Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

5 Invoer van accijnsgoederen en verbruik van onder een douaneschorsingsregeling geplaatste accijnsgoederen

5.1 Invoer van accijnsgoederen

5.1.1 Algemeen

Artikel 62 en 63 WA gaan over de wijze van heffing en voldoening van de accijns bij invoer. Voor een omschrijving van het begrip invoer wordt verwezen naar het onderdeel 20.10.00, Belastbaar feit, van dit Handboek.

Als accijnsgoederen vanuit een derde land Nederland worden binnengebracht, is op grond van artikel 1, tweede lid, en artikel 2, eerste lid, onderdeel d, WA accijns verschuldigd. Voor de heffing en voldoening van accijns bij invoer is aansluiting gezocht bij de douanewetgeving. De aansluiting is verkregen doordat artikel 62 WA bepaalt dat ter zake van de accijns bij invoer de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, Algemene Douanewet (Adw) van overeenkomstige toepassing zijn.

Van invoer is ook sprake als voor goederen een douaneschorsingsregeling wordt beëindigd. In al die gevallen wordt de accijns formeel verschuldigd op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel d, WA.

Voor meer informatie over de plaatsing van goederen onder een douaneschorsingsregeling wordt verwezen naar het onderdeel 12.00.00, Plaatsing van goederen onder een douaneregeling, van het Handboek Douane

5.1.2 Belastingplichtige

In artikel 51, eerste lid, onderdeel d, van de WA is als belastingplichtige ter zake van de invoer voor de accijns aangewezen:

  • de persoon die de goederen bij invoer aangeeft (aangever);
  • de persoon voor wiens rekening de goederen bij invoer worden aangegeven
  • indien sprake is van onregelmatige invoer: enig andere persoon die bij die onregelmatige invoer betrokken is geweest.

Om te bepalen wie de belastingplichtige bij invoer is moet een onderscheid gemaakt worden tussen regelmatige invoer en onregelmatige invoer (artikel 51, eerste lid, onderdeel d, WA).

Regelmatige invoer

Bij regelmatige invoer wordt een aangifte gedaan op basis van de douanewetgeving. Bij het doen van een douaneaangifte is de aangever niet alleen verantwoordelijk voor de juistheid van
de aangifte, maar is hij ook verantwoordelijk voor de gevolgen van het doen van de aangifte, waaronder het voldoen van de verschuldigde belastingen. De aangever kan degene zijn die de aangifte daadwerkelijk bij de douane indient. Maar degene die de aangifte daadwerkelijk bij de douane indient kan ook als vertegenwoordiger voor een ander optreden (douaneagent). In dat geval is ook degene voor wiens rekening de aangifte wordt gedaan belastingplichtige.
Van regelmatige invoer is ook sprake als voor goederen de douaneschorsingsregeling wordt beëindigd.

Onregelmatige invoer

Bij onregelmatige invoer is iedereen die bij de invoer betrokken is geweest belastingplichtige. Dit is dus niet alleen degene die de accijnsgoederen daadwerkelijk op onregelmatige wijze vanuit een derde land binnen Nederland brengt (de smokkelaar), maar ook eenieder die daarbij betrokken is. Dit kunnen bijvoorbeeld zowel de personen zijn die de middelen om te smokkelen ter beschikking hebben gesteld als ook degenen die de gesmokkelde goederen afnemen (het wetenschapsvereiste wordt niet gesteld bij die personen).
Van onregelmatige invoer is ook sprake als voor accijnsgoederen een douaneschorsingsregeling wordt beëindigd zonder dat de wettelijke bepalingen ter zake zijn nagekomen.

5.1.3 Aangifte en betaling volgens douanewetgeving

Aangifte voor het brengen in het vrije verkeer

Hiervoor kan onder andere het Handboek Douane onderdeel 13.00.00, ‘Het vrije verkeer brengen’, alsmede onderdeel 28.00.00, Ontstaan van de douaneschuld’, worden geraadpleegd.

Let op
In het geval dat na de invoer de goederen van de plaats van invoer onder schorsing van de accijns door een geregistreerde afzender worden overgebracht naar een aangewezen bestemming, is geen accijns verschuldigd (artikel 2a, derde lid, WA).

Aangifte na de beëindiging douaneschorsingsregeling

Vorenstaande is ook van toepassing indien een douaneschorsingsregeling wordt beëindigd en een aangifte voor het brengen in het vrije verkeer wordt gedaan.

Betaling van de accijns bij invoer

Voor het voldoen van de accijns als er sprake is van invoer moet worden aangesloten bij de douanewetgeving.In artikel 62 WA is immers bepaald dat bij de invoer de bepalingen van artikel 1:1, eerste en tweede lid Adw van overeenkomstige toepassing zijn. Voor het voldoen van de accijns bij invoer betekent dit dat deze op dezelfde wijze moet worden voldaan als de eventueel verschuldigde invoerrechten. In artikel 7:6, eerste lid, Adw is opgenomen dat de douane een op een aanslagbiljet vermelde uitnodiging tot betaling (UTB) verzendt aan de schuldenaar. In deze UTB is dan ook opgenomen wat de verschuldigde accijns is.

