5 Intellectuele Eigendomsrechten
5.1 De intellectuele eigendomsrechten
De IE-rechten maken het voor de rechthebbende mogelijk zijn voortbrengsel te beschermen. Deze rechten dienen verschillende doelen:
- Rechtvaardigheid voor de bedenker/ontwikkelaar van een nieuw product. Hij behoort het ongestoorde genot hiervan en de vrije beschikking hierover te hebben en er zelf voor kiezen of hij het voortbrengsel al dan niet te gelde wil maken.
- Stimulering van cultuur, onderzoek en ontwikkeling.
- Ordenende taak doordat zij duidelijk aangeven wat wel en niet mag bij het exploiteren van een creatieve prestatie, uitvoering, merk, product, werkwijze of dienst.
De bescherming van de IE-rechten is vastgelegd in diverse nationale wetten en internationale verdragen.
Op welke IE-rechten is de verordening van toepassing?
De verordening is van toepassing op de volgende IE-rechten (artikel 2, lid 1):
- Merkenrecht
- Tekeningen- en Modellenrecht
- Auteursrecht
- Naburige rechten
- Octrooirecht
- Aanvullend beschermingscertificaat
- Kwekersrecht
- Benamingen van oorsprong of geografische aanduidingen
- Geografische benamingen ambachtelijke en industriële producten
- Handelsnaam
- Gebruiksmodel
- Topografie van halfgeleiderproducten
- Uniecertificeringsmerk
5.2 Merkenrecht
Het merkenrecht is geregeld op:
- Benelux niveau
- Unie niveau
- Internationaal niveau
5.2.1 Benelux niveau
Het merkenrecht is geregeld in het Benelux Verdrag inzake Intellectuele Eigendom (BVIE).
Merken moeten zijn gedeponeerd bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Het depot vindt plaats in bepaalde klassen van producten en diensten. Het depot en daarop volgende registratie bij dit bureau is een voorwaarde voor bescherming. Merkenbescherming is niet aan een termijn gebonden, mits de inschrijving iedere tien jaar wordt verlengd.
Het merkenrecht beschermt geregistreerde tekens die dienen om producten of diensten van een onderneming te onderscheiden. Onder deze tekens vallen ook driedimensionale tekens, zoals verpakkingen. Het recht beschermt deze tekens onder voorwaarden tegen gebruik door anderen. Hiervan is sprake wanneer een merk of een overeenstemmend teken voor dezelfde of overeenstemmende producten wordt gebruikt als waarvoor het is gedeponeerd. Als dit gebeurt zonder dat de merkhouder daarvoor toestemming heeft gegeven, is er sprake van inbreuk op het merkenrecht.
De bescherming geldt alleen bij gebruik van het merk door anderen in het economische verkeer, dat wil zeggen voor een zakelijke activiteit waarmee economisch voordeel wordt beoogd.
5.2.2 Unie niveau
De bescherming van unie merken binnen de EU is gebaseerd op Verordening 2015/2424.
Het unie merkensysteem maakt het mogelijk door middel van één enkele procedure een Uniemerk te verkrijgen dat geldt voor de hele EU. De Uniemerken genieten een eenvormige bescherming en kunnen rechtsgevolgen hebben op het gehele grondgebied van de EU.
Voorwaarde voor deze bescherming is de registratie van het Uniemerk bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO). Pas wanneer de inschrijving van het merk gepubliceerd is, kan de merkhouder een beroep doen op het recht dat aan het Uniemerk verbonden is.
Het Uniemerk geeft de houder, net als bij een Benelux-merk, een uitsluitend recht. Dit houdt in dat de rechthebbende iedere derde kan verbieden een bepaald merk of teken in het economisch verkeer (commerciële doeleinden) te gebruiken wanneer hij daar geen toestemming voor heeft verkregen. De criteria voor een inbreuk op een Uniemerk zijn gelijk aan die op Benelux niveau.
5.2.3 Internationaal niveau
De internationale bescherming van merken is gebaseerd op het Protocol bij de Schikking van Madrid. Dit Protocol regelt de internationale inschrijving van merken. Wanneer men een merk internationaal wil inschrijven, moet men daarvoor een aanvraag indienen bij het nationale merkenbureau van het basisland. Dit bureau stuurt de aanvraag door naar de WIPO (World Intellectual Property Organisation). Internationale inschrijvingen zijn 10 jaar geldig en kunnen steeds weer met 10 jaar worden verlengd. Rechthebbenden kunnen bij de WIPO hun rechten wereldwijd vastleggen per land. Via de WIPO kan dit ook voor de gehele EU in een keer. Dit wordt digitaal doorgezet naar de EUIPO.
5.2.4 Criteria voor merkinbreuk
Wanneer de merkhouder van mening is dat een ander inbreuk pleegt op zijn merkrecht, dan zal hij dit voor de rechter moeten stellen en zo nodig bewijzen. Er zijn diverse criteria voor merkinbreuk. (BVIE, artikel 2.20). De drie belangrijkste criteria zijn:
- Namaak of plagiaat
- Associatiegevaar
- Overeenstemmende waren
5.2.5 Namaak of plagiaat
Er is sprake van merkinbreuk wanneer een merk of teken in het economisch verkeer (commerciële doeleinden) wordt gebruikt voor precies dezelfde producten als waarvoor het merk is ingeschreven. Dit wordt ook wel namaak of plagiaat genoemd.
5.2.6 Associatiegevaar (verwarringsgevaar)
Er is sprake van merkinbreuk wanneer een merk of teken in het economisch verkeer wordt gebruikt voor dezelfde of overeenstemmende producten en daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan in die zin dat daardoor een associatiegevaar ontstaat van het merk en het product. Dit associatiegevaar biedt een ruime bescherming aan de rechthebbende voor situaties waarin het gevaar bestaat dat men:
- de merken of tekens zelf door elkaar haalt (direct verwarringgevaar).
- door de gelijkenis van de merken of tekens meent dat er een verband tussen de producten bestaat. Zo kan men bijvoorbeeld denken dat de ondernemingen die de producten maken dezelfde zijn of dat deze met elkaar een of andere juridische (licentie) en/of economische (franchising) band hebben (indirect verwarringgevaar).
- door de gelijkenis tussen de merken of tekens onbewust verbanden tussen de producten legt. Daarbij gaat het om situaties waarin de waarneming van het ene merk de herinnering aan het andere merk opwekt (zodanig dat geen direct of indirect verwarringgevaar optreedt).
Om te beoordelen of een associatiegevaar bestaat, moet eerst zeker zijn dat er een gelijkenis is tussen twee merken of tekens. Deze gelijkenis kan op diverse manieren worden vastgesteld:
- auditieve gelijkenis wanneer het uitgesproken klankbeeld van beide merken (bijna) gelijk is (bijvoorbeeld: Tikkels en Tikkis of Boss en Boos).
