Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

3 Het in het vrije verkeer brengen van goederen door koeriersdiensten

Dit hoofdstuk ziet op het in het vrije verkeer brengen van goederen in expreszendingen, die zijn vervoerd onder de verantwoordelijkheid van koeriersdiensten.

Hoewel zendingen via internationale koeriersbedrijven in veel opzichten lijken op zendingen van goederen in postpakketten, vallen zij niet onder dat begrip. Het belangrijkste verschil is dat koeriersdiensten hun werkzaamheden verrichten op grond van een overeenkomt, terwijl de postaanbieder in het kader van de universele postdienst (UPD) een wettelijke vervoersplicht heeft. 

3.1 Expreszending

Een expreszending is een artikel dat wordt vervoerd door of onder de verantwoordelijkheid van een koeriersdienst.

(artikel 1, punt 46 GVo.DWU)

3.2 Koeriersdienst

Een koeriersdienst is een marktdeelnemer die geïntegreerde diensten verstrekt bestaande in ophaling, vervoer, douaneafhandeling en levering van pakketten op versnelde/tijdgevoelige basis, waarbij deze artikelen gedurende de gehele verrichting van de dienst traceerbaar zijn en onder toezicht blijven.

(artikel 1, punt 47 GVo.DWU)

3.3 In het vrije verkeer brengen van expreszendingen

Voor expreszendingen worden de gegevens van de goederen door de koeriersdienst of diens douanevertegenwoordiger verstrekt. In tegenstelling tot goederen in postpakketten wordt daarbij geen gebruik gemaakt van de door de Wereldpostunie ontwikkelde UPU-documentatie CN22/23 en het ITMATT-bericht.

Van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028 is in beginsel een douanerecht van € 3 per goed in een zending met een intrinsieke waarde van in totaal niet meer dan € 150 van toepassing. 

De procedure die verder gevolgd moet worden bij in het vrije verkeer brengen van goederen in een zending, is afhankelijk van de waarde van de goederen en de vraag of aanspraak gemaakt kan worden op vrijstelling van invoerrechten of een preferentieel tarief.

Goederen in expreszendingen met een waarde van niet meer dan € 150 kunnen met de beperkte gegevensset uit kolom H7 van bijlage B van de GVo.DWU aangegeven worden als deze niet aan verboden en beperkingen onderworpen zijn. Zie hiervoor verder hoofdstuk 1 van dit onderdeel van het Handboek Douane.

(artikel 143 bis GVo.DWU)