5.2 Vereenvoudigde regeling voor de heffing

Voor de volgende twee situaties is de heffing van accijns bij invoer vereenvoudigd.
Op grond van artikel 63, WA kan de accijns volgens forfaitaire tarieven worden geheven voor de invoer van:

  • kleine zendingen accijnsgoederen (geen handelsgoederen) die aan particulieren zijn gericht
  • accijnsgoederen (geen handelsgoederen) die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers

De forfaitaire tarieven zijn vastgesteld bij ministeriele regeling in artikel 7:17 Adr. Deze artikelen sluiten aan bij de regeling die geldt voor de rechten bij invoer. De laatstgenoemde regeling is gegrond op de Vo. 2658/87 over de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. Voor meer informatie wordt verwezen naar onderdeel 70.20.00, Levering aan reizigers/Invoer en overbrengen door particulieren of reizigers, van dit Handboek.

De reizigersvrijstelling is verder geregeld in artikel 68a WA waarbij de artikelen 21a en 21b, Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing zijn verklaard.

5.3 Verbruik van accijnsgoederen onder een douaneschorsingsregeling

Als accijnsgoederen zich in tijdelijke opslag bevinden, of onder een douaneregeling extern douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling of tijdelijke invoer zijn geplaatst (zich onder een douaneschorsingsregeling bevinden), betreft het niet-Unie accijnsgoederen. Als deze goederen verbruikt worden dan wordt dit aangemerkt als uitslag tot verbruik (artikel 2, derde lid WA). Een voorbeeld is de consumptie van bier of sigaretten die zijn opgeslagen in een douane-entrepot. Het gaat niet om goederen die als grondstof worden gebruikt, bijvoorbeeld minerale olie voor de verwarming van het douane-entrepot.

Aangezien het uitslag tot verbruik betreft van niet-Unie accijnsgoederen is er sprake van invoer (artikel 2, eerste lid, onderdeel d, WA). Dat betekent dat de douanebepalingen van toepassing zijn voor de heffing van de accijns (artikel 6, WA).

5.3.1 Belastingplichtige

Bij verbruik van accijnsgoederen die onder een douaneschorsingsregeling zijn geplaatst is er sprake van invoer (artikel 1a, eerste lid 1, WA). Op grond van artikel 62 WA moet artikel 51, eerste lid, onderdeel d, WA worden toegepast voor het bepalen van de belastingplichtige.
Belastingplichtige is de persoon die de accijnsgoederen bij invoer aangeeft of voor wiens rekening de goederen bij invoer worden aangegeven, of, ingeval van onregelmatige invoer, enig ander persoon die bij de onregelmatige invoer betrokken is geweest.

Bij het verbruik van accijnsgoederen die onder een douaneschorsingsregeling zijn geplaatst
ontstaat de douaneschuld op grond van de artikelen 77 en 79 van het DWU. In deze artikelen is niet opgenomen in welke situaties er een douaneschuld ontstaat.

Hiervoor kan o.a. het Handboek Douane onderdeel 13.00.00, Het in het vrije verkeer brengen alsmede onderdeel 28.00.00, Ontstaan van de douaneschuld, worden geraadpleegd.

5.3.2 Tijdstip ontstaan verschuldigdheid

Voor het bepalen van het tijdstip waarop de accijns verschuldigd is bij invoer moet worden aangesloten bij de douanewetgeving. In artikel 62 van de WA is immers bepaald dat bij de invoer de bepalingen van artikel 1:1, eerste en tweede lid Adw van overeenkomstige toepassing zijn. Voor het bepalen van het tijdstip waarop de accijns bij invoer verschuldigd is, betekent dit dat deze op hetzelfde tijdstip ontstaat als het tijdstip waarop de douaneschuld ontstaat. In de artikelen 77 en 79 van het DWU is bij elke situatie waarbij een douaneschuld ontstaat opgenomen op welk tijdstip de douaneschuld ontstaat. Indien er sprake is van invoer van accijnsgoederen is dat tijdstip ook het tijdstip waarop de accijns verschuldigd is.

5.3.3 Aangifte en betaling van de accijns

Voor het voldoen van de accijns als er sprake is van invoer moet worden aangesloten bij de douanewetgeving (zie paragraaf 5.1.3).

Hiervoor kan onder andere het Handboek Douane onderdeel 13.00.00, Het in het vrije verkeer brengen, alsmede onderdeel 28.00.00, Ontstaan van de douaneschuld, worden geraadpleegd.