- visuele gelijkenis als het beeld van beide merken en datgene wat er van dit beeld (woord en tekens) in het geheugen blijft hangen, (bijna) gelijk is. Hierbij spelen onder andere de kleuren van het merk een grote rol.
- taalkundige gelijkenis tussen twee merken wanneer bijvoorbeeld in twee woorden grotendeels dezelfde letters voorkomen (Caron en Canon of Hugo en Hogo).
Om een merkinbreuk vast te stellen kan het al voldoende zijn als aan één van deze vormen van gelijkenis wordt voldaan. Overigens hoeft niet elke gelijkenis tot associatiegevaar te leiden.
Voorbeelden associatiegevaar

- Als een merk of teken aan één van de criteria voldoet, kan de rechthebbende de gebruiker van het merk o.a. verbieden om:
- het merk of teken op de producten of op de verpakking aan te brengen
- producten onder dit merk of teken aan te bieden, in de handel te brengen of daartoe in voorraad te hebben
- producten onder dit merk of teken in- of uit te voeren
- het merk of teken te gebruiken in teksten voor zakelijk gebruik en in advertenties
5.2.7 Verordening geldt niet voor alle merkinbreuken
De verordening ziet slechts op een deel van de juridische mogelijkheden voor een inbreuk op een IE-recht. De verordening gebruikt namelijk de volgende definitie van 'namaakgoederen' (artikel 2, lid 5):
- goederen die het voorwerp zijn van een handeling waarmee inbreuk wordt gemaakt op een fabrieks- of handelsmerk in de lidstaat waar de goederen worden aangetroffen, en waarop zonder toestemming een teken is aangebracht dat identiek is aan het geldig geregistreerde fabrieks- of handelsmerk voor dergelijke goederen of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden;
- goederen die het voorwerp zijn van een handeling waarmee inbreuk wordt gemaakt op een geografische aanduiding in de lidstaat waar de goederen worden aangetroffen, en die een naam of vermelding dragen dan wel met een naam of vermelding worden omschreven die beschermd is wat die geografische aanduiding betreft;
- verpakkingen, etiketten, stickers, brochures, gebruiksaanwijzingen, garantiebewijzen of andere (thans: overeenstemmende) soortgelijke voorwerpen, zelfs indien afzonderlijk gepresenteerd, die het voorwerp zijn van een handeling waarmee inbreuk wordt gemaakt op een fabrieks- of handelsmerk of een geografische aanduiding, die een teken, naam of vermelding dragen die identiek is aan een geldig geregistreerd fabrieks- of handelsmerk of een beschermde geografische aanduiding, of die daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden, en die kunnen worden gebruikt voor dezelfde soort goederen als waarvoor het fabrieks- of handelsmerk of de geografische aanduiding is geregistreerd.
5.2.8 Overeenstemmende waren (voorheen ‘soortgelijkheid’)
De beschermingsomvang van de verordening ziet op een bepaalde definitie van namaakgoederen en heeft niet de inbreuken op niet-soortgelijke goederen (nu: niet-overeenstemmende waren) op het oog. De ontwikkelingen in het IE-recht staan echter niet stil. In de wetgeving en jurisprudentie is een inbreuk op IE-rechten de afgelopen jaren breder opgevat, waarbij de nadruk is komen te liggen op overeenstemmende waren.
Bij de beoordeling of sprake is van overeenstemmende waren wordt in de jurisprudentie rekening worden gehouden met alle relevante factoren die de verhouding tussen de waren kenmerken (denk bijvoorbeeld aan aard, bestemming en gebruik van de waren). Naast deze factoren kunnen ook andere criteria worden meegewogen, zoals distributiekanalen en de gebruikelijke herkomst van de waren. Bij de beoordeling wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen verschillende factoren. Er wordt gekeken vanuit het perspectief van de gemiddelde, geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument van de betrokken waren. In de praktijk betekent dit dat voor goederen waarmee de Douane in haar dagelijkse werk wordt geconfronteerd -waarbij in bijna alle gevallen een merk is aangebracht (welke veelal exact gelijk is )- normaliter voldaan zal worden aan de criteria die gelden voor de beoordeling of sprake is van overeenstemming.
Voor de Douane is de verordening nog steeds het wettelijk kader waarbinnen de douanebevoegdheden en procedures spelen. Concreet betekent dit dat de Douane voor het vaststellen van de mate van overeenstemming, niet hoeft te motiveren of alle beoordelingscriteria hoeft na te lopen. Dat doet de rechthebbende. Het door de Douane gehanteerde beleidsstandpunt is dat op basis van de constatering van het merkteken op een andersoortig goed (andere Nice classificatie), de Douane uitgaat dat er sprake is van overeenstemmende (gelijksoortige) goederen en dat zij in die gevallen de verordening toepast.
Auteursrecht bij niet-soortgelijkheid
Een merk is in veel gevallen echter ook een werk dat op grond van het Auteursrecht beschermd wordt. In die gevallen waarbij een merk wordt gebruikt op producten waarvoor het merk niet is geregistreerd, kan op grond van het Auteursrecht worden opgetreden (op verzoek of ambtshalve).
5.2.9 Databanken merkenrecht
Klik hier voor WIPO merkenregister
Klik hier voor een overzicht van merken en modellendatabanken
5.2.10 Inbreuk is strafbaar
Inbreuk op het merkenrecht is strafbaar (artikel 337 WvSr). Een inbreuk op het merkenrecht is echter niet strafbaar wanneer deze inbreuk betrekking heeft “op het in voorraad hebben van enkele stuks voor eigen gebruik”
5.3 Tekeningen en Modellenrecht
Het modellenrecht is geregeld op:
- Benelux-niveau
- Unie niveau
- Internationaal niveau
5.3.1 Benelux-niveau
Het tekeningen en modellenrecht is geregeld in het Benelux Verdrag inzake Intellectuele Eigendom (BVIE). Dit verdrag beschermt tekeningen en modellen die gedeponeerd en vervolgens geregistreerd zijn bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom.
Het BVIE beschermt de uiterlijke vormgeving van producten met een gebruiksfunctie. Producten die alleen decoratief zijn, zoals kunstvoorwerpen, vallen niet onder deze wet. Er is sprake van “tekeningen”, als het gaat om tweedimensionale dessins of patronen. Er is sprake van “modellen”, als het gaat om driedimensionale vormen, zoals apparaten, kleding en meubelen. De bescherming bedraagt maximaal 25 jaar.
5.3.2 Unie niveau
Op unie niveau worden modellen en tekeningen beschermd op basis van verordening 6/2002. Voorwaarde voor deze bescherming is de registratie van het model als zogenaamd Gemeenschapsmodel bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO).
