9 Richtlijn afgedankte elektrische en elektronische apparatuur AEEA)
Doel van de Richtlijn AEEA
In Europees verband is afgesproken dat het produceren van afvalstoffen zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Als er toch afvalstoffen ontstaan, dan moeten deze afvalstoffen zoveel mogelijk worden gerecycled (nuttig toegepast). Om een afvalstof geschikt te maken voor recycling moeten echter eerst alle fracties waaruit een afvalstof bestaat, worden gescheiden. Met name elektrische apparaten en elektronische apparatuur bevatten veel componenten. Het scheiden van die componenten of fracties is arbeidsintensief en kostbaar.
Voor elektrische en elektronische apparatuur zijn importeurs, producenten en winkeliers verplicht een verwijderingstructuur op te zetten. In Bijlage VI van de Richtlijn 2012/19/EU zijn ook verplichtingen opgenomen ter zake van het vervoer om het onderscheid tussen EEA en AEEA te maken. Deze eisen zijn artikel 11 lid 7 van de Regeling AEEA overgenomen.
De vervoerders van AEEA zijn verplicht om te voldoen aan de eisen van Bijlage VI van de Richtlijn 2012/19/EU.
Verplichting vervoerder voor de overbrenging van Elektrische en Elektronische apparaten (EEA.)
Om het onderscheid te maken tussen EEA en AEEA moet de houder in alle gevallen dat hij gebruikte EEA overbrengt of voornemens is over te brengen die géén AEEA is, beschikken over de de volgende bewijzen van de juistheid van deze bewering:
- een kopie van de factuur en het contract met betrekking tot de verkoop en/of de eigendomsoverdracht van de EEA, waarin wordt verklaard dat de apparatuur bestemd is voor onmiddellijk hergebruik en helemaal functioneel is;
- een bewijs van beoordeling of test, in de vorm van een kopie van de bescheiden (testcertificaat, keuringsbewijs), voor elk stuk dat deel uitmaakt van de zending, alsmede een protocol dat gespecificeerde etiketinformatie bevat;
- een verklaring van de houder die het vervoer van de EEA organiseert, dat de zending geen materiaal of apparatuur omvat die een afvalstof is in de zin van artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG; en
- passende bescherming tegen beschadiging tijdens het vervoer en het in- en uitladen, met name door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading.
Als bewijs dat de overgebrachte producten gebruikte EEA zijn en geen AEEA, moeten voor de gebruikte EEA de volgende test- en documentatiestappen worden doorlopen:
Stap 1: Testen
Er wordt gekeken of het apparaat functioneert en of het gevaarlijke stoffen bevat. Welke tests worden uitgevoerd, hangt af van de aard van de EEA. Voor de meeste gebruikte EEA volstaat een functionaliteitstest van de belangrijkste functies. De uitkomsten van de beoordeling en het testen worden geregistreerd.
Stap 2: Etiket
Het etiket moet stevig worden bevestigd op de (onverpakte) EEA zelf, of op de verpakking.
Het etiket bevat de volgende informatie:
- benaming (benaming van het apparaat zoals bedoeld in bijlage II of bijlage IV (van de Richtlijn);
- categorie zoals opgenomen in, al naar het geval, bijlage I of bijlage III van de Richtlijn;
- identificatienummer van het apparaat (typenummer);
- productiejaar (indien bekend);
- naam en adres van het bedrijf dat heeft gecontroleerd of het apparaat goed functioneert;
- resultaten van de tests als omschreven in stap 1 met inbegrip van de datum van de test van de functionele capaciteit;
- aard van de uitgevoerde tests.
Indien de houder niet voldaan heeft aan deze eisen worden de betrokken apparaten als een afvalstof beschouwd en is de EVOA van toepassing. Er kan dan sprake zijn van een illegale overbrenging.
Deze eisen gelden niet als er sprake is van garantiegoederen.
Afvalstof of tweedehands goederen
Goed gestuwde en verpakte, vrijwel nieuwe elektrische of elektronische apparaten
Goed gestuwde en vrijwel nieuwe gebruikte verpakte apparaten waarop geen of nauwelijks sporen van gebruik door consumenten aanwezig zijn worden niet beschouwd als een afvalstof en daar zijn dus de beperkingen van de EVOA niet op van toepassing. Dit geldt indien de (nieuwe) verpakkingen niet geopend zijn geweest en, indien zij wel geopend zijn geweest bijvoorbeeld de beschermingmiddelen tegen krassen en stoten nog aanwezig zijn.
Goed gestuwde gebruikte elektrische of elektronische apparaten
Voor partijen elektronica:
- die niet (als) nieuw zijn;
- en zijn gebruikt door de consument.
geldt dat deze in beginsel worden beschouwd als afvalstoffen. Aannemelijk is dat de oorspronkelijke houder zich er van heeft ontdaan. Daarom hebben de apparaten de status van afvalstof totdat zeker is dat een behandeling van nuttige toepassing heeft plaatsgevonden. Het is aan de exporteur om aan te tonen dat er handelingen zijn verricht waardoor het afvalkarakter is komen te vervallen en het product inzetbaar is voor het oorspronkelijke doel. Tenslotte moeten producten altijd bestemd zijn voor een reële economische markt.
