9 Proces klantmanagement en werkzaamheden
9.1 Initieel onderzoek en douane vergunning afgifte bij OAS
Indien er in het goederenpakket van een vergunning aanvrager goederen bevinden die onder de OAS wetgeving vallen is het zaak om te oordelen of de aanvrager voldoende waarborgen heeft voor de nakoming van de verplichtingen. Deze verplichtingen zijn deels rechtstreeks aan de douane opgelegd vanuit de verordening zoals bijvoorbeeld het niet vrij geven van OAS goederen als niet eerst gecontroleerd is dat er een vergunning is.
9.1.1 Vergunning vereenvoudigde aangifte (artikel 166 DWU)
Bij het afgeven van de vergunning voor vereenvoudigde aangifte waarbij de aangever ook OAS goederen onder de regeling wil aangeven moet het volgende in acht genomen worden.
Er bestaat in artikel 166 lid 1 DWU de mogelijkheid om bewijsstukken (genoemd in artikel 163 DWU) weg te laten op moment van plaatsen. Deze zijn dan nog niet in bezit van de aangever.
Deze modaliteit is NIET mogelijk voor vergunningen met betrekking tot OAS goederen. De aangever MOET in het bezit zijn van zijn registratie en vergunning bij aanvaarding. U mag deze modaliteit niet toestaan voor OAS goederen. Op de goederen rust namelijk een beperking en mogen niet worden vrijgegeven als niet aan alle voorwaarden is voldaan (artikel 194 DWU).
9.1.2 Vergunning afgifte IIAA
Bij de afgifte van vergunningen inschrijving in de administratie van de aangever de aangever een aanbrengbericht insturen. Volgens de bijlage B van GvO en UvO DWU hoeft hier geen bewijsstuk (GE 12.03) of aanvullende referentie (GE 12.04) worden meegestuurd.
Nationaal is echter bepaald in bijlage VIa van de Adr dat de aanbrengberichten voor de regeling IIAA wel deze gegevenselementen moeten bevatten. Hier dient extra aandacht op gevestigd te worden bij het afgeven van de vergunning indien er OAS goederen onder de regeling zouden worden geplaatst. Reden hiervoor is dat de douane dan nog de kans heeft om controles uit te kunnen voeren.
Ook bij de IIAA geld dat het NIET mogelijk is om vereenvoudiging te verkrijgen voor het indienen van de vergunning OAS. De vergunningen met betrekking tot OAS goederen MOET de aangever in het bezit hebben op het moment van inschrijving in zijn administratie.
9.1.3 Vergunning afgifte Actieve veredeling
Bij afgifte vergunning AV bestaat de mogelijkheid van fictie van in het vrije verkeer brengen bij overschrijden van de aanzuiveringstermijn. Artikel 170 lid 1 GVo.DWU geeft de mogelijkheid op verzoek van de vergunninghouder bij het verstrijken aanzuiveringstermijn AV, de fictie van het in het vrije verkeer brengen toe te passen.
Deze modaliteit is NIET toegestaan bij OAS goederen omdat dit een verbod of beperking op rust zoals is uitgesloten in artikel 170 lid 2 GvO.DWU.
De vergunninghouder is verplicht om de normale aangifteprocedure van artikel 158 DWU te gebruiken. De reden hiervoor is dat de goederen altijd nog fysiek gecontroleerd kunnen worden.
9.2 Administratieve controle aanwijzingen
9.2.1 Risicovinding CNI
Let bij het uitvoeren van een CNI vooral op wijzigingen van GN-codes. Bepaal altijd of er mogelijk andere of nieuwe VGEM-maatregelen van toepassing zouden kunnen zijn. Dit kan bijvoorbeeld met DTV waarin bij de GN-code de mogelijke VGEM maatregelen vaak genoemd zijn.
Indien het reeds OAS-goederen zijn let dan vooral op wijzigingen van hoeveelheden. Die kunnen invloed hebben op achterliggende vergunningsysteem. Daarin worden de hoeveelheden gerapporteerd aan de EU.