5.3.3 Internationaal niveau
De internationale bescherming van modellen en tekeningen is gebaseerd op de Overeenkomst van ‘s-Gravenhage. Wanneer men een model of tekening internationaal wil inschrijven moet men een aanvraag indienen bij WIPO.
5.3.4 Inbreuk volgens verordening
Voor toepassing van de verordening zijn door piraterij verkregen goederen, goederen die gekopieerd zijn of kopieën bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van de houder van een recht inzake tekeningen of modellen (artikel 2, lid 6).
5.3.5 Inbreuk is strafbaar
Inbreuk op het modellenrecht is strafbaar (artikel 337 WvSr). Een inbreuk op het modellenrecht is echter niet strafbaar wanneer deze inbreuk betrekking heeft “op het in voorraad hebben van enkele stuks voor eigen gebruik”.
5.4 Auteursrecht
Het auteursrecht is geregeld op nationaal en internationaal niveau.
5.4.1 Nationaal niveau
Het auteursrecht is in Nederland geregeld in de Auteurswet 1912 (Aw). Het auteursrecht geeft de maker van een werk het exclusieve recht om zijn werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Dit betekent dat anderen dit niet mogen doen, althans niet zonder zijn toestemming of zonder betaling van een vergoeding. Aan het auteursrecht zijn geen formaliteiten verbonden: zodra iemand een werk gecreëerd heeft, kan hij een beroep doen op dit recht. Het auteursrecht vervalt zeventig jaar na de dood van de maker.
5.4.2 Wat is een werk?
De Aw verstaat onder een werk “in het algemeen ieder voortbrengsel op het gebied van letterkunde, wetenschap of kunst, op welke wijze of in welke vorm het ook tot uitdrukking zijn gebracht” (artikel 10 Aw). Dit komt erop neer dat werken voortbrengselen zijn met een eigen, oorspronkelijk karakter, die het persoonlijk stempel van de maker dragen. Boeken, films, cd’s, tekeningen, gedichten, kaarten, foto’s, beeldhouwwerken, architectuur, animaties, schilderijen en computerprogramma’s zijn allemaal voorbeelden van voortbrengselen die onder het auteursrecht kunnen vallen.
5.4.3 Openbaar maken, verveelvoudigen en reproduceren
- Openbaar maken
- Onder openbaar maken wordt een groot aantal handelingen verstaan waardoor het werk voor het publiek toegankelijk kan worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld het uitgeven van een cd of boek, de onthulling van een beeld, de uitvoering van een muziekstuk, vertoning van een film enzovoorts.
- Verveelvoudigen
- Verveelvoudigen is het maken van identieke exemplaren van een werk. Hieronder vallen ook vertalingen, verfilmingen en toneelbewerkingen. In het algemeen gaat het hier om alle bewerkingen of nabootsingen in gewijzigde vorm die niet als een nieuw oorspronkelijk werk kunnen worden aangemerkt.
- Reproduceren
- Een van de manieren om een werk te verveelvoudigen is reproduceren. Reproduceren beperkt zich echter tot de “één-op-één” kopie, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, geheel of gedeeltelijk, ongeacht de middelen of vorm.
5.4.4 Wanneer geen inbreuk?
Er is sprake van een inbreuk op het auteursrecht, wanneer een ander een werk zonder toestemming van de maker, verveelvoudigt of openbaar maakt. Deze algemene regel gaat echter niet altijd op.
Er is geen inbreuk op het auteursrecht als (artikel 16b Aw) als:
- de verveelvoudiging van het werk beperkt blijft tot enkele exemplaren en
- deze exemplaren uitsluitend dienen tot eigen oefening, studie of gebruik van een persoon en
- de verveelvoudiging geen commercieel oogmerk heeft en
- de persoon het werk eigenhandig verveelvoudigt of daartoe uitsluitend ten behoeve van zichzelf opdracht geeft.
Het gaat dan onder meer om het fotokopiëren, namaken of naknutselen van teksten of kunstwerken voor privédoeleinden.
Uitzonderingen
Er zijn twee belangrijke uitzonderingen:
- Kopiëren computerprogramma’s.
Voor de verveelvoudiging van computerprogramma’s geldt dat een back-up alleen is toegestaan als deze is vervaardigd door de rechtmatige gebruiker (artikel 45k Aw). - Kopiëren cd’s en dvd’s.
Reproduceren van audiovisuele middelen op blanco beeld- en geluidsdragers is alleen toegestaan als de natuurlijke persoon dit eigenhandig doet. Een persoon mag zelf een privé-kopie maken van bijvoorbeeld zijn (eigen of andermans) cd of dvd, maar hij mag dit niet door een ander laten doen. Doet hij dit toch, dan is er sprake van inbreuk op het auteursrecht (artikel 16c Aw).
Voorbeeld
Tijdens een douanecontrole (bijvoorbeeld in postzendingen of in reizigersbagage) treft u gekopieerde cd’s of dvd’s met daarop auteursrechtelijk beschermde werken aan. In de regel zijn deze niet vervaardigd door de natuurlijke persoon zelf en vallen daarom niet onder de uitzondering (artikel 16c Aw) omdat ze dus inbreuk maken op het auteursrecht. Het zonder toestemming van de maker (of diens rechtverkrijgende) afgeven van een privé-kopie is niet toegestaan, tenzij de afgifte plaats vindt ten behoeve van een rechterlijke of administratieve procedure (artikelen 16b, lid 4 en 16c, lid 7 Aw).
5.4.5 Inbreuk volgens verordening
Voor toepassing van de verordening zijn door piraterij verkregen goederen, goederen die gekopieerd zijn of kopieën bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van de houder van een auteursrecht of naburig recht (artikel 2, lid 6).
5.4.6 Internationaal niveau
Buiten Nederland is het auteursrecht beschermd op grond van de Berner Conventie (1886) en, als aanvulling daarop, het Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake auteursrecht (WCT).
5.4.7 Stichting de Thuiskopie
Richtlijn 2001/29 heeft als uitgangspunt dat auteursrechthebbenden (en naburig rechthebbenden) moeten worden beschermd tegen ongeautoriseerd gebruik van hun werk door derden. Deze rechthebbenden beschikken over het uitsluitende recht (verbodsrecht) om reproducties van hun werk toe te staan of te verbieden. Voor het reproduceren van een werk voor privédoeleinden (thuiskopiëren) geeft deze richtlijn lidstaten de keuze om een uitzondering in te voeren op het verbodsrecht van de rechthebbenden. Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt (artikel 16c e.v. Aw). Voorwaarde in de richtlijn voor een thuiskopie-uitzondering is dat de rechthebbenden een billijke vergoeding ontvangen. Importeurs, fabrikanten en handelaren moeten de thuiskopievergoeding afdragen aan Stichting de Thuiskopie. Stichting de Thuiskopie is door de Minister van Justitie en Veiligheid bij besluit van 22 maart 2022 aangewezen als rechtspersoon belast met de inning en verdeling van de thuiskopievergoeding die de fabrikant of importeur verschuldigd is.