Bij uitvoer van gebruikte tweedehandse elektrische of elektronische apparaten dient de exporteur op aanvraag aanvullende documentatie overleggen om aan te tonen dat de uit te voeren apparaten nog steeds de functie(s) kunnen uitvoeren waarvoor zij zijn bedoeld.
Wordt deze informatie aangeleverd en komt de informatie overeen met de partij, dan wordt deze zending niet beschouwd als een afvalstof en zijn de beperkende bepalingen van de EVOA niet van toepassing. Bij twijfel aan de juistheid van de overgelegde gegevens kunnen apparaten wel getest worden.
Indien de houder niet voldaan heeft aan deze eisen worden de betrokken apparaten als een afvalstof beschouwd en is er sprake van een illegale overbrenging in de zin van de EVOA.
Let op!
Gemengde partijen met werkende en defecte elektrische of elektronische apparaten worden altijd aangemerkt als afvalstof. Indien de exporteur toch de goederen wil uitvoeren zullen ze gesplitst moeten worden.
Garantiegoederen
Garantiegoederen zijn elektrische en elektronische apparaten die onder garantie geretourneerd worden naar de producent, of naar een derde die in diens naam handelt (reparatiecentrum) met het doel om na reparatie hergebruikt te worden voor het oorspronkelijke doel.
Elektrische en elektronische apparaten worden niet als afvalstoffen beschouwd wanneer deze bijvoorbeeld onder garantie worden geretourneerd naar de producent of een reparatiecentrum met het doel om na reparatie te worden hergebruikt voor het oorspronkelijke doel.
Aanwijzingen dat het zogenaamde garantiegoederen betreft zijn de volgende twee criteria:
- Er is documentatie bij het transport aanwezig waaruit blijkt dat de apparaten bij de producent of een derde die in diens naam handelt worden gerepareerd;
- De apparaten zijn zodanig verpakt dat er geen schade kan ontstaan tijdens het transport. Dit kan de oorspronkelijke verpakking zijn of een vergelijkbare algemene transport verpakking.
9.1 Toezicht op Richtlijn AEEA in samenhang met EVOA-controle
De Douane oefent toezicht uit op de naleving van de Regeling AEEA in samenhang met toezicht op de naleving van de bepalingen van de EVOA.
Uw taak om toezicht te houden op het vervoer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en cfk- of hcfk-houdende (OAS) koel- en vriesapparatuur hangt samen met de overbrenging van afvalstoffen en de controle op de EVOA.
9.2 Strafbepalingen Regeling AEEA en afhandeling onregelmatigheden
Bij overtreding van de norm van de Regeling AEEA
- Neem contact op met de vraagbaak Afvalstoffen als u een onregelmatigheid vermoedt of als u vragen heeft;
- Geef de zending niet vrij voor de aangegeven douaneregeling.
De afhandeling van de onregelmatigheden is hetzelfde als bij een onregelmatigheid in het kader van de EVOA.
9.3 Samenloop met andere wetgeving
Bij de uitvoer van elektrische of elektronische apparaten kan het voorkomen dat er bepaalde stoffen in zitten die vanuit de eigen wetgeving een uitvoerverbod hebben. In de onderstaande paragrafen zijn enkele voor de hand liggende wetgevingen opgenomen. In het kort wordt uitgelegd wat de beperkingen zijn en om welke producten het kan gaan. Neemt niet weg dat ook andere dan AEEA producten of apparatuur met deze stoffen aandacht verdienen.
Wanneer je goederen aantreft waarbij je het vermoeden hebt dat er een milieugevaarlijke stof in kan zitten neem je direct contract op met de vraagbaak afvalstoffen/milieugevaarlijke stoffen.
9.3.1 Kwikverordening
Artikel 5 van Vo. 2017/852 bevat verboden voor de uitvoer van de in bijlage II van die verordening vermelde kwikhoudende producten. Hierop zijn slechts enkele uitzonderingen mogelijk. Zie hiervoor het voorschrift 40.03.00 milieugevaarlijke stoffen, onderdeel kwikverordening. Raadpleeg altijd de vraagbaak.
9.3.2 Ozonafbrekende stoffen
Artikel 5 van Vo. 2024/590 bevat verboden voor de uitvoer van producten en apparatuur die in bijlage I van die verordening zijn opgenomen en ozonafbrekende stoffen bevatten of nodig hebben voor hun werking, is verboden. Dat verbod is niet van toepassing op persoonlijke bezittingen. Hierop zijn slechts enkele uitzonderingen mogelijk. Zie hiervoor het voorschrift 40.06.00 ozonafbrekende stoffen. Raadpleeg altijd de vraagbaak.
9.3.3 Gefluoreerde broeikasgassen (F gassen)
Artikel 22 van Vo. 2024/573 bevat verboden om zonder vergunning uitvoer van gefluoreerde broeikasgassen en van producten en apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, iuit te voeren, behalve in het geval van tijdelijke opslag. Dat verbod is niet van toepassing op producten en apparatuur die persoonlijke bezittingen zijn.
Daarnaast mogen niet alle producten en apparatuur worden ge-exporteert. Daar zijn strenge regels op met betrekking tot het toegelaten maximale global warming potential. Hierop zijn ook weer enkele uitzonderingen mogelijk. Zie hiervoor het voorschrift 40.06.00 ozonafbrekende stoffen. Raadpleeg altijd de vraagbaak.