OAS mogen alleen worden ingevoerd voor een bepaald gebruik dat is vrijgesteld (zie hoofdstuk 6 met de mogelijkheden). Let op aanwijzingen of die bestemming niet anders is. Dit kan bijvoorbeeld door naar de afnemers te kijken. Het type vrijstelling waarop de aangever zich beroept kunt u herleiden vanuit GE 12.04 in de aangifte. Hierin zijn Y codes gebruikt die een bepaalde vrijstelling claimen.
Let vooral op het gebruik van Y792 of dit terecht is toegepast. Indien de stof of vulling van het apparaat een OAS bevat die is opgenomen in de bijlage van de Ozonverordening valt de stof of het apparaat onder de verordening.
Onregelmatigheden in gebruik van de codes in GE 12.04 dienen altijd gemeld te worden via DOU-IT.
| Y791 | Vrijstelling van het verbod voor ozonafbrekende stoffen, bestemd om te voorzien in essentiële laboratorium- en analytische toepassingen |
| Y789 | Vrijstelling van het verbod voor producten en apparatuur die halonen bevatten of nodig hebben voor hun werking |
| Y790 | Vrijstelling van het verbod voor ozonafbrekende stoffen, bestemd voor vernietiging of regeneratie |
| Y793 | Producten en apparatuur die ozonafbrekende stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, die als persoonlijke bezittingen worden ingevoerd/uitgevoerd |
| Y792 | Andere stoffen, producten en apparatuur dan die welke onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/590 vallen |
Mocht u specifieke vragen hebben of goederen er wel of niet onder vallen kunt u altijd een vraagbaak afval- en milieugevaarlijke stoffen raadplegen. Mochten die er niet uit komen kunt u een beroep doen op de vaco VGEM vanuit de KIS structuur.
9.2.2 Entrepotcontroles
Let op bij entrepotcontroles dat meer- of minderbevindingen mogelijk gevolgen hebben voor achterliggende OAS-vergunningen. Meld deze zoals hieronder is aangegeven bij onregelmatigheden KM.
9.2.3 Onregelmatigheden KM
Indien medewerkers vanuit een CNI of entrepotcontrole danwel op enig andere wijze in hun werk een aangifte controleren en correcties hebben dienen zij het volgende te controleren:
Is er bij de correctie sprake van goederen waarvoor een aangifte is gedaan die van invloed kan zijn op achterliggende systemen via CERTEX?
Zo ja, dan dient een signaal in DOU-IT te worden gemaakt. (zie 9.3.4). Het kan zijn dat bij:
- Het wijzigen van Een GN code er sprake is dat de gewijzigde code een VGEM aspect gaat spelen of,
- Het wijzigen van hoeveelheden,
- Het (foutief) gebruik van Y codes voor de vrijstellingen voor OAS goederen.
De lijst is niet limitatief, er kunnen ook nog overige fouten zijn die van invloed kunnen zijn op de achterliggende vergunning.
Mocht er mogelijk invloed zijn op de vergunde goederen of hoeveelheden die moeten worden afgeschreven dan is het van belang om dit te melden, ook al heeft dit fiscaal misschien geen gevolgen.
Dit is altijd van toepassing bij andere GN code of afwijkende hoeveelheden!
Maak in deze gevallen ALTIJD een DOU-IT signaal op!