De thuiskopievergoeding wordt via de verkoopprijs van een vergoedingsplichtig voorwerp doorberekend aan de consument. De thuiskopieregeling geldt voor de belangrijkste apparaten en media waarop of waarmee consumenten kunnen kopiëren, zoals smartphones, laptops, tablets, PC’s en Desktops, e-readers, wearables, USB-sticks, audio- en videospelers en externe harddisks. Importeurs en fabrikanten van de vergoedingsplichtige voorwerpen zijn verplicht om opgave aan Stichting de Thuiskopie te doen van het aantal van de door hen geïmporteerde (of vervaardigde) voorwerpen en op verzoek informatie te verstrekken die nodig is voor het vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de vergoeding.
Het heffingsmoment ziet feitelijk op het importeren, lees het brengen van de vergoedingsplichtige voorwerpen op Nederlands grondgebied. De werkzaamheden van de Douane hebben betrekking op het binnenbrengen alsmede in het vrije verkeer brengen van goederen uit derde landen. De Douane beschikt aldus over informatie ten aanzien van vergoedingsplichtige voorwerpen waarvoor een douaneaangifte is gedaan voor het brengen in het vrije verkeer en kan daarmee bijdragen aan het vervullen van de handhavingstaak van Stichting de Thuiskopie. De Douane verstrekt de Stichting Thuiskopie informatie die van belang is voor het innen van de thuiskopievergoeding zodat de Stichting Thuiskopie fabrikanten en importeurs van die goederen in beeld krijgt.
5.4.8 Inbreuk is strafbaar
Inbreuk op het auteursrecht is strafbaar (artikelen 31 ev. Aw). In deze artikelen is het opzettelijk in-, door- en uitvoeren van voorwerpen die inbreuk maken op het auteursrecht strafbaar gesteld.
5.5 Naburige rechten
Naburige rechten lijken op auteursrechten. Ze richten zich echter alleen op de prestaties van uitvoerend kunstenaars, producenten van fonogrammen (platenmaatschappijen), filmproducenten en omroeporganisaties. Het gaat hier bijvoorbeeld om de uitvoering van een muziekstuk of om de opname daarvan op een fonogram of film. Het muziekstuk zelf is beschermd door het auteursrecht, de uitvoering en de opname ervan door de naburige rechten.
Naburige rechten geven uitvoerend kunstenaars, producenten van fonogrammen, filmproducenten en omroeporganisaties een exclusief recht. Dit betekent dat alleen zij het recht hebben aan anderen toestemming te verlenen of te ontzeggen om:
- hun prestaties op te nemen, vast te leggen, te reproduceren of uit te zenden
en/of - met de vastgelegde prestaties handelingen te verrichten, zoals verhuur en verkoop
5.5.1 Nationaal niveau
De naburige rechten zijn in Nederland beschermd op basis van de Wet op de naburige rechten (Wnr). De beschermingsduur van de naburige rechten bedraagt vijftig jaar gerekend vanaf de openbaarmaking.
5.5.2 Internationaal niveau
Internationaal worden de rechten beschermd op basis van de Conventie van Rome (Trb. 1986, 182), de Conventie van Genève (Trb. 1986, 183) en het World Intellectual Property Organisation (WIPO)-verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen (Trb.1998, 248).
5.5.3 Inbreuk volgens verordening
Voor toepassing van de verordening zijn door piraterij verkregen goederen, goederen die gekopieerd zijn of kopieën bevatten, die zijn vervaardigd zonder toestemming van de houder van een auteursrecht of naburig recht (artikel 2, lid 6).
5.5.4 Inbreuk is strafbaar
Inbreuk op de naburige rechten is strafbaar (artikelen 22, 24 en 29 Wnr).
5.6 Octrooirecht
Het octrooirecht is geregeld op 3 niveaus:
- nationaal
- unie
- internationaal
5.6.1 Nationaal niveau
Het octrooirecht is geregeld in de Rijksoctrooiwet (ROW 1995). Op basis van deze wet verleent het Octrooicentrum Nederland octrooien. Men kan octrooibescherming aanvragen voor zes of voor twintig jaar (gerekend vanaf de datum van indiening van de octrooiaanvraag).
Op grond van de ROW 1995 kan een octrooi (ook wel “patent” genoemd) worden verleend aan degene die een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze heeft uitgevonden (artikel 1a ROW 1995). Het octrooirecht beschermt uitvindingen die nieuw zijn en die toegepast kunnen worden op het gebied van de nijverheid. Daarnaast moeten de uitvindingen op “uitvinderswerkzaamheid” berusten, dat wil zeggen een bepaalde mate van inventiviteit hebben. De octrooihouder heeft het exclusieve recht de geoctrooieerde uitvinding te gebruiken en anderen te verbieden dat te doen.
Octrooien kunnen worden onderscheiden in:
- product-octrooi: geeft producent alleenrecht om bepaald product te produceren
- procedé-octrooi: geeft producent alleenrecht op bepaalde productiemethode en op daaruit voortvloeiende producten.
5.6.2 Unie niveau
Op unie niveau is het octrooirecht geregeld in het Europees Octrooiverdrag (EOV). Naast de EU-lidstaten heeft nog een aantal andere landen dit verdrag ondertekend. Dit verdrag geeft aan dat men bij het Europees Octrooiburo (in München en Rijswijk) een Europees octrooi aan kan vragen. Op dit moment is het nog niet zover dat door middel van één aanvraag voor alle lidstaten een geldig octrooi aangevraagd kan worden. Er dient dus nog steeds een nationale registratie plaats te vinden in de afzonderlijke lidstaten.
Een Europees octrooi wordt altijd getoetst op nieuwheid, inventiviteit en op industriële toepasbaarheid. Wordt het octrooi verleend dan valt het uiteen in net zoveel nationale octrooirechten als het aantal landen dat je hebt aangewezen. Voor elk land moet een vertaling worden ingeleverd. Bij inbreuk moet men in elk land apart naar de rechter.
Unitair octrooi
Bij de aanvraag van een Europees octrooi, geeft men aan in welke landen men octrooibescherming wilt. Als men de octrooibescherming wenst in te roepen dan moet men dat nu nog in elk land afzonderlijk doen. Na jaren onderhandelen hebben de lidstaten besloten voor een unitair octrooi. Met het Unitair octrooi verkrijgt men 1 octrooi dat geldig is in 17 lidstaten, tien lidstaten hebben aangegeven niet mee te doen.
