ULD is essentieel voor een efficiënte en veilige afhandeling in de luchtvrachtlogistiek.

1.4.1 Air Waybill (AWB)

Een air waybill (AWB) of luchtvrachtbrief is de vervoersovereenkomst tussen de verzender en de vervoerder (luchtvaartmaatschappij) of hun agenten voor het vervoer van goederen. Het AWB-nummer is internationaal gestandaardiseerd door IATA (International Air Transport Association). Het is een unieke 11-cijferige code, opgebouwd uit een 3-cijferig luchtvaartmaatschappij-prefix en een 8-cijferig volgnummer: XXX-YYYYYYYY.

De eerste drie cijfers, de prefix, identificeert welke luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk is voor de zending. Aan de hand van het AWB-nummer kan de zending worden gevolgd via de website van de luchtvaartmaatschappij. 

1.4.2 Master Air Waybill (MAWB)

Een master air waybill (MAWB) of masterluchtvrachtbrief is de vervoersovereenkomst tussen de vrachtagent/consolidator en de vervoerder (luchtvaartmaatschappij) of hun agenten en waarbij de gehele zending bestaat uit goederen verzonden door meerdere verzenders. 

1.4.3 House Air Waybill (HAWB)

Een house air waybill (HAWB) of houseluchtvrachtbrief is de vervoersovereenkomst tussen de vrachtagent/consolidator en de verzender voor het regelen van het vervoer van de goederen van een individuele zending binnen een geconsolideerde lading.

1.4.4 Direct Air Waybill (Direct AWB)

Een direct airwaybill (Direct AWB) of rechtstreekse luchtvrachtbrief wordt gebruikt voor zendingen die rechtstreeks door de verzender aan de luchtvaartmaatschappij worden aangeboden zonder tussenkomst van een expediteur. Het is een vervoersovereenkomst waarbij de werkelijke exporteur en importeur als verzender en ontvanger op het document staan.

Een direct AWB kent geen onderliggende house air waybill (HAWB) omdat er geen sprake is van een vervoersovereenkomst tussen de verzender en een expediteur. Het wordt gebruikt voor niet-geconsolideerde, rechtstreekse zendingen die vaak snel of apart moeten reizen.

1.5 Douanetoezicht bij binnenbrengen

De Douane houdt toezicht op luchtvaartuigen en de goederen die zich daarin bevinden, vanaf het tijdstip dat deze door de lucht het douanegebied van de Unie binnenkomen.

Het douanetoezicht bij binnenbrengen door de lucht is gebaseerd op:

  • fiscale wetgeving (Unie en nationaal);
  • niet-fiscale wetgeving (VGEM-)bepalingen (Unie en nationaal);
  • internationale verdragen zoals:
  • het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944; en
  • het Verdrag van Montreal tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer van 28 mei 1999.

(artikel 1:4 Algemene douanewet)

Uitleg over het begrip ‘douanetoezicht’ is opgenomen in onderdeel 00.00.25 van het Handboek Douane.

1.5.1 Douaneformaliteiten en laden/lossen

De Douane is (vaak samen met andere handhavingsdiensten) aangewezen voor het houden van toezicht op de naleving van deze wetten. Dit is het douanetoezicht.

De Douane houdt toezicht op het vervullen van formaliteiten en op het laden en lossen van goederen uit een binnengekomen luchtvaartuig, op de internationale EU-luchthaven waar het luchtvaartuig zich bevindt. De goederen blijven onder douanetoezicht totdat de douanestatus van de goederen is bepaald. De goederen mogen niet worden onttrokken aan dat douanetoezicht zonder toestemming van de Douane.

(artikel 134, lid 1 DWU)

Degene die de goederen onder zicht heeft (houder van de goederen) kan alleen met toestemming van de Douane de goederen onderzoeken. De houder kan ook monsters nemen om de tariefindeling, douanewaarde of douanestatus vast te stellen.

(artikel 134, lid 2 DWU)

1.5.2 Einde douanetoezicht bij binnenbrengen

Het douanetoezicht eindigt voor de binnengekomen goederen in de gevallen:

  • dat de douanestatus van Uniegoederen is vastgesteld;
  • van niet-Uniegoederen wanneer deze:
  • een andere douanestatus hebben gekregen;
  • het douanegebied van de Unie hebben verlaten; of
  • vernietigd zijn.

(artikel 134, lid 1 DWU, artikel 154 DWU en artikel 267 DWU)

1.6 Douanecontrole

Op basis van Uniewetgeving kan de Douane binnen vastgestelde kaders alle controlemaatregelen nemen die nodig zijn bij het binnenbrengen van niet-Uniegoederen. Controlemaatregelen zijn specifieke handelingen die de Douane verricht voor het waarborgen van de naleving van:

  • de douanewetgeving; en
  • andere wetgeving bij binnenbrengen.

(artikel 134, lid 1 DWU)

Deze controles moeten zijn gebaseerd op risicoanalyse, behalve als het steekproefcontroles zijn.

(artikel 46 DWU)

De Douane kan op verschillende momenten controles verrichten. De controles kunnen een verschillend doel hebben en kunnen gericht zijn op:

  • veiligheid;
  • het vaststellen van overeenstemming tussen aangiften, overgelegde documenten en aangebrachte goederen; en
  • het houden van toezicht op de naleving van geboden, verboden en andere beperkingen die uit wettelijke bepalingen voortvloeien.