| Voorbeeld: GN code 8424 1000 80 betreft blusapparaten. De aangever heeft hierbij in de aangifte de code gebruikt in GE 12.03 (bewijsstuk) van de aangifte van C119 (Officieel certificaat van vrijgave — EASA-formulier 1, luchtwaardigheidscertificaat) gedaan. In de bijzondere vermelding in GE 12.04 heeft de aangever de code Y792 (Andere stoffen, producten en apparatuur dan die welke onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/590 vallen) ingevuld. Met de code Y792 gaat de aangifte in DMS niet voor aanvaarding via CERTEX naar het achterliggende OAS portaal. Daarmee wordt er geen controle op registratie aangever, vergunning en hoeveelheidsrapportage gedaan. Nu blijkt uit de factuurgegevens en overige bescheiden dat de blusinstallatie Halon 1301 bevatten, een ozonafbrekende stof. Halon 1301 staat in bijlage I van de Ozonverordening. Halon is alleen nog toegestaan in specifieke gevallen (zie Hoofdstuk 6.3.8 van dit voorschrift). Luchtvaart is er daar een van. Hiervoor is wel een vergunning vereist. De code Y792 zorgt dat het systeem dit niet voor aanvaarding pre-valideert in het OAS portaal. Indien de importeur geen vergunning heeft is er sprake van smokkel/invoer van verboden goederen. Indien de aangever wel beschikt over een registratie in het portaal en een invoervergunning wordt deze niet afgeschreven en kan dus dubbel gebruikt worden en worden de hoeveelheden niet gerapporteerd aan de EU. Fiscaal heeft dit geen consequenties maar er is wel sprake van een strafbaar feit. De maximale straffen hiervoor kunnen oplopen tot 6 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. (Wet op de Economische delicten). |
9.2.4 Meldingen DOU-IT
Signalen vanuit KM die voor VGEM-aspecten van belang zijn worden via de normale procedure gemeld in DOU-IT. De melding zal door het aangeven van het betreffende VGEM-onderwerp terecht komen bij de risicoanalisten van het betreffende dossier bij DLTC. Zij hebben ook regelmatig contact met de handhavingspartners en zijn voldoende ter zake kundig om de melding verder te zetten in de juiste kanalen. Tevens kunnen zij de informatie gebruiken bij hun risicoanalyses. Een instructie voor een melding met betrekking tot OAS is gegeven in bijlage.
Dit zou (niet limitatief) voor kunnen komen als er andere GN-codes zijn bevonden of de hoeveelheden van goederen afwijkt van die in de aangifte voor het vrije verkeer waren aangeven.
9.3 Controle op correcties door team terugbetaling bezwaar beroep
Signalen vanuit teams terugbetaling, bezwaar en beroep die voor VGEM-aspecten van belang zijn worden via de normale procedure gemeld in DOU-IT. De melding zal door het aangeven van het betreffende VGEM-onderwerp terecht komen bij de risicoanalisten van het betreffende dossier bij DLTC. Zij hebben ook contact met de handhavingspartners om de melding verder te zetten. Tevens kunnen zij de informatie gebruiken bij hun risicoanalyses. Een instructie voor een melding met betrekking tot OAS is gegeven in bijlage.
Zie ook H7.1.5
9.4 Handreiking voor het Douane Contact Centrum
Aangevers en marktdeelnemers kunnen als zij vragen hebben de NHD of het DCC benaderen. De veelvoud aan mogelijke vragen kunnen niet geheel ondervangen zijn in dit voorschrift. Over IT technische problemen benaderen de indieners of aangevers vaak de NHD. Dit kan gaan als de aangifte bijvoorbeeld niet aanvaard wordt. Andere vragen worden vaak gesteld via het DCC.
Gebruik coderingen bij een aangifte
Binnen OAS is een zeer uitgebreid stelsel van coderingen voor de maatregel van toepassing. Dit kan reden zijn voor vragen met betrekking tot het gebruik ervan alsmede dat door foutieve invoer van de coderingen er foutmeldingen ontstaan en DMS de aangifte niet aanvaard.
| Let op! De broeikasgassen verordening is verwant aan de Ozonverordening. Veel stoffen die ontworpen zijn als vervangers van OAS bleken zeer sterke broeikasgassen te zijn. Die zijn gereguleerd in de broeikasgassenverordening. |
Om de problematiek duidelijk te maken werken we even met een voorbeeld van een vrieskist voorgevuld met fluorkoolwaterstoffen (HFK’s). HFK’s kunnen onder Ozonverordening vallen of onder de verordening voor broeikasgassen. Vandaar dat u regelmatig beide maatregelen terug ziet komen.