5.6.3 Internationaal niveau
Op internationaal niveau is het octrooirecht geregeld in het Internationaal Octrooiverdrag 1970 (Patent Coöperation Treaty).
5.6.4 Databanken Octrooirecht
Via de website van het Octrooicentrum Nederland is er toegang tot diverse octrooiregisters:
- Espacenet (wereldwijde octrooipublicaties)
- Octrooidatabank ontwikkelt door het Europees Octrooibureau (EOB). Dit is een verzameling van octrooipublicaties (circa 60 miljoen) uit tientallen landen. U kunt in deze databank zoeken in ongeveer tachtig octrooicollecties. Het gaat om nationale en regionale collecties.
- In Espacenet staat niet wat de status is van een octrooi. U kunt dus niet zien of een octrooi verleend is en nog geldig is.
- De hoofdschermen in de zoekfunctie zijn Nederlandstalig. Als u doorklik, kunt u ook (gedeeltelijk) Engelstalige schermen tegenkomen. U zoekt voornamelijk op Engelse woorden. Er is een handleiding beschikbaar.
- IPC Nederlands Cooperative Patent Classification system (CPC): Nederlandse vertaling van de International Patent Classification. De Engelstalige classificatie, diepgaander dan de IPC.
- Nederlands octrooiregister: Status van Nederlandse octrooien. Hier vindt u informatie over de status van alle gepubliceerde, in Nederland geldende octrooiaanvragen, octrooirechten en certificaten vanaf 1912, welke octrooien zijn verleenden of ze nog van kracht zijn.
- Europees octrooiregister (status van Europese octrooien en aanvragen) Epoline® Dit is het octrooiregister van het Europees Octrooibureau. Hier vindt u informatie over de status van alle gepubliceerde Europese en internationale octrooiaanvragen.
5.6.5 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op mogelijke octrooischendingen worden uitsluitend uitgevoerd als een verzoek om douaneoptreden is ingediend en daarbij informatie wordt overgelegd die noodzakelijk is om de relevante zendingen en goederen te identificeren.
5.6.6 Inbreuk is strafbaar
Inbreuk op het octrooirecht is strafbaar (artikel 79 ROW 1995).
5.7 Aanvullend beschermingscertificaat gewasbeschermings- en geneesmiddelen
Er is een aanvullende beschermingscertificaat mogelijk voor geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen.
- Verordening 1610/96 voor gewasbeschermingsmiddelen.
- Verordening 469/2009 voor geneesmiddelen.
De reden hiervoor is dat bij deze middelen vaak een zeer lange periode verstrijkt tussen de aanvraag van het octrooi en de toekenning van de vergunning om de middelen in de handel te brengen. Hierdoor is de normale geldigheidsduur van het octrooi ontoereikend om de investeringen die in het onderzoek zijn gedaan af te schrijven of terug te verdienen. Op grond van artikel 90 ROW 1995 en het Besluit certificaat gewasbeschermingsmiddelen kan men daarom voor deze middelen een aanvullend beschermingscertificaat aanvragen. Wanneer men zowel een octrooi als een certificaat bezit, kan men in aanmerking komen voor een exclusief octrooirecht van ten hoogste 15 jaar. Deze periode gaat in na de afgifte van de eerste vergunning om het product in de EU in de handel te brengen.
5.7.1 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om optreden door de Douane heeft ingediend.
5.8 Kwekersrecht
Het kwekersrecht is een recht dat kan worden toegekend aan de ontwikkelaar van een nieuw plantenras. Anderen mogen een nieuw plantenras niet ‘namaken’ zonder de toestemming van de rechthebbende. Het kwekersrecht voor een plantenras is vergelijkbaar met het octrooirecht voor industriële uitvindingen.
5.8.1 Nationaal en internationaal
In Nederland is het kwekersrecht geregeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005. Op grond van deze wet kan de Raad voor plantenrassen, kwekersrechten toekennen. De bescherming van deze rechten is gebaseerd op grondbeginselen, die zijn vastgelegd in het ‘Internationale Verdrag tot Bescherming van Kweekproducten’, ook wel de UPOV-conventie genoemd. De UPOV is de Union internationale pour la Protection des Obtentions Végétales, ofwel de Internationale Unie tot Bescherming van Kweekproducten. De houder van het kwekersrecht is exclusief bevoegd teeltmateriaal van het ras voort te brengen, te vermeerderen en te verhandelen. Hij kan het recht laten registreren in het Nederlandse Rassenregister bij de Raad voor plantenrassen. Het kwekersrecht biedt het ras 25 jaar bescherming.
5.8.2 Unie kwekersrecht
Sinds 1995 bestaat er een unie kwekersrecht. Op basis van verordening 2100/94 is het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO) bevoegd dit recht te verlenen. Deze unie regeling bestaat naast de nationale regelingen en maakt het mogelijk kwekersrechten toe te kennen die in de hele EU geldig zijn. De structuur van het rechtssysteem en de handhaving is gelijk aan die van de verordening voor de Uniemerken.
Om voor een unie kwekersrecht in aanmerking te komen, moet het betrokken ras zich duidelijk onderscheiden van elk ander ras dat algemeen bekend is op het moment van de aanvraag van het kwekersrecht (onderscheidbaarheid). Daarnaast moeten de essentiële eigenschappen van het ras voldoende homogeen en bestendig zijn (homogeniteit en bestendigheid). Deze vereisten noemt men ook wel de DUS-vereisten (Distinctness, Uniformity en Stability). Tot slot moet het ras nieuw zijn (nieuwheid) en moet het ras een naam krijgen (rasnaam). In het rassenregister zijn alle ingediende aanvragen en ingeschreven rassen opgenomen voor toelating en kwekersrechtverlening in Nederland. Informatie over eventueel geldige Europese kwekersrechten vindt u op de website van het CPVO.
5.8.3 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op mogelijke schendingen van het kwekersrecht worden uitsluitend uitgevoerd als een verzoek om douaneoptreden is ingediend en daarbij informatie wordt overgelegd die noodzakelijk is om de relevante zendingen en goederen te identificeren.
5.8.4 Inbreuk is strafbaar
Inbreuk op het kwekersrecht is strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten (Wed). Daarbij gaat het specifiek om de overtreding van artikel 57 Zaaizaad en Plantgoedwet en artikel 13, lid 2 Verordening 2100/94. De bevoegde opsporingsdienst is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Als de Douane bij de uitvoering van haar toezicht een vermoedelijke inbreuk constateert op IE-rechten, handelt zij overeenkomstig de procedures uit de verordening. De vermoedelijke inbreuk wordt gemeld aan Team IER.
