Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

11 Heffing van accijns op inbeslaggenomen goederen

11.1 Verschuldigdheid/ inbeslagname

Het is niet toegestaan accijnsgoederen voorhanden of in opslag te hebben die niet overeenkomstig de bepalingen van de WA in de heffing zijn betrokken (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, WA).

Als accijnsgoederen in Nederland voorhanden of in opslag zijn zonder dat zij overeenkomstig de bepalingen van de WA in de heffing zijn betrokken, leidt dit tot het belastbare feit uitslag tot verbruik. Afhankelijk van de situatie kan sprake zijn van het belastbare feit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, WA (onregelmatig voorhanden hebben), of artikel 2, eerste lid, onderdeel d, WA (onregelmatige invoer). Ook artikel 2e, WA zou van toepassing kunnen zijn als is gebleken dat die accijnsgoederen in een andere lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de herkomst van de accijnsgoederen wordt aangetoond met een factuur uit een andere lidstaat. Een ander voorbeeld ziet op tabaksproducten vanuit een andere lidstaat afkomstig zijn en voorzien zijn van legale accijnszegels van die andere lidstaat waaruit kan worden vastgesteld dat ze in die andere lidstaat ‘tot verbruik zijn uitgeslagen’ en vervolgens worden overgebracht naar Nederland. Als die goederen in Nederland voor commerciële doeleinden worden geleverd of gebruikt leidt dit tot het belastbare feit, bedoeld in artikel 2e, WA.

Afhankelijk van de situatie wordt als belastingplichtige aangemerkt:

  • de persoon die de accijnsgoederen voorhanden heeft of opslaat en enig andere persoon die bij het voorhanden hebben of de opslag daarvan betrokken is (artikel 51, eerste lid, onderdeel b, WA);
  • in geval van onregelmatige invoer: enig andere persoon die bij de invoer betrokken is geweest (artikel 51, eerste lid, onderdeel d, WA);
  • bij toepassing van artikel 2e, WA, via artikel 4, WA: de personen genoemd in artikel 51, eerste lid, onderdeel i of k, WA.

Niet doen van aangifte

Bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, WA en artikel 2e, WA moet de persoon die als belastingplichtige wordt aangemerkt de verschuldigde accijns op aangifte voldoen uiterlijk op de dag na aanvang van het voorhanden hebben (artikel 53a, eerste lid, WA). Gebeurt dat niet, dan wordt de accijns op grond van artikel 20 AWR nageheven. Eventueel kan een bestuurlijke boete worden opgelegd (artikel 67c, AWR dan wel artikel 67f, AWR) of worden overgegaan tot een strafrechtelijke afdoening.

Bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel d, WA geschiedt de heffing op grond van artikel 62, WA volgens de procedures van het DWU.

Inbeslagname

Indien artikel 97 WA van toepassing is (het verbod van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, WA wordt opzettelijk overtreden), kunnen de ambtenaren die belast zijn met het opsporen van bij de belastingwet strafbaargestelde feiten, voorwerpen op strafrechtelijke gronden in beslag nemen.

11.2 De bestemming van de inbeslaggenomen goederen

De bestemming van de inbeslaggenomen accijnsgoederen is afhankelijk van de beslissing van de boete-/fraudecoördinator, de officier van justitie of de rechter. De accijnsgoederen worden bijvoorbeeld niet teruggegeven in gevallen waarin de rechter de goederen verbeurd heeft verklaard of laat onttrekken aan het verkeer. Belastingheffing en strafrecht staan geheel los van elkaar.

11.2.1 Teruggave van inbeslaggenomen accijnsgoederen

Accijnsgoederen behalve tabaksproducten

Als de bevoegde autoriteiten besluiten tot teruggave van eerder in beslaggenomen accijnsgoederen andere dan tabaksproducten, kan dat slechts plaatsvinden na betaling van de naheffingsaanslag accijns en, indien van toepassing, een bestuurlijke boete.

Tabaksproducten

Als door de bevoegde autoriteit besloten wordt tot teruggave van eerder in beslaggenomen tabaksproducten, kan dat slechts plaatsvinden na betaling van de naheffingsaanslag accijns en, indien van toepassing, een bestuurlijke boete.

Ongezegelde tabaksproducten

Belanghebbende mag de tabaksproducten echter niet zonder Nederlandse accijnszegels verkopen, te koop aanbieden of afleveren, omdat hij in dat geval handelt in strijd met artikel 95, eerste lid, WA. Dit is strafbaar gesteld in artikel 101, eerste lid, WA. Deze tabaksproducten kunnen alleen worden teruggegeven, indien zij worden voorzien van Nederlandse accijnszegels. Aangezien belanghebbende niet zal worden aangemerkt als persoon die accijnszegels kan aanvragen, zal teruggave van de tabaksproducten in de praktijk achterwege blijven.

Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen bestaat de mogelijkheid om de tabaksproducten in een AGP in te (laten) slaan. Op grond van artikel 71, eerste lid, onderdeel d, WA en artikel 31 UBA wordt dan, op verzoek, teruggaaf van de betaalde accijns verleend aan de vergunninghouder van de AGP. In dat geval moet wel vaststaan dat de accijns eerder op naheffingsaanslag is betaald. Bij uitslag uit de AGP moeten de tabaksproducten zijn voorzien van de voorgeschreven accijnszegels (artikel 73, WA). Daarna kan belanghebbende vrij over de tabaksproducten beschikken.

11.2.2 Geen teruggave van inbeslaggenomen accijnsgoederen

Er wordt geen teruggaaf van de eventueel op naheffingsaanslag betaalde accijns verleend als de bevoegde autoriteit besluit dat de accijnsgoederen niet zullen worden teruggegeven (bijvoorbeeld omdat de goederen verbeurd worden verklaard of worden onttrokken aan het verkeer). Het belastbare feit heeft zich al voorgedaan en de accijns ter zake is dus verschuldigd, zodat de naheffingsaanslag blijft bestaan.

Indien de inbeslaggenomen accijnsgoederen worden vernietigd, is toepassing van de teruggaaf, bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdeel b, WA, niet mogelijk. In deze bepaling is sprake van ‘vernietiging onder ambtelijk toezicht’, dat wil zeggen onder toezicht van ambtenaren van de Douane. Een vernietiging in het kader van een strafrechtelijke inbeslagname (dus vernietiging op last van de rechter of de officier van justitie) is hiermee niet gelijk te stellen. Dit betekent dat artikel 71, eerste lid, onderdeel b, WA niet kan worden toegepast in de hier bedoelde situatie.

Maar teruggaaf is ook om andere redenen niet mogelijk. Artikel 71, eerste lid, onderdeel b, WA is nader uitgewerkt in de artikelen 28 en 29,, UBA en artikel 34 URA. Op grond van de artikelen 28 en 29, UBA is het van belang om vast te stellen dat de accijnsgoederen die onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd tot een bedrijfsvoorraad horen. Verder is artikel 34, URA hier van belang. Artikel 34, tweede lid, URA bepaalt dat in de administratie van degene die verzoekt om teruggaaf de daar genoemde gegevens moeten zijn opgenomen. Deze bepaling gelezen in combinatie met de artikelen 28 en 2,9 UBA betekent dat de goederen moeten behoren tot de bedrijfsvoorraad van degene die ze wil laten vernietigen.

Als accijnsgoederen in beslag zijn genomen behoren zij niet (meer) tot de bedrijfsvoorraad van belanghebbende en is teruggaaf ook om die reden niet mogelijk.