Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

3 Binnenkomst in het douanegebied Unie

Dit hoofdstuk gaat in op de binnenkomst van goederen in het douanegebied van de Unie. Dit hoofdtuk vormt samen met het aanbrengen, lossen en onderzoek van de goederen uit hoofdstuk 4, de aankomst van goederen in het douanegebied van de Unie.

3.1 Douanekantoor van binnenkomst

Een ‘binnenkomend luchtvaartuig’ is elk luchtvaartuig dat het douanegebied van de Unie vanuit een derde land binnenkomt en waarvoor de in artikel 139 DWU bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld.

De aankomst van het luchtvaartuig moet bij het douanekantoor van eerste binnenkomst worden gemeld door de exploitant van het luchtvaartuig, de luchtvaartmaatschappij. De luchtvaartmaatschappij meldt de aankomst van het luchtvaartuig met de kennisgeving van aankomst, Notification of Arrival, die in ICS2 wordt ingediend.

(artikel 133, lid 1 DWU en artikel 1:2, letter d Algemene douaneregeling)

3.1.1 Kennisgeving van uitwijking

Wijkt een luchtvaartuig na het indienen van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) uit naar een andere dan de voorziene eerste internationale EU-luchthaven van binnenkomst? En ligt die luchthaven in een andere lidstaat? En is die luchthaven in de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) niet gemeld als een opvolgende luchthaven? Dan deelt de luchtvaartmaatschappij (of zijn vertegenwoordiger) de uitwijking mee aan de Douane van de luchthaven waar het luchtvaartuig in eerste instantie naar toe zou gaan. 

De Douane van deze internationale EU-luchthaven, dus het douanekantoor dat in de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) als het douanekantoor van eerste binnenkomst is vermeld, stelt het douanekantoor dat nu het douanekantoor van eerste binnenkomst is, in kennis van de uitwijking. 

Dit douanekantoor stuurt ook de relevante gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) en de resultaten van de risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden (S&S) door aan de nieuwe eerste internationale EU-luchthaven van binnenkomst. 

De luchtvaartmaatschappij dient de kennisgeving van aankomst (NA) in bij het feitelijke douanekantoor van eerste binnenkomst.

Het feitelijk douanekantoor van eerste binnenkomst vraagt in ICS2 de gegevens op van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS), de resultaten van de risicoanalyse en de controleaanbevelingen die het verwachte douanekantoor van eerste binnenkomst heeft gedaan. 

(artikel 133 DWU en artikel 189 UVo.DWU)

In de kennisgeving van uitwijking van het luchtvaartuig worden door het douanekantoor de volgende gegevens vermeld:

  • het vluchtnummer van het luchtvaartuig;
  • de datum van de vlucht (entry key).

Deze gegevens worden gekoppeld aan alle afzonderlijke summiere aangiften bij binnenbrengen (ENS) met het bijbehorende Master Referentie Nummer (MRN).

(artikel 1, punt 22 GVo.DWU)

Bij binnenkomen door de lucht is het vluchtnummer alleen niet voldoende, ditzelfde nummer wordt vaker afgegeven. Vandaar de toevoeging van de datum van de vlucht.

Zo wordt een relatie gelegd tussen alle ingediende summiere aangiften bij binnenbrengen (ENS) en het binnenkomende luchtvaartuig.

(artikel 127, lid 6 DWU)

Ter informatie!  Voorbeeld

Een luchtvaartuig moet wegens weersomstandigheden uitwijken van luchthaven Schiphol naar luchthaven Brussel. Brussel wordt het feitelijke douanekantoor van eerste binnenkomst. De summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) zal echter (al vooraf) zijn ingediend op Schiphol.

(artikel 1, punt 15 GVo.DWU)

Wordt Brussel niet in de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) genoemd als opvolgende EU-luchthaven van lossing? Dan moet de aangever van de summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) een kennisgeving van uitwijking indienen bij de Douane op Schiphol. De Douane op Schiphol stelt dan de Douane in Brussel in kennis van de uitwijking en zendt de relevante gegevens van de summiere aangifte (ENS) en de resultaten van de verrichte risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden naar de Douane in Brussel.