Team IER informeert - wanneer een bevinding aan de voorwaarden voldoet voor strafrechtelijke afdoening - de NVWA. De NVWA geeft binnen 4 uur aan Team IER door of een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart. Als dat het geval is, neemt de NVWA de inbreukmakende goederen in beslag of neemt de Douane op verzoek van de NVWA de goederen in beslag.
Wanneer een bevinding niet aan de voorwaarden voldoet of de NVWA terugkoppelt dat de bevinding niet strafrechtelijk wordt opgepakt, wordt vervolgens de toepasselijke procedure uit de verordening gevolgd. Indien niet tot een civiel- of strafrechtelijke procedure wordt overgegaan, geeft de Douane de goederen vrij zodat deze hun douanebestemming kunnen volgen.
5.9 Geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen
Vaak staan op de etiketten van levensmiddelen geografische aanduidingen vermeld. Te denken valt bijvoorbeeld aan Noord-Hollandse Edammer, Gouda kaas, Prosciutto di Parma, Jambon d’Ardenne en Tiroler Speck.
5.9.1 Unie niveau
Producenten kunnen alleen een gevarieerd scala aan kwalitatief hoogwaardige producten blijven produceren als zij een eerlijke beloning voor hun inspanningen ontvangen. Dit impliceert dat zij in staat moeten zijn de kenmerken van hun producten onder eerlijke concurrentievoorwaarden kenbaar te maken aan kopers en consumenten. Tevens vereist dit dat zij hun producten herkenbaar op de markt moeten kunnen afzetten. Op EU-niveau zijn maatregelen genomen om voor landbouwproducten en levensmiddelen productkenmerken kenbaar te maken aan afnemers en consumenten. Deze maatregelen garanderen:
- eerlijke concurrentie voor landbouwers en producenten van landbouwproducten en levensmiddelen met waard-toevoegende kenmerken en eigenschappen;
- beschikbaarheid van betrouwbare consumenteninformatie over dergelijke producten;
- eerbiediging van IE-rechten; en
- integriteit van de interne markt.
Om in aanmerking te komen voor bescherming op het grondgebied van lidstaten, hoeven oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen alleen op unie niveau te worden geregistreerd. De bescherming is eveneens beschikbaar voor oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van derde landen die aan de desbetreffende criteria voldoen en die bescherming genieten in hun land van oorsprong.
De bevordering van traditionele producten met specifieke kenmerken is belangrijk voor het platteland, met name voor probleemgebieden of afgelegen gebieden. Hierdoor wordt het inkomen van de landbouwers verbeterd en wordt voorkomen dat de bevolking uit die gebieden wegtrekt. Ook zijn steeds meer consumenten geneigd voor hun eten en drinken meer belang aan kwaliteit dan aan kwantiteit te hechten. De vraag naar specifieke producten leidt onder meer tot een vraag naar landbouwproducten of levensmiddelen waarvan de geografische oorsprong vaststaat.
Voor beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen zijn bepalingen voor etikettering vastgesteld, die producenten ertoe verplichten op de verpakking de juiste Uniesymbolen of vermeldingen te gebruiken. In het geval van Unienamen is het gebruik van die symbolen en vermeldingen verplicht. Enerzijds om de consument vertrouwd te maken met deze categorie producten en de daaraan verbonden waarborgen en anderzijds om de herkenbaarheid van deze producten op de markt te vergroten en daardoor controles te vergemakkelijken. De EU heeft daarom een systeem in het leven geroepen voor de bescherming van landbouwproducten en levensmiddelen en wijn. Dit systeem biedt een beschermingsmogelijkheid voor:
- oorsprongsbenamingen
- geografische aanduidingen
- traditionele specialiteiten van landbouwproducten, levensmiddelen en wijn
5.9.2 Nationaal niveau
Op nationaal niveau is de registratie uitgewerkt in de Landbouwkwaliteitsregeling 2007. De registraties kunnen worden aangevraagd via het Ministerie van Economische Zaken. Zij draagt de registraties over aan de EU-Commissie waarna deze worden gepubliceerd in het EU Publicatieblad.
5.9.3 Voor welke producten
Levensmiddelen en landbouwproducten
Verordening 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen beschermt de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen. Dat gebeurt door middel van een registratieprocedure. De registratie zorgt ervoor dat de aanduiding beschermd is tegen misbruik ervan. Er is sprake van misbruik wanneer het product gemaakt wordt door producenten die niet in het geografische gebied gevestigd zijn of wanneer de producten niet aan de gestelde eisen voldoen.
Wijn
Een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding van wijn overeenkomstig verordening 1308/2013 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten.
Gearomatiseerde dranken op basis van wijnproducten
Een geografische aanduiding van gearomatiseerde dranken op basis van wijnproducten overeenkomstig verordening 251/2014 tot vaststelling van de algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten.
Gedistilleerde dranken
Een geografische aanduiding van gedistilleerde dranken overeenkomstig verordening 110/2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken.
5.9.4 Label BOB en BGA
Aan producten kan een Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB) of een Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) worden toegekend. Daarvoor moeten de producten aan bepaalde eisen voldoen. Alleen producten die aan alle eisen voldoen komen in aanmerking voor het betreffende label.

5.9.5 Beschermde oorsprongsbenaming
De Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB) (Protected Designation of Origin (PDO)) wordt verleend aan producten waarvan de productie, verwerking en bereiding plaatsvindt binnen een bepaald geografisch gebied en volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze. Oorsprongsbenamingen beschermen het gebruik van de naam van een streek of plaats voor de producten die uit deze streek komen. Daarbij gaat het om producten waarvan de kwaliteit of kenmerken hoofdzakelijk zijn toe te schrijven aan het geografische milieu. Zowel de natuurlijke als de menselijke factoren van dit geografische milieu spelen daarbij een rol.
5.9.6 Beschermde geografische aanduiding
De Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) (Protected Geographical Indication (PGI)) wordt verleend aan producten waarvan minimaal een van de productie-, verwerkings- of bereidingsstadia toegeschreven kan worden aan de geografische oorsprong. Verder dient het product een bepaalde faam te genieten binnen een afgebakend geografisch gebied.
De BOB gaat een stap verder dan de BGA. Producten moeten geproduceerd, verwerkt en bereid worden binnen een bepaald gebied volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze. Onderhand zijn er meer dan 1000 producten beschermd vanwege hun oorsprong, samenstelling of traditionele productiemethode.
Voorbeelden buiten Nederland zijn Parmaham, Fetakaas, Kip en Hoen uit Spanje (Prat), gevogelte uit de regio Loué en Bresse (Frankrijk). Uit Nederland zijn bijvoorbeeld Noord-Hollandse Gouda en Edammer, Boeren Leidse kaas beschermd.