Deze maatregelen kunnen voor problemen zorgen.
| Bijvoorbeeld een bedrijf dat verschillende vrieskisten in het vrije verkeer brengt. Daarvoor heeft het bedrijf een vergunning voor OAS maar ook voor broeikasgassen. Het gebruik van de vergunningen is afhankelijk van de vulling van het product met een bepaald gas. Stel nu dat het bedrijf een vrieskist met HFK in het vrije verkeer wil brengen. De vulling valt NIET onder ODS maar wel onder broeikasgassen. Echter het bedrijf heeft WEL een vergunning ODS en registratie in het systeem. De vrieskisten worden gebruikt in laboratoria voor het bewaren van goederen onder zeer lage temperaturen. Bij het invullen van de coderingen in DMS kan het mogelijk zijn dat de aangever dus aangeeft: Blok B
Logischerwijze had de aangever direct bij het eerste blok (B) moeten aangeven dat de goederen er niet onder vallen (Y792) in plaats van eerst de vergunning, vrijstelling laboratorium en registratie in het vergunningsysteem in te voeren. |
Het gebruik van coderingen kan ook voor bedrijven andere vragen oproepen hoe deze in te vullen of te interpreteren.
Ander probleem kan zijn dat de aangifte niet aanvaard wordt omdat de pre validatie door DMS via CERTEX een negatieve uitkomst geeft. In principe zien we als douane deze aangiften niet. Maar een aangever kan wel vragen stellen als die zelf niet begrijpt waarom de aangifte niet aanvaard wordt. Dit kan te maken hebben met schrijffouten of waarden die niet overeenkomen met de vergunning. Denk hierbij aan een indiener die als importeur genoemd staat maar zelf geen registratie in het vergunningsysteem OAS heeft, of een GN code die niet overeenkomt met achterliggende vergunning.
Vallen de goederen onder de verordening
Het is het voor te stellen dat bedrijven niet precies de goederen kunnen indelen onder de verordening genoemde stoffen. Dit moet echter in de beschrijving van de producten staan aangegeven. Ook is er bijna altijd een etiketteringsverplichting voor de goederen waarin aangegeven moet worden welke koelmiddelen of stoffen het betreft. Via openbronnen op het internet kan de aangever dan opzoeken of een stof eronder valt of niet.
Voorbeeld: Vaak worden koelmiddelen aangeduid met een R nummer zoals R 12 (Freon). Hierbij is Freon de handelsnaam. Onder Freon valt echter ook weer R22 (wikipedia). Let op, er zit verschil tussen wikipedia NL en wikipedia in een andere taal. Meestal is de Engelstalige versie de meest uitgebreide.
Het kan dat er een R nummer of naam van een stof niet direct op de bijlage staat van de Ozonverordening. Op die bijlage staan geen mixen van koelmiddelen. De mix valt onder de reikwijdte van de verordening zodra een van de componenten afzonderlijk wel is genoemd. De samenstelling van mixen moet bekend zijn bij de fabrikant en de importeur. Dit staat in artikel 2 onder a Ozonverordening.
Overige vragen
Vragen ten aanzien van technische indelingen, specifieke verzoeken, regelingen of vergunningen moeten worden doorverwezen naar de ILT.
Vragen ten aanzien van het invullen van de aangifte kunnen via DCC worden gesteld. Mochten vragen dermate lastig en/of complex zijn kan DCC zich wenden tot de vaco VGEM van betreffende dienstonderdeel. Die kan beoordelen waar de vraag behoort te liggen dan wel zelfstandig via DCC antwoord geven.
Laboratorium
Hoewel het laboratorium in staat is om over de stoffen uitspraken te doen onthoudt de douane zich van adviezen of beantwoording van vragen over indeling anders dan voor fiscale doeleinden en niet voor OAS. De bevoegdheid ligt wat dat betreft bij de ILT.
Het laboratorium heeft geen taak in de uitvoering van de werkzaamheden bij OAS.