Is Brussel wel in de op Schiphol ingediende summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) als opvolgende EU-luchthaven van lossing genoemd? Dan hoeft de indiener van de summiere aangifte (ENS) geen kennisgeving van uitwijking in te dienen bij de Douane op Schiphol. Dat is zo omdat de Douane van Schiphol de resultaten van de verrichte risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden dan al heeft doorgegeven aan de Douane van Brussel (als opvolgende luchthaven).

(artikel 189, lid 2 UVo.DWU)

3.1.2 Kennisgeving van aankomst

Bij aankomst van het luchtvaartuig in de eerste internationale EU-luchthaven van binnenkomst in de Unie moet een ‘kennisgeving van aankomst’ (NA) worden gedaan. De kennisgeving van aankomst (NA) moet de gegevens bevatten van de kolom G2 van Bijlage B GVo.DWU. 

De kennisgeving van aankomst (NA) wordt in ICS2 ingediend. Door middel van deze kennisgeving van aankomst (NA) kan de Douane van het eerste kantoor van binnenkomst een relatie leggen tussen het luchtvaartuig en alle voor de aankomst ingeleverde summiere aangiften bij binnenbrengen (ENS) gegevens voor de goederen. Het kantoor van eerste binnenkomst beoordeelt of er veiligheidsrisico’s zijn vastgesteld die na binnenbrengen gecontroleerd moeten worden. Voor nadere informatie over de risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden zie paragraaf 2.3.1 van hoofdstuk 2.

(artikel 133 DWU en artikel 1, punt 15 GVo.DWU)

3.2 Ontheffing van formaliteiten bij binnenbrengen

In deze paragraaf wordt een aantal situaties beschreven waarin bepaalde formaliteiten bij binnenkomst en aankomst van het luchtvaartuig niet hoeven te worden gedaan.

3.2.1 Vervoer door het luchtruim van de lidstaten

Bij het doorkruisen van het luchtruim van het douanegebied van de Unie door een luchtvaartuig en de daarmee vervoerde goederen, zonder tussenlanding in een EU-luchthaven, hoeven geen formaliteiten bij binnenkomst te worden vervuld voor het luchtvaartuig en de goederen die zich aan boord bevinden. De goederen in dit luchtvaartuig worden niet via de door de Douane aangegeven route en wijze naar het aangewezen douanekantoor gebracht.

(artikel 135, lid 6 DWU)

3.2.2 Vervoer via het luchtruim van een derde land

Bij vervoer door de lucht tussen twee EU-luchthavens zonder tussenlanding, waarbij de Unie tijdelijk wordt verlaten, hoeven geen formaliteiten bij binnenkomst te worden vervuld voor het luchtvaartuig en de goederen die zich aan boord bevinden.

Een vlucht binnen de Unie is de verplaatsing van een luchtvaartuig tussen twee EU-luchthavens, zonder tussenlanding, voor zover deze verplaatsing niet is begonnen en niet eindigt op een niet-EU-luchthaven.

(artikel 136, lid 1 DWU en artikel 1, lid 2, punt 6 UVo.DWU)

3.2.3 Vervoer in bijzondere omstandigheden

Kunnen binnenkomende goederen niet bij de beoogde internationale EU-luchthaven worden aangebracht omdat sprake is van ‘niet te voorziene omstandigheden of overmacht’? De luchtvaartmaatschappij moet de Douane hierover zo spoedig mogelijk in kennis stellen met opgave van de juiste plaats waar de goederen zullen worden heengebracht. De Douane stelt dan maatregelen vast om het douanetoezicht op de goederen mogelijk te maken en de naleving van de formaliteiten bij binnenkomst op de andere plaats te garanderen.