Een voorbeeld van een BGA is de Westlandse druif en Gouda en Edam Holland. Alleen in het Westland geteelde druiven mogen deze naam dragen, net zoals de beide genoemde kazen. Danablu is een voorbeeld uit Denemarken.
5.9.7 Databanken
Meer informatie over BGA en BOB vindt u op de website van de EU , incl een database.
De database met registratie van de BOB en BGA levensmiddelen vindt u hier.
De database met registraties van BOB en BGA voor wijn vindt u hier.
5.9.8 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op mogelijke schendingen worden uitsluitend uitgevoerd als een verzoek om douaneoptreden is ingediend en daarbij informatie wordt overgelegd die noodzakelijk is om de relevante zendingen en goederen te identificeren.
5.10 Bescherming geografische aanduiding ambachtelijke en industriële producten
De bescherming van ambachtelijke en industriële producten is geregeld in Verordening 2023/2411. Met deze verordening wordt een uniforme EU-wijde bescherming geregeld van namen van ambachtelijke en industriële producten die aan de vereisten voor bescherming voldoen. Dit wordt op EU-niveau beschermd door middel van één registratie, geldig voor het gehele grondgebied van de EU. Voor invoering van deze verordening moesten producenten van producten - om inbreuken te bestrijden- hun geografische aanduiding in elke EU-lidstaat apart registreren en was dat ook niet in elke lidstaat mogelijk.
De verordening wil ambachtslieden en producenten, met name kleine bedrijven, helpen om de namen van hun ambachtelijke en industriële producten —waarvan de kenmerken in wezen toe te schrijven zijn aan hun plaats van herkomst— te promoten en te beschermen (denk hierbij bijvoorbeeld aan Delfts Blauw, Muranoglas en Donegal tweed) en aan producten als glas, textiel, porselein, bestek, aardewerk, koekoeksklokken, muziekinstrumenten en meubels etc. (Voor o.a. wijn, gedistilleerde dranken en levensmiddelen bestaat een dergelijke bescherming al binnen het kader van de verordening ). Het doel is ervoor te zorgen dat consumenten de kwaliteit van deze producten beter leren herkennen en om de waardering van deze producten te vergroten.
Er zijn 2 fasen: onderzoek en registratie. De producenten moeten hun aanvragen voor geografische aanduidingen eerst indienen bij de aangewezen autoriteit van hun lidstaat. Nederlandse producenten kunnen hun aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Indien die de aanvraag goedkeurt, stuurt zij die voor verdere beoordeling en goedkeuring door naar het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO). Zie hier voor meer informatie. EUIPO onderhoudt voor geografische aanduidingen voor ambachtelijke en industriële producten een Unieregister. Deze is thans in ontwikkeling.
5.10.1 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op mogelijke schendingen worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om douaneoptreden heeft ingediend.
5.11 Topografie van halfgeleiderproducten
5.11.1 Nationaal niveau
Een halfgeleiderproduct (een chip of geïntegreerde schakelingen) is een elektronische schakeling op een drager van halfgeleidermateriaal geprogrammeerd om een bepaalde functie uit te voeren. Het betreft het essentiële bestandsdeel van elk elektronisch toestel. Het is een dergelijke chip die de functionaliteit van het toestel regelt. Een dergelijke schakeling is opgebouwd uit een aantal bouwstenen zoals transistors, weerstanden, condensatoren etc. De functie van het halfgeleiderproduct volgt uit de lay-out van de elektronische schakeling: de plaatsing van de bouwstenen en hun onderlinge verbindingen bepalen wat de functie van het halfgeleiderproduct zal zijn. Voor een bepaald product bestaat er vaak enige vrijheid in het ontwerpen van de lay-out van de chip. Daardoor is de lay-out vaak uniek.
Halfgeleiders worden ook wel (geheugen-)chips, halfgeleiderproducten of microprocessors genoemd. Deze worden gebruikt in bijvoorbeeld rekenmachines, huishoudelijke apparaten, audio- en videoapparatuur, medische apparaten en industriële machines. De bescherming van de unieke lay-out van een halfgeleider-product is in Nederland vastgelegd in de Wet bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderproducten.
De uitvoering van deze wet is belegd bij het Octrooicentrum Nederland. Hier vraagt men het Nederlandse chipsrecht aan. Het recht ontstaat door een depot: het indienen van een aanvraag met de gegevens van de unieke lay-out. Een depot biedt bescherming voor:
- tien jaar, te rekenen na depot of eerste gebruik, waarbij de vroegste datum geldt
- vijftien jaar, na schepping van de topografie als er nog geen depot of eerste gebruik is geweest
5.11.2 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op mogelijke schendingen worden uitsluitend uitgevoerd als de rechthebbende een verzoek om douaneoptreden heeft ingediend.
5.11.3 Inbreuk is strafbaar
In het algemeen verbiedt de wet het importeren, verkopen, of anderszins commercieel distribueren van een beschermde halfgeleidertopografie. De bescherming loopt in principe gedurende 10 jaar vanaf de eerste commerciële exploitatie van de topografie of tien jaar vanaf de aanvraag tot registratie (waar ook ter wereld). Het opzettelijk inbreuk maken op het uitsluitend recht op een topografie is een misdrijf en strafbaar (artikel 24 Wet bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderproducten).
5.12 Gebruiksmodelbescherming
Een gebruiksmodel is een door de overheid verleend uitsluitend recht met betrekking tot een technisch product. Bescherming voor een gebruiksmodel wordt over het algemeen verleend voor technische producten zoals gereedschappen, machines of onderdelen hiervan, en soms ook voor chemische samenstellingen.
Een gebruiksmodel is iets anders dan modelbescherming. Het is ook anders dan een octrooi omdat een gebruiksmodel vaak verleend wordt zonder inhoudelijk technisch onderzoek van de aanvraag. De eisen die aan een gebruiksmodel gesteld worden zijn minder streng dan de eisen die aan octrooien gesteld worden. Zo is het voor een gebruiksmodel vaak voldoende als het model nieuw is, of wordt er geen of een kleine inventiviteits-eis gesteld.
5.12.1 Gebruiksmodelbescherming niet in alle landen
Gebruiksmodelbescherming bestaat niet in alle landen. Gebruiksmodelbescherming is bijvoorbeeld mogelijk in Oostenrijk, China, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, Zuid-Korea en Taiwan. Gebruiksmodelbescherming is in Nederland niet mogelijk (maar wel een nationaal Nederlands octrooi als het product aan de eisen voldoet voor een octrooiverlening).
5.12.2 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op mogelijke schendingen van het gebruiksmodel wordt uitsluitend uitgevoerd als een verzoek om douaneoptreden is ingediend en daarbij informatie wordt overgelegd die noodzakelijk is om de relevante zendingen en goederen te identificeren.