(artikel 5, lid 3 DWU, artikel 46 DWU en artikel 1:24 Algemene douanewet)

Controles die betrekking hebben op risico's die voortvloeien uit maatregelen voor de gezondheid, veiligheid van mens, plant, dier, strategische goederen, milieumaatregelen, cultuurbezit, beschermde planten, dieren en sanctiemaatregelen hebben te maken met de zogenaamde stopfunctie van de Douane.

Nadere uitleg over deze stopfunctie is opgenomen in paragraaf 6.1.1 van onderdeel 12.00.00 van het Handboek Douane.

Controleopdrachten kunnen vanuit andere lidstaten worden geïnitieerd. Informatie vanuit een andere lidstaat wordt via de Common Repository (CR) of Customs Risk Management System (CRMS2) gedeeld.

1.7 Douanestatus

Goederen kunnen de douanestatus van Uniegoederen of niet-Uniegoederen hebben.

(artikel 5, punt 22 DWU)

Uniegoederen zijn goederen die: 

  • geheel en al zijn verkregen in het douanegebied van de Unie;
  • het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht vanuit derde landen en in het vrije verkeer zijn gebracht;
  • in het douanegebied van de Unie zijn verkregen of vervaardigd uit de hiervoor genoemde goederen.

(artikel 5, punt 23 DWU)

Niet-Uniegoederen zijn: andere dan de hiervoor bedoelde goederen of goederen die de douanestatus van Uniegoederen hebben verloren.

(artikel 5, punt 24 DWU)

Alle goederen in het douanegebied van de Unie worden vermoed Uniegoederen te zijn, tenzij wordt vastgesteld dat zij geen Uniegoederen zijn. 

(artikel 153, lid 1 DWU)

Meer informatie over de douanestatus is opgenomen in onderdeel 14.10.00 van het Handboek Douane.

1.8 AEO marktdeelnemers

Marktdeelnemers zijn personen die zich in het kader van hun bedrijfsvoering bezighouden met activiteiten die onder de douanewetgeving vallen.

(artikel 5, punt 5 DWU)

Aan marktdeelnemers kunnen faciliteiten bij binnenkomst worden verleend als een van de volgende vergunningen is verleend:

  • een AEO-vergunning veiligheid (AEO-S); of
  • een gecombineerde AEO-vergunning (AEO-S en AEO-C).

Informatie over AEO is opgenomen in onderdeel van 2.50.00 van het Handboek Douane.

1.9 Vervoerder

Een vervoerder bij binnenbrengen van goederen in het douanegebied van de Unie is de persoon die de goederen naar het douanegebied van de Unie brengt of die zich met het vervoer van de goederen naar het douanegebied van de Unie belast.

Daarbij geldt in de hierna genoemde gevallen het volgende:

  • bij gecombineerd vervoer, de persoon die het vervoermiddel bestuurt;
  • bij luchtvervoer in het kader van een charterovereenkomst of overeenkomst voor het delen van laadruimte, de persoon die een overeenkomst sluit en de luchtvrachtbrief (air waybill) afgeeft voor het feitelijke vervoer van de goederen.

(artikel 5, punt 40 DWU) 

De vervoerder wordt in dit onderdeel aangeduid als de ‘luchtvaartmaatschappij’.

1.10 Internationale EU-luchthaven

Een EU-luchthaven is een luchthaven in het douanegebied van de Unie. Een internationale EU-luchthaven is een luchthaven waar, na toestemming van de Douane, het luchtvaartverkeer met gebieden buiten het douanegebied van de Unie afgewikkeld mag worden.

(artikel 1, punt 7 GVo.DWU en artikel 1, punt 5 UVo.DWU)

1.11 Gebieden met een bijzonder fiscaal regime

Sommige bepalingen van de douanewetgeving, ook de vereenvoudigingen, zijn van toepassing op de handel in Uniegoederen tussen delen van het douanegebied van de Unie waar de bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG (btw-richtlijn) of Richtlijn (EU) 2020/262 (accijnsrichtlijn) gelden en delen van dat gebied waar deze bepalingen niet gelden. Dit laatste gebied is een gebied met een bijzonder fiscaal regime. Met betrekking tot de verplichting om een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) in te dienen geldt voor een aantal van deze gebieden een ontheffing. Zie paragraaf 2.2.2 van hoofdstuk 2 van dit onderdeel.

(artikel 1, lid 3 DWU)

Een gebied met een bijzonder fiscaal regime is een deel van het douanegebied van de Unie waar de bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG of van Richtlijn (EU) 2020/262) niet van toepassing zijn.

(artikel 1, punt 35 GVo.DWU)

De gebieden met een bijzonder fiscaal regime voor de btw zijn opgenomen in artikel 6 van de Richtlijn 2006/112/EG en voor de accijnzen in artikel 5 van de Richtlijn (EU) 2020/262. De volgende gebieden maken deel uit van het douanegebied van de Unie: 

  • de berg Athos (alleen voor de btw);
  • de Canarische Eilanden;
  • de Franse overzeese departementen;
  • de Ålandseilanden;
  • Campione d’Italia;
  • de Italiaanse wateren van het meer van Lugano.

Deze richtlijnen zijn niet van toepassing voor gebieden van de lidstaten die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Unie. Dit zijn:

  • het eiland Helgoland;
  • het gebied Büsingen;
  • Ceuta, Melilla; en 
  • de Italiaanse gemeente Livigno. 

Deze gebieden worden beschouwd als derde land en kunnen daardoor niet worden gezien als een gebied met een bijzonder fiscaal regime. 

Een overzicht van landen en gebieden met een bijzonder fiscaal regime is te vinden op de website van de Douane.