(artikel 137, lid 1 DWU)

Als een luchtvaartuig de Unie door onvoorziene omstandigheden of overmacht moet aandoen kan de luchtvaartmaatschappij ook niet aan de verplichting bij binnenbrengen voldoen. De gezagvoerder moet de Douane van het douanekantoor van eerste binnenkomst (de luchthaven waar hij binnenkomt) zo spoedig mogelijk van zijn komst in kennis stellen.

(artikel 137, lid 2 DWU)

Voor een luchtvaartuig (inclusief delen daarvan en goederen die in het luchtvaartuig zijn geladen) dat noodgedwongen - bijvoorbeeld als gevolg van een noodlanding - ergens anders dan op een internationale EU-luchthaven is geland, gelden de volgende regels dat het luchtvaartuig:

  • niet van de plaats van de landing mag worden verwijderd zonder toestemming van de Douane, tenzij de omstandigheden dat vereisen (bijvoorbeeld bij brand- of ontploffingsgevaar);
  • zo spoedig mogelijk onder douanetoezicht moet worden gesteld waarbij moet worden nagegaan wat de reden is voor het landen buiten een internationale luchthaven;
  • met alle maatregelen moet worden omgeven die nodig zijn om niet alleen het luchtvaartuig zelf, maar ook de daarin geladen goederen zo snel mogelijk onder douanetoezicht te brengen.

Denk hierbij aan:

  • de verplichting de goederen na lossing over te brengen naar een bepaalde plaats, bijvoorbeeld het dichtstbijzijnde douanekantoor;
  • een maatregel om de formaliteiten bij binnenkomst zoveel als mogelijk alsnog te verrichten;
  • het feit dat ook in dit geval op het weer uitgaan van het luchtvaartuig douanetoezicht moet worden uitgeoefend. 

(artikel 137, lid 3 DWU)

3.3 Aanvullende bepalingen binnenkomend luchtvaartuig

In deze paragraaf wordt een aantal situaties beschreven over het tijdelijk van boord halen van goederen en reparatie van luchtvaartuigen en de binnenkomst van bijzondere luchtvaartuigen.

3.3.1 Provisie, brandstoffen, smeermiddelen en andere benodigdheden voor luchtvaartuigen

Naast lading kunnen binnenkomende luchtvaartuigen de volgende goederen aan boord hebben:

  • provisie, zoals maaltijden, dranken en medicijnen voor verbruik aan boord;
  • brandstof voor de voortstuwing, smeeroliën, reservedelen en gewone uitrustingsstukken;
  • andere benodigdheden voor luchtvaartuigen, zoals goederen die behoren tot de inventaris van een luchtvaartuig zoals onderdelen en toebehoren, stuwmateriaal, navigatie-apparatuur, enzovoorts;
  • andere goederen dan hiervoor bedoeld die aan boord belastingvrij aan reizigers worden verkocht.

Het Verdrag van Chicago schrijft voor dat de verdragsluitende staten uitvoerbare maatregelen moeten treffen om het verkeer met luchtvaartuigen tussen de grondgebieden van de verdragsluitende staten te vergemakkelijken, te bespoedigen en onnodige vertragingen voor luchtvaartuigen, bemanningen, passagiers en lading te voorkomen, in het bijzonder met betrekking tot de toepassing van wetten inzake de immigratie, quarantaine, Douane en inklaring.

(artikel 22 van het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944)

Op basis van deze bepalingen hoeft voor provisie, zoals maaltijden, dranken en medicijnen voor verbruik aan boord uit het oogpunt van een soepele douanebehandeling (niet gebaseerd op het DWU) geen summiere aangifte bij binnenbrengen te worden gedaan. Er wordt dan ook geen opgave proviand door de luchtvaartmaatschappij ingediend.

Er is op het moment dat de resterende goederen van boord worden gehaald nog niet bekend welke hoeveelheden goederen tijdens de reis zijn verkocht of verbruikt. De behandelend cateraar (leveraar van de goederen) stelt dit vast volgens de hierna volgende procedure. Met de luchtvaartmaatschappijen is afgesproken dat de bemanning voor elke landing de ruimten (barboxen en trolleys) waarin de goederen zich bevinden, afsluit middels het aanbrengen van verzegelingen. Hiermee wordt voorkomen dat bemanningsleden, reizigers en/of derden belastingvrije goederen aan het douanetoezicht onttrekken. De Douane moet direct na de landing en ook tijdens het verblijf op de luchthaven controleren of bedoelde verzegelingen zijn aangebracht.