5.13 Handelsbenaming
Bescherming van de handelsnaam is in Nederland geregeld in de Handelsnaamwet. De Nederlandse Handelsregisterwet verplicht ondernemingen in veel gevallen zich in te schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, met vermelding van de statutaire naam en de handelsnaam.
De inschrijving van een handelsnaam in het handelsregister schept geen recht op de naam. Het recht ontstaat op het moment dat de handelsnaam rechtmatig wordt gebruikt in het handelsverkeer. Bijvoorbeeld door de handelsnaam te vermelden op briefpapier, facturen, visitekaartjes, bedrijfswagens, in het telefoonboek en in advertenties. De registratie is dus verplicht, maar levert op zichzelf geen rechten op - dat doet het gebruik van de handelsnaam. Aan de handelsnaam worden weinig eisen gesteld. Ook niet-ingeschreven, maar wel gebruikte, handelsnamen genieten bescherming in de Handelsnaamwet. Het recht op een handelsnaam beperkt zich tot Nederland en geldt voor het gebied waarin de naam wordt gebruikt of bekendheid geniet. Dat kan in heel Nederland zijn, maar het kan zich ook beperken tot een provincie of een stad.
Het is verboden om een handelsnaam te gebruiken voor een onderneming welke lijkt op een oudere handelsnaam indien er kans bestaat op verwarring tussen de twee ondernemingen waarbij onder andere rekening gehouden moet worden met de vestigingsplaats.
De mogelijkheid bestaat dat een handelsnaam in strijd is met het recht van een ander op een merk. De Handelsnaamwet verbiedt een handelsnaam te voeren die geheel overeenstemt met of slechts in geringe mate afwijkt van een reeds bestaand merk. Het gebruik van een handelsnaam die veel lijkt op / overeenkomt met een merk, is alleen verboden als daardoor kans op verwarring ontstaat (artikel 5 Handelsnaamwet). Centraal in het handelsnaamrecht staat het tegengaan van verwarring bij het publiek. De mate van gelijkenis wordt gezien als een van de factoren die het verwarringsgevaar bepalen. Andere factoren zijn de plaats van vestiging en aard van de onderneming.
Beperkingen handelsnaambescherming:
- een handelsnaambescherming geldt lokaal/nationaal
- een logo is geen naam en dus niet als handelsnaam beschermd
- de Handelsnaamwet is niet van toepassing op producten (een ander kan dus de bedrijfsnaam gebruiken op goederen).
Wanneer een handelsnaam wordt gevoerd in strijd met de Handelsnaamwet kan een belanghebbende op grond van een onrechtmatige daad een vordering bij de rechter indienen met het verzoek, degene die de verboden handelsnaam voert dit te beëindigen.
5.13.1 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op mogelijke schendingen van het Handelsnaamrecht wordt uitsluitend uitgevoerd als een verzoek om douaneoptreden is ingediend en daarbij informatie wordt overgelegd die noodzakelijk is om de relevante zendingen en goederen te identificeren.
5.13.2 Inbreuk is strafbaar
Het voeren van een handelsnaam in strijd met de Handelsnaamwet is een overtreding en wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie (artikel 7 Handelsnaamwet). Daarnaast het strafbaar om opzettelijk waren, die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, of waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, in, door- en uit te voeren voert (artikel 337 WvSr).
5.14 Uniecertificeringsmerk
De Verordening (EU) 2017/1001 ziet op het Uniecertificeringsmerk. Het uniecertificeringsmerk wordt door een certificeringsinstantie – of organisatie – afgegeven aan een natuurlijk of rechtspersoon die voldoet aan de vereisten voor certificering en deze natuurlijk of rechtspersoon kan hiermee aangeven dat zijn goederen of diensten voldoen aan bepaalde vereisten.
Deze certificering kan betrekking hebben op het materiaal, de wijze van vervaardiging van waren of het verrichting van diensten, kwaliteit, nauwkeurigheid of een ander kenmerk. Hiermee kunnen deze gecertificeerde waren of diensten worden onderscheiden van waren en diensten die niet als zodanig zijn gecertificeerd. Geografische herkomst is geen grond voor een Uniecertificeringsmerk.. Het Uniecertificeringsmerk valt onder het toepassingsgebied van de Verordening. Als voorbeeld wordt het Wolmerk genoemd.

Op de site van de EUIPO is meer informatie te vinden
5.14.1 Controlebeleid Douane
Controles door de Douane op mogelijke schendingen van het Uniecertificeringsmerk worden uitsluitend uitgevoerd als een verzoek om douaneoptreden is ingediend en daarbij informatie wordt overgelegd die noodzakelijk is om de relevante zendingen en goederen te identificeren.
5.14.2 Inbreuk is strafbaar
Inbreuk op het uniecertificeringsmerk is strafbaar (artikel 337 WvSr). Een inbreuk op het uniecertificeringsmerk is echter niet strafbaar wanneer deze inbreuk betrekking heeft “op het in voorraad hebben van enkele stuks voor eigen gebruik”.
5.15 Handige websites voor informatie
| Weblink | Omschrijving |
|---|---|
| Database Europese Merken en Modellen EUIPO | Voorheen OHIM |
| Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) | Benelux Bureau voor de Intellectuele eigendom |
| Octrooicentrum Nederland | NL Octrooicentrum |
| Octrooidatabanken | Espacenet |
| Europees Octrooibureau (EOB) | Europees Octrooibureau |
| Communautair Bureau voor Plantenrassen | CVPO |
| Geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen | EU site |
| Algemene informatie over IE-rechten | |
| Europese Commissie | Site van DG-Taxud met informatie over de rol Douane en de bestrijding van IE fraude in de EU. |
| Boek9.nl | Algemene Internetsite over intellectueel Eigendom |
| Mediacorner Europol | Mediacorner Europol |
| International Federation of Phonographic Industry (IFPI) | Bewaakt wereldwijd de belangen van de “recording industry” bewaakt. Voorzien wereldwijd opsporing- en handhavingdiensten van actuele informatie (bijvoorbeeld hoe gepirateerde cd’s te herkennen). |
| World Intellectual Property Organization (WIPO) | World Intellectual Property Organization |
| EUIPO | Voorheen OHIM |
| TMview | Informatie verstrekt door de officiële merkenbureaus van de diverse Europese landen. |
| React | REACT; vertegenwoordigt merkhouders en heeft als doelstelling de bestrijding van namaakhandel namens en met de aangesloten merkhouders. |
| Brein | BREIN speurt naar on- en offline piraterij, neemt civiele actie en levert informatie en expertise voor strafrechtelijke actie. |