Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

5 Overbrengen uit een andere lidstaat en invoer uit derde landen

De wetgeving voorziet dat in bepaalde gevallen voor reizigers geen accijns is verschuldigd. Het gaat dan om:

  • het niet verschuldigd zijn van accijns bij het meenemen van accijnsgoederen uit een andere lidstaat door een particulier zelf
  • de vrijstelling van accijns en omzetbelasting bij invoer van goederen uit een derde land door particulieren

Een toelichting op het meenemen (de overbrenging) door particulieren uit een andere lidstaat en de invoer door reizigers uit derde landen is ook te vinden onder "reizigersbagage" op de website www.douane.nl.

5.1 Het niet verschuldigd zijn van accijns bij het meenemen uit een andere lidstaat door een particulier

Meenemen (overbrengen) door particulieren zelf

Particulieren hoeven als zij in een andere lidstaat accijnsgoederen hebben gekocht, in Nederland geen accijns meer te betalen. Er is immers al accijns betaald in de lidstaat waar zij de accijnsgoederen hebben gekocht, tegen het tarief dat geldt in de lidstaat van aankoop. Zij moeten deze goederen dan wel zelf meebrengen en de goederen moeten voor hun eigen behoeften zijn (artikel 2d, eerste lid, WA). De accijnsgoederen worden geacht voor eigen behoeften te zijn, als de hoeveelheden die de particulier voorhanden heeft niet groter zijn dan de indicatieve hoeveelheden van artikel 3a van de URA, te weten:

  1. bier: 110 liter;
  2. wijn: 90 liter (waarvan maximaal 60 liter mousserende wijn);
  3. tussenproducten: 20 liter;
  4. overige alcoholhoudende producten: 10 liter;
  5. sigaretten: 800 stuks;
  6. sigaren: 200 stuks;
  7. cigarillo’s (sigaren met een maximumgewicht van 3 g/stuk): 400 stuks;
  8. rooktabak: 1 kilogram

Als een particulier meer accijnsgoederen meeneemt, moet hij aantonen dat hij die accijnsproducten voor eigen behoeften voorhanden heeft (artikel 2d, tweede lid, WA: omkering bewijslast).

Gelet op artikel 2d, derde lid, WA is hij wel accijns verschuldigd indien hij die goederen, ook al zijn zij bestemd voor eigen behoefte, door een ander laat vervoeren vanuit een andere lidstaat naar Nederland.

Voor eigen behoeften

Voor ‘eigen behoeften’ betekent dat degene die de accijnsgoederen meebrengt deze zelf moet verbruiken. Ook verbruik door zijn gasten of zijn huisgenoten wordt gezien als voor “eigen behoeften”. De Europese Commissie heeft in nota 14915 van 10 december 2019 bepaald dat “eigen behoeften” inhoudt dat de particulier de goederen in zijn bezit heeft voor eigen particuliere doeleinden. Hieronder vallen geen schenkingen aan andere mensen of goederen die bestemd zijn voor commerciële doeleinden.

De hoeveelheidsgrenzen, vastgesteld in artikel 3a URA, zijn overigens zo ruim vastgesteld dat zij in dit soort situaties normaal gesproken niet snel zullen worden overschreden. Als die grenzen wel worden overschreden, moet degene die de accijnsgoederen meebrengt aantonen dat hij die accijnsproducten voor eigen behoeften in zijn bezit heeft.

Bij de regeling van artikel 2d WA gaat het niet om een reizigersvrijstelling, zoals de reizigersvrijstelling van artikel 68a WA. Daar gaat het om een vrijstelling die wordt verleend voor de invoer van accijnsgoederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers komende uit derde landen. Voor de toepassing van die vrijstelling gelden bepaalde maximum hoeveelheden accijnsgoederen (zie paragraaf 5.2).

Dat ligt anders bij de hoeveelheden genoemd in artikel 3a URA. Daar gaat het om een bewijsregeling van particulieren met accijnsgoederen die vanuit een andere lidstaat komen. Bij overschrijding van deze hoeveelheden ontstaat een omkering van de bewijslast (artikel 2d, tweede lid, WA). De particulier moet dan aantonen dat die hoeveelheid toch voor eigen behoefte is. Kan hij dat niet, dan ontstaat een accijnsschuld, die wordt geheven met een naheffingsaanslag. In deze situatie ontstaat er, anders dan bij invoer uit een derde land, geen belastbaar feit voor de omzetbelasting. Als het tabaksproducten betreft worden zij, naast de heffing van accijns, ook in beslag genomen, omdat zij niet zijn voorzien van de vereiste geldige Nederlandse accijnszegels (artikel, 73 WA).

Minerale oliën en atypisch vervoer

Een particulier mag een hoeveelheid minerale oliën in zijn brandstoftank en/of reserveblik voor eigen behoefte zonder verschuldigdheid overbrengen. Hij is echter accijns verschuldigd in Nederland als hij:

  • minerale oliën koopt die in een andere lidstaat zijn uitgeslagen of ingevoerd (waarvan in Nederland de accijns niet is geheven) en
  • deze zelf of voor zijn rekening op atypische wijze vervoert of laat vervoeren naar zijn woonplaats in Nederland (artikel 2d, vierde lid, WA).

Als atypisch vervoer wordt in dit verband aangemerkt:

  • het vervoer van motorbrandstof anders dan in de brandstoftank van voertuigen of in een draagbaar reserveblik;
  • het vervoer van vloeibare verwarmingsproducten zoals huisbrandolie en propaan, bijvoorbeeld in tankauto's, als het vervoer niet door een ondernemer gebeurt.