Alle restanten (proviand en boordverkoop) worden door de cateraar van boord gehaald. Er blijft niets aan boord. Deze restanten blijven onder douanetoezicht en zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke nationale of plaatselijke rechten en kosten. Bij de opslaglocatie van de cateraar wordt geteld en worden de trolleys weer aangevuld tot (seizoens- en bestemmingsafhankelijke) standaardhoeveelheden. Niet genuttigde maaltijden en dergelijke waarvan de houdbaarheidsdatum is overschreden moeten op grond van wetgeving op het gebied van voedselveiligheid en volksgezondheid worden vernietigd. Zie ook paragraaf 4.5.1.4 van onderdeel 10.60.00 van het Handboek Douane.

De goederen verlaten in geen geval de opslaglocatie van de cateraar. De aangevulde trolleys gaan weer aan boord van een luchtvaartuig. Het verbruik wordt vastgesteld aan de hand van administratieve vastleggingen door de cateraars. Zij moeten hiervoor een (verzamel)aangifte (weder)uitvoer achteraf indienen.

Alle gegevens zijn bij de cateraar voorhanden en de Douane kan deze (achteraf) beoordelen.

(artikel 24 van het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944)

Brandstoffen, smeeroliën, reservedelen en gewone uitrustingsstukken die zich bij aankomst aan boord van een luchtvaartuig bevinden en niet worden gelost, zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke nationale of plaatselijke rechten en kosten. Deze vrijstelling is eveneens van toepassing op hoeveelheden of goederen die gelost worden, mits zij onder douanetoezicht blijven.

(artikel 24 van het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944)

Voor goederen die aan boord belastingvrij aan reizigers zijn verkocht, gelden dezelfde bepalingen als voor reizigersbagage. Voor verdere informatie over reizigersbagage zie hoofdstuk 9 van onderdeel 24.00.00 van het Handboek Douane.

De genoemde goederen mogen alleen met toestemming van de Douane van boord worden gehaald.

3.3.2 Tijdelijk van boord halen van toebehoren en uitrusting in verband met reparaties en dergelijke

Het komt voor dat goederen die tot de losse of vaste inventaris van een luchtvaartuig behoren van boord moeten worden gehaald om te worden gerepareerd.

Er wordt aangifte gedaan voor het plaatsen onder de bijzondere regeling tijdelijke invoer. Nadere informatie over de aangifte voor tijdelijke invoer is opgenomen in onderdeel 18.00.00 van het Handboek Douane.

3.3.3 Tijdelijk van boord halen van (reserve)onderdelen van het luchtvaartuig voor reparatie of vervanging

Het komt voor dat de gebruikelijke (reserve)onderdelen van het luchtvaartuig van boord moeten worden gehaald om te worden gerepareerd of vervangen. Deze onderdelen worden ook wel wisselstukken genoemd.

Er wordt aangifte gedaan voor het plaatsen onder de bijzondere regeling tijdelijke invoer. Nadere informatie over de aangifte voor tijdelijke invoer is opgenomen in onderdeel 18.00.00 van het Handboek Douane.

3.3.4 Aanvullende bepalingen voor luchtvaartuigen die worden gerepareerd

Als een luchtvaartuig (niet als lading) binnenkomt op een Nederlandse luchthaven, voor normaal herstel en onderhoud zoals vervanging van defecte onderdelen, dan wordt het luchtvaartuig geplaatst onder de bijzondere regeling tijdelijke invoer met volledige vrijstelling. Nadere informatie over plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer is opgenomen in onderdeel 18.00.00 van het Handboek Douane. 