(artikel 2d, vijfde lid, WA)

Vervoer via Nederland naar een andere lidstaat

Het kan voorkomen dat een particulier tijdens zijn reis van de ene lidstaat naar de andere lidstaat door Nederland reist. De particulier kan dan in Nederland accijnsgoederen voor eigen behoeften voorhanden hebben. Als blijkt dat de accijns voor die producten in de lidstaat van vertrek is betaald, kan het volgende worden toegestaan.

Indien de hoeveelheid accijnsproducten boven de Nederlandse indicatieve hoeveelheid van artikel 3a, URA komt, maar onder de indicatieve hoeveelheid van de lidstaat van bestemming blijft, kan de hoeveelheid van de lidstaat van bestemming worden gehanteerd. Uit de bescheiden (vervoersbewijzen) moet wel blijken dat de particulier op doorreis is naar de andere lidstaat. De particulier zal in de lidstaat van bestemming moeten aantonen dat de accijnsproducten voor eigen gebruik zijn bestemd.

Overbrengen binnen de EU door particulieren van persoonlijke goederen

Op grond van richtlijn 2009/55/EG kan ook vrijstelling van accijns worden verleend voor goederen die door een particulier in een zending persoonlijke goederen vanuit een andere lidstaat naar Nederland worden overgebracht.
Aangezien deze vrijstelling hoofdzakelijk ziet op gebruiksartikelen zoals meubels, motorrijtuigen, enz. (zie artikel 2, van deze richtlijn), zal toepassing van deze vrijstelling voor de accijns in Nederland niet voorkomen.

Ontheffing accijnszegel

De tabaksproducten die de particulier voor eigen behoeften zelf vanuit een andere lidstaat naar Nederland overbrengt, hoeven niet te zijn voorzien van Nederlandse accijnszegels (artikel 36, URA).

5.2 Vrijstelling van accijns bij invoer uit een derde land of derdelandsgebied door particulieren

5.2.1 Vrijstelling accijnsgoederen voor (reizigers)bagage uit derde landen

Vrijstelling kan worden verleend van accijns voor de invoer van accijnsgoederen die deel uitmaken van de persoonlijke reizigersbagage van een reiziger die afkomstig is uit een derde land of derdelandsgebied.
Deze invoer mag geen handelskarakter hebben (artikel 68a, WA en de artikelen 21a en 21b Wet OB).

De vrijstelling is van toepassing op reizigers vanaf 17 jaar (zie artikel 10 van de Richtlijn 2007/74 en artikel 21b, derde lid, Wet OB). Hier doet zich een tegenstrijdigheid voor met de nationale volksgezondheidswetgeving. Want op basis van artikel 45 van de Alcoholwet mag iemand pas vanaf 18 jaar alcohol voorhanden hebben. Dat betekent dat na de invoer de 17-jarige reiziger voor wat betreft de volksgezondheidswetgeving in overtreding is.

De vrijstelling is beperkt tot vastgestelde hoeveelheden per reiziger.

Deze vrijstelling is ook van toepassing op de bagage van het personeel van de vervoermiddelen in het verkeer tussen de EU en derdelanden of derdelandsgebieden. Daarbij zijn echter wel kleinere hoeveelheden van toepassing, zie artikel 21b, vierde lid, Wet OB.

Indien de vrijgestelde hoeveelheid wordt overschreden, zonder dat er sprake is van commerciële doeleinden, wordt alleen over het meerdere accijns en omzetbelasting geheven. Als blijkt dat er wel sprake is van commerciële doeleinden, dan wordt geen vrijstelling verleend en wordt over de hele hoeveelheid invoerrecht, accijns en omzetbelasting geheven met een uitnodiging tot betaling (UTB).

Tabaksproducten die niet voor eigen gebruik zijn, worden in beslag genomen, omdat zij niet zijn voorzien van de vereiste geldige Nederlandse accijnszegels (artikel 73, WA). Er wordt over de in beslag genomen goederen echter geen belasting geheven, vanwege de uitzondering die genoemd wordt in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, WA. Dit in tegenstelling tot in beslag genomen tabaksproducten uit een EU-lidstaat (zie paragraaf 5.1).

Voor een verdere toelichting op de vrijstelling wordt verwezen naar hoofdstuk 9 van onderdeel 24.00.00, Douanevrijstellingen, uit het Handboek Douane.
In bijlage 2 van dat onderdeel zijn de vrijgestelde hoeveelheden (zowel voor reizigers als personeel) vermeld.

5.2.2 Vrijstelling accijns voor kleine zendingen zonder commercieel karakter van een particulier in een derde land aan een particulier in de EU.

In artikel 7:18 van de ADR, juncto hoofdstuk 6 (artikelen 25 t/m 27) van Verordening (EG) nr. 1186/2009 kan onder bepaalde voorwaarden vrijstelling van accijns worden verleend voor de invoer van accijnsgoederen in kleine zendingen van particulieren aan particulieren. Het gaat dan om zendingen zonder commercieel karakter. De vrijstelling is gebaseerd op richtlijn 2006/79/EG en is beperkt tot bepaalde hoeveelheden.

Voor een toelichting op deze vrijstelling wordt verwezen naar hoofdstuk 8 van onderdeel 24.00.00, Douanevrijstellingen, uit het Handboek Douane.
De hoeveelheden waarvoor vrijstelling kan worden genoten zijn opgenomen in bijlage 1 van dat onderdeel.

5.2.3 Ontheffing accijnszegel

De tabaksproducten die de particulier voor eigen behoefte in zijn persoonlijke bagage meeneemt naar Nederland, hoeven niet te zijn voorzien van Nederlandse accijnszegels (artikel 36, URA). Deze ontheffing is ook van toepassing op de vrijstelling die is omschreven in paragraaf 5.2.2.