Is sprake van groot onderhoud, reparaties en revisie van het luchtvaartuig, dan wordt het luchtvaartuig onder de regeling actieve veredeling geplaatst of in het vrije verkeer gebracht. Nadere informatie over plaatsing onder de regeling actieve veredeling is opgenomen in onderdeel 16.00.00 van het Handboek Douane. 

3.3.5 Binnenkomst van bijzondere luchtvaartuigen

Luchtvaartuigen die op grond van artikel 2:3 Algemene douaneregeling in aanmerking komen voor een vrijstelling van het verrichten van formaliteiten genoemd in artikel 2:1, lid 2 van de Algemene douaneregeling, worden niet bij een in bijlage IV van de Algemene douaneregeling opgenomen douanekantoor aangebracht.

De ontheffing van deze verplichtingen en formaliteiten geldt alleen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • de laatste EU-luchthaven van vertrek voor aankomst in Nederland is gelegen in het douanegebied van de Unie;
  • het luchtvaartuig voert geen goederen mee waarvoor bij het brengen in het vrije verkeer invoerrechten, accijns of omzetbelasting moeten worden betaald;
  • het luchtvaartuig heeft geen goederen aan boord waarvoor bij het binnenbrengen in het douanegebied van de Unie verboden of beperkingen gelden als bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene douanewet;
  • voor de aan boord aanwezige goederen zijn op grond van wettelijke bepalingen geen formaliteiten vereist; en
  • het luchtvaartuig hoort in de Unie thuis.

(artikel 2:3 Algemene douaneregeling)

3.3.5.1 Militaire luchtvaartuigen en luchtvaartuigen van de Nederlandse Kustwacht

Voor Nederlandse militaire luchtvaartuigen en luchtvaartuigen van de Nederlandse Kustwacht geldt artikel 2:1, lid 2 van de Algemene douaneregeling niet. Bedoelde luchtvaartuigen hoeven niet op een EU-luchthaven met internationaal karakter te landen en hoeven niet te worden aangebracht.

3.3.5.2 Zaken- en sportvliegtuigen

Met uitzondering van een aantal specifieke gevallen hoeven voor een zaken- en sportvliegtuig dat thuishoort in de Unie bij binnenkomst geen formaliteiten te worden vervuld. Wel voor de reizigersbagage in die luchtvaartuigen: zie subparagraaf 4.3.4 van hoofdstuk 4.

(artikel 2:3 Algemene douaneregeling)

Een zaken- of sportvliegtuig is een particulier luchtvaartuig dat bestemd is voor reizen waarvan het traject vrij wordt bepaald door de gebruikers (particulier gebruik).

(artikel 1, lid 2, punt 10 UVo.DWU)

Het gebruik van een luchtvaartuig is daarbij bepalend. Zaken- of sportvliegtuigen waarmee toeristische luchtreizen worden georganiseerd uit zakelijke overwegingen (zakelijk gebruik) vallen niet onder het begrip zaken- of sportvliegtuig. De Douane beoordeelt of er sprake is van een zaken- of sportvliegtuig.

Voor de bepalingen over de aan boord aanwezige reizigersbagage wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van onderdeel 24.00.00 van het Handboek Douane.

3.3.5.3 Helikopters van offshore installaties

Voor helikopters die in Nederland worden ingezet voor offshore bevoorrading door de lucht geldt artikel 2:1, lid 2 van de Algemene douaneregeling niet.

Offshore bevoorrading door de lucht is een manier om offshore installaties binnen en buiten de territoriale wateren van Nederland te bevoorraden met goederen, zoals hulpmateriaal (equipments) en onderdelen (spareparts). Daarnaast wordt onder offshore bevoorrading ook het door de lucht overbrengen van personeel (bemanningsleden) en hun persoonlijke goederen verstaan (zie verder paragraaf 4.3 van hoofdstuk 4).

Voor deze helikopters hoeven bij binnenkomst geen formaliteiten te worden vervuld. 

3.4 Strafbepalingen

De strafbepalingen zijn opgenomen in onderdeel 36.00.00 van het Handboek Douane.